Parlementariër Ivanildo Plein pleit voor ordening van het grond- en migratiebeleid alvorens de regering ertoe overgaat mennonieten en andere personen toegang tot Suriname te verschaffen. In een vraaggesprek met Suriname Herald, zegt Plein tijdens de begrotingsbehandeling gemist te hebben hoe de regering uitvoering wenst te geven aan het migratiebeleid. De parlementariër vindt het belangrijk dat wordt nagegaan waarom de mennonieten naar Suriname willen komen.

Het verbaast hem dat de groep grote lappen grond wil voor landbouw. “Het is daarom van belang om na te gaan wat het beleid is van de regering wanneer het gaat om de uitgifte van gronden. Voor al deze zaken moet er eerst beleid gemaakt worden voordat er een besluit genomen wordt om de mennonieten te brengen.” Daarnaast moet er volgens Plein ook gekeken worden naar de rechten van de inheemsen en de tribale volken, omdat het veelal gaat om gronden binnen hun leefgebieden.

Plein: “Het kan niet zo zijn dat de regering een besluit neemt om gebieden te geven aan deze mensen, zonder medeweten van de inheemsen en tribale volken.” De parlementariër merkt op dat er ook stichtingen worden opgericht, die grote lappen grond aanvragen. Hij vreest dat deze terreinen vervolgens worden verkocht aan de mennonieten.

“Het gevaar is dat deze gronden in de gebieden van de inheemsen en de tribale volkeren in handen komen van deze mensen.” Plein meent verder dat de mennonieten wereldwijd een gesloten gemeenschap vormen met regels die mogelijk kunnen indruisen tegen de Surinaamse wetgeving.

Hij stelt dat de regering de komst van de mennonieten moet parkeren en eerst zaken op orde stellen. “De regering moet ervoor zorgen dat alles van Suriname eerst goed beschermd wordt.” De parlementariër is echter niet geheel tegen de komst van de agrarische gemeenschap. Hun bijdrage in de productie is welkom, ook omdat Suriname thans een consumerend land is.

“Maar orden eerst alles. We moeten eenieder die wil produceren, stimuleren. Maar er moet goed beleid daarvoor zijn. Het is nu gewoon nattevingerwerk voor wat betreft het gronduitgifte- en het migratiebeleid.”