Aan de gesteldheid van de monumentale gebouwen kun je zien of het goed of slecht gaat in Suriname. Wanneer de economie verbetert, neemt de overheid voornamelijk het beheer van de panden op zich. Bij economische neergang vertonen de panden tekenen van verwaarlozing. Van de duizenden panden die sinds de slavernijperiode in Suriname zijn gebouwd, zijn ongeveer achthonderd overgebleven, waarvan een groot aantal zich in de binnenstad van Paramaribo bevindt.
Tekst Kevin Headley
Beeld privécollectie/Ed Hogenboom
“We moeten wachten tot de economie wat aantrekt”, zegt Philip Dikland, die sinds 1982 in Suriname werkzaam is als architect. Hij heeft zich gespecialiseerd in de restauratie van historische gebouwen en was verbonden aan de commissie Monumentenzorg, de overheidscommissie die is belast met het beheer van het nationale monumentenbestand.
“Los van de panden onderhouden, moet hun omgeving ook interessant worden gemaakt”
Oude panden of moderne constructies
Dikland verwacht dat met het op gang komen van de gas- en olieontwikkeling de vele historische panden in de binnenstad zullen worden opgeknapt. Aan de andere kant kan de overheid er ook voor kiezen om meer moderne gebouwen neer te zetten. “Als er veel geld in de stad wordt gepompt, kan het heel nadelig zijn voor de monumentenzorg. Waarom staan veel van die historische panden er nog? Omdat de economie altijd wisselvallig is geweest. Wanneer het met de economie heel goed gaat, moeten vaak oude panden plaatsmaken voor moderne constructies.”
Volgens de architect is één effect dat met het geld een paar panden worden opgeknapt, maar een ander effect is dat de grond waarop het houten huisje staat in waarde toeneemt en dan het ‘huisje’ moet plaatsmaken. “Ik zie het al, de kleinste huisjes zijn moeilijk te behouden, zelfs al zijn ze monumenten. Je moet het zien als een bokswedstrijd, je moet tegen je verlies kunnen. Dat is leuk. Ik ben daarom benieuwd wat er gaat gebeuren.”
Onderhoud
Dikland vindt dat Suriname een gezellig stuk erfgoed heeft. “Vrij simpel, niet paleisachtig. Op het niveau van een simpele kolonie. Er zijn Europese huisjes gebouwd gebruikmakend van de grote bomen die in het land zijn. Later zie je dat de huisjes ook zijn aangepast aan het klimaat. Ze hadden bijvoorbeeld daken meer gericht op sneeuwval. Ze waren niet echt geschikt voor het tropische klimaat van Suriname. Het hout moest worden beschermd tegen zon en regen door bijvoorbeeld een groot dak, maar dat hadden deze huisjes niet.”
Volgens Dikland vergt onderhoud aan een houten pand twee keer zoveel inspanning als aan een stenen gebouw. Door het vochtige klimaat krijgt hout heel snel schimmels. Verder zijn er beestjes, zoals termieten, die het hout gaan vreten. Maar vroeger werd snel nieuw hout uit het bos gehaald om aangetast hout te vervangen.
Dikland vindt dat er wel een manier is om houten panden te bouwen die heel onderhoudsarm zijn. “Je moet ze heel anders bouwen, zodanig dat het dak het hout beschermt en dat ze op neuten staan of een vloer die uitsteekt waardoor houtluizen moeilijk aan het hout kunnen komen. Een stenen pad om je houten huis is ook goed.”
Monumentenfonds
In Suriname krijgen mensen geen subsidie om hun monumentale panden te onderhouden. Ze moeten het zelf doen. “Ik zie wel een heleboel panden waar hard wordt gewerkt om die te onderhouden. Een paar hebben een achterstand wat onderhoud betreft, maar ze zien er wel nog goed uit. Sommige eigenaren verwaarlozen bewust hun monumentale pand en laten dat expres helemaal uit elkaar vallen zodat zij het later toch kunnen afbreken en een ander pand in de plaats zetten.”
Volgens de architect zegt de Monumentenwet een heleboel. “Zoals dat je onder meer een historisch pand niet zomaar mag afbreken, maar uiteindelijk blijkt het moeilijk om de wet in de praktijk toe te passen.”
Dikland geeft aan dat dit probleem over de hele wereld speelt. Een monumentenfonds is zeker een manier om bijvoorbeeld particulieren die een monumentaal pand hebben, maar geen geld om het te renoveren, tegemoet te komen. Zo’n fonds is dus een echte uitkomst. Maar het bestaat nog niet in Suriname.
Parkeergelegenheid
“We moeten ook gaan nadenken wat we precies willen met de binnenstad en het niet vol parkeren. Ik heb nog nooit een situatie in Suriname meegemaakt dat er veel geld daarvoor was. Je moet deze zaken aanpakken om de binnenstad vriendelijker te maken. Los van de panden onderhouden, moet hun omgeving ook interessant worden gemaakt. Groen eromheen, zoals bomen, de straten mooi maken … als je dat hebt gedaan vindt iedereen dat mooi.”
De architect zegt dat men allerlei zaken kan proberen zoals een Monumentendag, kleurwedstrijd op school en boekjes, maar het echte werk is om straten met bomen op te zetten en parken. Autovrije locaties maken en plekken met goede parkeergelegenheid. “Dit is momenteel een drempel, maar zodra we die zijn gepasseerd, zullen mensen ervan zijn overtuigd dat we een mooie binnenstad hebben. Nu zie je dat velen wegtrekken uit het centrum en dat er grote malls worden gebouwd in buitenwijken, maar op een gegeven moment krijg je de tegengestelde beweging en krijg je meer aandacht voor de binnenstad. Dat is een kwestie van tijd.”
Calamiteitenplan
Veel panden zijn er nog vanaf de slavernij. Er is steeds aan gewerkt om ze te repareren en te behouden. Dikland is 25 jaar geleden begonnen met het verzamelen van blauwdrukken en fotograferen van verschillende historische panden in Suriname. In geval van brand of andere situaties, waardoor het pand verloren gaat, kan het weer worden gebouwd. “Ik had het gebouw van De Nationale Assemblee al een beetje getekend voordat het afbrandde op 1 augustus 1996. Maar niet goed genoeg. Ik kon niet vanuit mijn tekening het helemaal opnieuw bouwen. Maar een heleboel andere panden heb ik wel goed getekend en die kunnen weer vanuit die tekening worden gebouwd, zoals het pand dat stond aan de Domineestraat nummer 30 dat onlangs afbrandde. Hier heeft uitvinder Jan Ernst Matzeliger ook gewoond voordat hij naar Boston vertrok.”
Dikland vond het belangrijk om de oude gebouwen te tekenen en te fotograferen, omdat hij op deze manier het verleden bewaart voor de toekomst. “Dan heb je die informatie wanneer het echt fout gaat zoals bij een brand. Meestal is het documenteren best leuk werk omdat je in die panden ook allerlei leuke dingen tegenkomt. Elk deurknopje en scharniertje moet je tekenen. Alle details fotografeer en documenteer je en dan kun je er wat mee.”
Hij verzamelt ook tekeningen van collega-architecten. “Bij iedere collega die bezig is met een oud gebouw, vraag ik de tekening op. Dan heb je een gezamenlijke inspanning. Soms als ik het heb, doe ik de originele tekening erbij. Maar van de meeste oude gebouwen is de originele tekening er niet meer, dus moet je die opnieuw maken.”
“Als er veel geld in de stad wordt gepompt, kan het heel nadelig zijn voor de monumentenzorg”
Uitdagingen
Van economische fluctuaties tot specifieke klimatologische omstandigheden, elk aspect heeft invloed op de staat van de monumentale panden. Ondanks deze uitdagingen blijft het belang van het behoud van erfgoed onbetwistbaar, niet alleen vanwege de culturele waarde, maar ook vanwege de identiteit die het geeft aan een samenleving.
Het is evident dat een gecoördineerde inspanning van diverse belanghebbenden, zoals de overheid, pandeigenaren en architecten, nodig is om een duurzame behoudsstrategie te ontwikkelen en uit te voeren. Door middel van samenwerking, documentatie en planning kan ervoor worden gezorgd dat toekomstige generaties kunnen blijven genieten van het rijke historische erfgoed van Suriname.
