GANGA / Sharda Ganga
Als ik met pensioen ben, ga ik boeken schrijven. Eén van die boeken zal de titel krijgen: ‘Besturen als hobby’. Dat boek wordt gevolgd door een ander boek: ‘Managen als hobby’. Het derde in die reeks zal heten: ‘Politiek als hobby’.
Ik weet zeker dat het fenomenale hits worden. Ik zal niet zeggen dat ze bestsellers worden,want de kans dat mensen daadwerkelijk geld neertellen voor mijn geesteskinderen zal waarschijnlijk klein zijn, maar dat ze duizendmaal zullen worden geforward, dat geloof ik zeker.
“Jaar in, jaar uit hebben we toegestaan dat steeds bizardere en steeds meer ongeschikte mensen topposities mogen innemen”
Ik zal verhalen delen uit de praktijk van mijn bijna dertig jaar van werken in het maatschappelijke middenveld en langer dan vijftig jaren als Surinamer. Ik heb me in al die decennia wel tienduizend keer afgevraagd hoe iemand er eigenlijk bij komt dat die geschikt is als bestuurder; als voorzitter, penningmeester, secretaris?
Ik kom penningmeesters tegen die niet kunnen rekenen, niet weten hoe een simpele inkomsten- en uitgavenstaat te maken. Boos worden, omdat je vraagt naar bonnen. Secretarissen ken ik, die vergaderen zonder een stuk papier, pen, laptop, telefoon, tablet, papyrusrol of kleitablet voor hun neus. En ook geen tape of videorecorder. Notulen? Kan je die eten?
En dan hebben we voorzitters die wel voorop zitten, maar verder vooral bezig zijn met voorzitter spelen. Er worden geen besluiten genomen (in samenspraak met anderen), geen problemen op tafel gelegd of opgelost, geen plannen gemaakt, er wordt vooral voortgekabbeld en gebabbeld.
Je hoeft niet hooggeschoold te zijn om in het bestuur van een organisatie te zitten. Maar als je die positie hebt aanvaard, dan heb je ook verantwoordelijkheid aanvaard voor de organisatie en is het zaak om wel te leren wat de functies inhouden en hoe je die moet invullen.
Het zijn dezelfde vragen die ik heb bij vele huidige en vroegere ministers, presidenten, directeuren, parlementsleden, commissarissen en alle andere politieke benoemingen. Ik weet dat het een domme vraag is. Waarom iemand denkt dat die geschikt is als minister, president, DNA-lid? Omdat de partij dat zegt.
Ik sta elke keer versteld van het vermogen tot zelfoverschatting van zoveel mensen. En ik huil omdat wij jaar in jaar uit hebben toegestaan dat steeds bizardere en steeds meer ongeschikte mensen topposities mogen innemen. Het is een devaluatie van functies, een uitholling van ons staatsapparaat. Mensen met zo weinig benul van de functie die ze invullen dat we van de ene ramp in de andere vallen. Al decennialang.
Managen wordt in Suriname ook benaderd als een hobby. En ik bedoel dan niet een ervaren hobbyist, zo iemand die jaren heeft besteed om moeilijke haakpatronen te leren of de meest exotische orchideeën te kweken. Ik bedoel iemand die op een dag opstaat en denkt: orchidee kweken? Moet kunnen; als mijn neef het kan, dan kan ik het ook, kom ik stop even tien plantjes in deze natte kleigrond, je gaat zien hoe makkelijk ze groeien. Ik kom over een jaar wel weer kijken. Ook de politiek in Suriname wordt beoefend als een zomaar hobby beoefend. Daarover een andere keer meer.
Een andere reeks van mijn boeken zal gaan over het fenomeen plannen. Van groot naar klein, van ‘s lands bestuur tot een verjaardagsfeest. De voorlopige titel: ’Planning in Suriname’. Het zal een heel dun boekje worden, omdat de ondertitel de kern van het boek al weergeeft: “We zien wel”. Wordt vervolgd (maar wanneer weet ik niet).