DE SNIJD / Armand Snijders
In de finale van de razend populaire Nederlandse televisiequiz ‘De slimste mens’ kregen de deelnemers vorige week de volgende vraag voorgelegd door presentator Philip Freriks: “Zijn voornaam is Sandri…ka..persaad, maar wat is de achternaam van de president van Suriname?” De eerste en derde kandidaat wisten het niet, de tweede kwam niet verder dan “Tokkie…”. Op zich is er niet zoveel mis mee dat ze het antwoord niet weten, want Chan heeft in het voormalige moederland niet zo’n naam opgebouwd als zijn voorganger Desi, die vrijwel iedereen kent.
Ik vermoed dat Chan die beelden ook heeft gezien en er behoorlijk de pest over in had. Hij heeft toch zijn best gedaan om vriendjes te worden met Mark. Daarom ondernam hij direct actie om zijn naam definitief op de wereldkaart te prikken. Ik doel daarmee natuurlijk op het belachelijke staaltje van censuur dat Chan wil plegen. Ik kreeg deze week ook de nodige mailtjes van trouwe lezers die mij expliciet vroegen de affaire rond ‘het boek’ op de korrel te nemen. En u kent mij: dit is koren op mijn molen!
“Het zal míj niets verbazen als hij binnenkort een telefoontje uit Pyongyang krijgt waarbij hij de complimenten van zijn Noord-Koreaanse collega Kim Jong-un mag ontvangen”
Een boek verbieden is een vorm van actie die je alleen in landen als Rusland, China of Noord-Korea zou verwachten. Het doet velen ook denken aan de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de militairen onder leiding van dictator Desi het censuur-mes op onafhankelijke redacties hanteerden. Kennelijk wil Chan daar weer naar toe. Dat is een ontwikkeling die we als samenleving direct een halt moeten toeroepen, dus ik werp mij ook in de strijd. Want het wordt echt van kwaad tot erger onder deze president.
Het bewuste boek ‘Corruptie op het Hoogste Niveau. Zakendoen in Suriname’ van Gerard van den Bergh gaat over de gefrustreerde ondernemer, die ooit eigenaar was van de onderneming Doksenclub. Hij is de mening toegedaan dat zijn bedrijf kapot is gemaakt door toedoen van de corruptie in Suriname, mede in de politiek. Hij beschrijft de juridische verwikkelingen met Vijay Kirpalani – de baas van het grote en machtige gelijknamige concern – en de tegenwerkingen vanuit opeenvolgende regeringen. Volgens hem zijn wet- en regelgeving in Suriname ondergeschikt aan de grillen van politici.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat die hele kwestie rond Kirpalani/Doksenclub grotendeels aan mij voorbij is gegaan, dus ik kan ook niet oordelen of het allemaal waar is. Het enige dat ik weet is dat de onderneming is opgedoekt, tal van Surinamers op straat kwamen te staan en Gerard, die ik in het verleden – vóór zijn faillissement – een paar keer heb ontmoet, naar Nederland is vertrokken. En dat er voor de groene tafel nog het één en ander wordt uitgevochten. Wat ik heb begrepen kloppen veel van de opgebrachte feiten in het boek wel, maar zijn zaken eenzijdig weergegeven. Daardoor is een onevenwichtig beeld geschetst van wat er werkelijk zou zijn gebeurd.
Boze Chan kwam superlatieven tekort om zijn afkeuring te spuwen over de inhoud. En vooral dat zijn foto op de cover van een boek over corruptie staat. Gerard zegt dat hij die foto heeft gezet omdat “juist deze president de corruptie wilde aanpakken”. Chan eiste via zijn advocaat dat het boek direct door Vaco uit de schappen MOET worden gehaald en het eigenlijk voor iedereen wordt verboden om een exemplaar te bezitten. Het liefst wil hij dat er niet meer over wordt gesproken.
Gerard heeft in Nederland via een advocaat te horen gekregen dat Chan eist dat hij het boek ook niet meer verkoopt. Denkt hij werkelijk dat het zo werkt? Het is toch echt een rechter die bepaalt of iets wel of niet door de beugel kan en niemand anders. Ook Chan niet.
Alsof dat alles nog niet genoeg was, vuurde hij zijn gifpijlen ook af op de Ware Tijd, omdat de krant de gewraakte cover heeft gebruikt als illustratie bij het nieuwsartikel over het sommeren om het boek uit de handel te halen. Gelukkig houdt de krant de poot stijf. Vaco vond de onbeduidende kwestie het risico niet waard om voor de rechter te worden gesleept en haalde het boek uit de handel. Dat valt wel enigszins te begrijpen, maar is wel jammer. Want Chan heeft geen poot om op te staan.
De advocaat van Chan in Nederland vindt ook dat Gerard met zijn boek “een muis heeft gebaard”. Waarom Chan die muis dan tot een enorme olifant heeft opgeblazen die uiteindelijk in zijn gezicht is ontploft, is een groot raadsel. Hij wilde kennelijk opeens ballen tonen, die tot op heden verborgen zijn gebleven.
De samenleving hunkert er al zo lang naar dat hij zich eindelijk eens als een echte leider gedraagt en de moed toont om de vele misstanden in zijn regering aan te pakken. Zoals men had verwacht toen hij door de kiezers in 2020 tot president werd gekozen. Dat hij iedereen wat dat betreft zwaar heeft teleurgesteld, hoef ik hier niet te herhalen. Had hij alle schandalen die in de ruim 3,5 jaar van zijn regering zijn opgeborreld maar eens grondig laten onderzoeken, dan waren we tenminste wat opgeschoten.
De wijze waarop hij om zich heen slaat, gaat alle perken te buiten. En roept weer de vraag bij mij op of zijn adviseurs hem niet hadden kunnen influisteren dat dit heel onverstandig was. Maar kennelijk snappen zij ook niet dat hij nu juist alle aandacht op het boek en hemzelf vestigt. De ontzettend domme actie heeft namelijk tot gevolg gehad dat de hele wereld is wakker geschud over het bestaan van het boek. Ook ik, anders had ik de publicatie gewoon voor kennisgeving aangenomen.
Ik heb er op verzoek van een Nederlandse opdrachtgever zelfs over geschreven en ik word door gerenommeerde buitenlandse media benaderd met het verzoek om nadere informatie en om toezending van de digitale versie. Dat was niet gebeurd als Chan als een wijs man zijn mond had gehouden en het boek had genegeerd. Dan zou vrijwel iedereen de publicatie over een week zijn vergeten. Nu is het een enorme hit op internet, digitale exemplaren van het boek worden als warme puntbroodjes over en weer verstuurd.
Chan heeft tenminste bereikt dat heel wat Nederlanders meer zijn naam nu kennen. Alleen zal dat in negatieve zin zijn, als die verongelijkte president met dictatoriale trekjes. Misschien levert hem dat wél de waardering elders in de wereld van gelijkgestemden op. Het zal míj niets verbazen als hij binnenkort een telefoontje uit Pyongyang krijgt waarbij hij de complimenten van zijn Noord-Koreaanse collega Kim Jong-un mag ontvangen.