DE MEDIA ZIJN de oren en de ogen van de samenleving en verzamelen informatie en brengen nieuws waarvan kan worden aangenomen dat de samenleving dat graag wil weten en zelfs moet weten. Binnen die stroom van informatie is het van groot belang een cultuur van openheid te cultiveren. Openheid stimuleert dat partijen elkaar beter begrijpen en informatie dan ook zoveel mogelijk waarheidsgetrouw brengen.
Echter, in de relatie tussen regering, bewindslieden en journalisten lijkt een ernstige verstoring te zijn en een ongezonde manier van communiceren. Vroeger als een journalist en iemand van de regering elkaar niet hadden begrepen, werd de communicatielijn opengehouden en werd dat samen met het desbetreffende mediahuis besproken. Er kwam een verduidelijking naar de samenleving toen en als zaken echt helemaal onduidelijk waren, kwam er een rectificatie.
De regering schijnt maar niet te beseffen dat haar werkwijze fenomenen als fake news en desinformatie zelf stuwt
Helaas, er is nu een trend waarbij bewindslieden en ook andere burgers de media aanvallen zodra iets ze niet zint of als de media iets heeft vermeld dat in hun ogen verkeerd is. Heel snel wordt via overheidsmedia het mediahuis gecorrigeerd en er wordt een sfeer geschapen als zou bij media opzet in het spel zijn. De leiders die dat doen beseffen zelfs niet wat voor ripple effect hun gedrag heeft.
De samenleving ziet de media als boosdoener, maar gaat wel stevig aan de haal met van alles en nog wat op sociale media. Die bron lijkt voor de burgers meer vertrouwd, immers de media liegen en bedriegen volgens de leiders toch? En dan wordt weer de strijd met sociale media opgepakt en meer van die soort oeverloze acties.
Daarnaast worden ambtenaren die op bepaalde plekken zitten zeer voorzichtig met het geven van basale informatie aan de pers. Als hun minister bij elke, volgens hem/haar verkeerd gespelde zin de Communicatiedienst Suriname even erbij haalt om dan varkentje goed te wassen, is dat gedrag ook begrijpelijk.
Maar soms is informatie cruciaal om de samenleving te beschermen. Denk maar aan zaken als een dengue-uitbraak of het toegenomen aantal hiv-besmettingen. Het volk moet weten wat de stand van zaken is om zichzelf te beschermen. Het achterhouden van die soort informatie om het eigen hachje te redden, spreekt van onvoldoende besef dat elke ambtenaar vooral dienstbaar is aan de gemeenschap. En natuurlijk is gevoelige informatie, die bijvoorbeeld de veiligheid van de staat zou aantasten noodzakelijk geheim, maar dat snapt de pers ook.
In een samenleving waarbij bewindslieden zeer zuinig zijn met informatie, een cultuur van wantrouwen cultiveren en geen duidelijkheid verschaffen, zullen misverstanden, desinformatie en zelfs levensgevaarlijke situaties zich kunnen voordoen. De regering schijnt maar niet te beseffen dat haar werkwijze fenomenen als fake news en desinformatie zelf stuwt.
Het IMF zei terecht dat als we elkaar niet vertrouwen, weinig mogelijk is. Dat geldt ook voor de regering naar de pers toe. Immers, een rein geweten vreest geen enkele aanklacht. Openheid is pas een probleem als er geen sprake is van zuivere koffie. Of dat de reden is dat deze regering zo zuinig is met relevante informatie, is koffiedik kijken.