TOEN DE CARICOM op 1 augustus 1973 werd opgericht was het duidelijk dat het een ambitieus streven betrof om te komen tot een Caribische gemeenschap en een gezamenlijke Caribische markt. Aangezien de organisatie startte vanuit de Caribbean Free Trade Area was het belangrijke streven erop gericht om voor de (ei)landen te komen tot een grotere gezamenlijke regionale markt.
Het is voor kleine eilandstaten heel moeilijk om een economie draaiende te houden. Want terwijl het aantal inwoners misschien klein is, hebben die wel de behoefte aan alle voorzieningen die belangrijk zijn in elk land. Denk aan goede gezondheidszorg, een financieel systeem dat meegaat met de technologie en de eisen van het grote westen en goed onderwijs natuurlijk.
Allerlei protectionistische maatregelen hebben lange tijd ervoor gezorgd dat Surinaamse producten de Caribische markt niet konden penetreren
Maar door een kleine bevolking zijn er onvoldoende inkomsten uit bijvoorbeeld belastingen om dat te realiseren en de productie om de eigen behoefte te voorzien is vaak klein. Maar met een gemeenschappelijke markt en met een vrij verkeer van goederen en diensten zouden de landen elkaar kunnen aanvullen.
Het allergrootste probleem daarbij was het transport. De (ei) landen staan op kleine en soms ook wel grote afstand van elkaar. En de vliegverbinding tussen de leden van de Caricom is eigenlijk slecht geregeld, omdat het volume er dus niet is. Nu is het idee ontwikkeld om tussen enkele landen een transportroute per snelle boot op te zetten.
Een geniaal idee eigenlijk, want het transport te water kost mogelijk minder dan het transport via de lucht en is efficiënter geregeld. Zo een faciliteit maakt het mogelijk om ook producten die vers moeten zijn voor verkoop te vervoeren. Ook Surinaamse landbouwproducten zullen mogelijk veel sneller op bijvoorbeeld Barbados kunnen aankomen.
Dat zou naadloos aansluiten bij de behoefte aan voedselzekerheid in de regio. Daarbij is het streven van (ei)landen om de rekening voor aanschaf van voedingsmiddelen met 25 procent te verlagen. Met een veerverbinding die goedkoper is en de vruchtbare grond die Suriname heeft zou dit een enorme kans voor het land kunnen zijn.
De voorwaarde is wel dat er wordt ingespeeld op de behoefte die er is en dat wordt getracht complementair te zijn aan de andere landen die hun producten via dit watertransport willen vervoeren, zoals Guyana en Trinidad. Immers, allerlei protectionistische maatregelen hebben lange tijd ervoor gezorgd dat Surinaamse producten de Caribische markt niet konden penetreren.
Volgens de initiatiefnemers is het de bedoeling om ook te proberen het toeristische transport via de regionale veerverbinding mogelijk te maken. Dat zou ook meer personenverkeer kunnen betekenen. Zo zou er binnen de Caricom daardoor mogelijk werkelijk kunnen worden gepraat van een Caribbean Community. Het uiteindelijke doel van de oprichting van de Caricom lijkt nu wel realiseerbaar. Dat zou een mooi cadeau zijn in het vijftigste oprichtingsjaar van Caricom.