door Euritha Tjan A Way
PARAMARIBO — Ondernemen is hét pakje aan van Leanda Zeldenrust. De onderneemster, die dit in Suriname en Nederland in de praktijk brengt, heeft zich al vroeg bekwaamd door zelf te ondernemen. IJsjes verkopen deed ze bijvoorbeeld al in haar tienerjaren.
Volgens haar is meer onderzoek nodig om te bepalen wat mensen die al zelfstandig werken nodig hebben om werkelijk uit te groeien tot ondernemer. “Vandaar ook dat ik besloot onderzoek te doen en dan vooral in het district Para. Ik zag bijvoorbeeld dat daar geen landbouwtrainingen erden verzorgd door het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Ik vroeg me af waarom niet en wat er nodig was om deze zelfstandige werkende mensen werkelijk ondernemers te laten zijn.”
“Als de overheid bijvoorbeeld mensen in dienst blijft nemen, gaat men niet ondernemen”
Mindset
Zeldenrust beschrijft een onderneming als een bedrijf dat is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken, de financiën bijhoudt, een doelgroep heeft bepaald en ook aan marketing en promotie doet. “Maar meer nog is de mindset nodig. Als je mensen vraagt: ben je een ondernemer en die personen zeggen ‘nee’. Dan is daar ook de mindset niet voor aanwezig”, zegt Zeldenrust die haar master in educatie behaalde met het onderzoek in Para.
Dat onderzoek moest vanaf de grond worden opgezet omdat er eigenlijk ook geen data beschikbaar waren over ondernemen in het district. “Ik heb gewerkt met sleutelfiguren en -informanten en die brachten me in contact met mensen daar. Een sneeuwbaleffect.”
Wat het onderzoek uitwees, is dat trainingen en vooral trainingen in de conventionele zin van het woord – in een zaal – niet een interventie is die voor iedereen werkt. “De ondernemers hebben bijvoorbeeld aangegeven dat ze training én begeleiding willen. Daarnaast graag in het veld en ook persoonlijk. Ze hebben gemeld dat gezamenlijke trainingen ook kunnen, maar niet voor alle onderwerpen.”
De resultaten van het onderzoek laten volgens Zeldenrust zien dat het niet een ‘one size fits all’-benadering kan zijn. Daarom moet de overheid onderzoek doen en een bepaald beleid ontwikkelen om ondernemers te stimuleren. “Want er worden allerlei trainingen aangeboden, ook vanuit de overheid, maar we weten niet waarheen met ondernemen en sterker nog: zijn de trainingen die worden aangeboden wel toegespitst op de behoeftes van de doelgroep.”
Beperkingen
Het kan er bij Zeldenrust niet in dat het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie ambtenaren inzet om trainingen te verzorgen over ondernemers. “Dat gaat toch nooit lukken; die persoon heeft daar geen ervaring en geen touch mee. Hoe kan die de ondernemers begrijpen dan?” vraagt ze retorisch.
Er zijn nog meer beperkingen die niet stimulerend werken naar ondernemers toe. De rente bij de banken, de vraag naar onderpand, maar ook de instelling van de overheid. “Als de overheid bijvoorbeeld mensen in dienst blijft nemen, gaat men niet ondernemen. Laat de overheid met de mensen een traject van gedeeltelijk ondernemen inzetten, dan is dat al een stimulans. Minder dagen werken en enkele dagen gewoon de eigen onderneming runnen.” Dat er zoveel ambtenaren op ministeries werken, kost de overheid ook gigantisch veel. Los van het salaris is het bellen, stroom- en waterverbruik bijvoorbeeld ook duur, analyseert Zeldenrust.
Ze pleit er voor dat ondernemers en vooral die in de landbouw meer gaan samenwerken. “Bij het onderzoek in Para is dat gebleken. Dat kan in de vorm van coöperaties. Samenwerken kan enorm veel besparingen opleveren. We moeten het alleen maar willen. Want daarmee begint het.”
Ze ziet ook een positieve trend: landbouwtechnologie gaat vooruit en dat zal ervoor zorgen dat er meer jonge mensen dit vak gaan kiezen. “Die ontwikkeling moet worden gestimuleerd.”