SERIEUS!? / Ivan Cairo
Niemand wordt blij bij het ontvangen van slecht nieuws. Ik kan dus een beetje begrijpen dat Gerard van den Bergh niet blij was met wat ik vorig jaar heb geschreven.
Eeuwen geleden waren stadsomroepers in dienst van de overheid in Europese landen en hadden als taak om de besluiten van het ‘wettige’ gezag aan de burgers mee te delen. Belastingverhogingen hoorden daar ook bij.
“Helaas, ook president Santokhi wilde een potje ‘Shoot the Messenger‘-spelen en eiste dat de Ware Tijd het prentje van de omslag van Van den Bergh’s boek uit haar publicaties verwijdert”
Zo een stadsomroeper klom meestal op een podium midden op een plein en maakte de besluiten bekend. In die tijd kwam het vaak voor dat wanneer de mededelingen, zoals belastingverhogingen, niet in goede aarde vielen bij het publiek de stadsomroeper werd aangevallen en mishandeld. Soms zelfs doodgeslagen. Ook in andere situaties in die lang vervlogen tijden moesten boodschappers van het slechte nieuws hun dienst met hun leven bekopen.
Dat Van den Bergh mij in zijn boek op de korrel neemt, verbaast mij dus niet. Dus daar stoor ik mij ook niet aan. Saillant detail is dat het deze zelfde persoon is geweest die mij in zijn business deals met Kirpalani heeft betrokken.
Bij de eerste aanvaring met ‘Kirpa’ iets meer dan drie jaar geleden, maakte hij contact met mij om zijn verhaal in de krant te doen, want ik was topjournalist en objectief, zei hij. Dat interview heb ik face-to-face gedaan in bijzijn van zijn toenmalige advocaat in haar kantoor aan de Kwattaweg.
Daarna heb ik als journalist nog een paar keer contact gehad met de man over zijn strubbelingen om doksenvlees op de Trinidadiaanse markt te krijgen. Tot dan was er niks aan de hand met mijn journalistieke kwaliteiten.
Wanneer ik zo een drie jaar later weer een interview met hem doe – telefonisch en schriftelijk – en dat verwerk in een uitgebreide artikelenserie schiet dat de ondernemer in het verkeerde keelgat en moet de boodschapper dus dood. Want, die is als donderslag bij heldere hemel onderdeel van een complot van alles en iedereen in Suriname die hem een smerige poets wil bakken. Pure kolder en accentverlegging.
Helaas, ook president Santokhi wilde een potje ‘Shoot the Messenger’-spelen en eiste dat de Ware Tijd het prentje van de omslag van Van den Bergh’s boek uit haar publicaties verwijdert. En daar ging het staatshoofd met zijn batterij aan topadviseurs volkomen de mist in. In plaats van dat hij zijn pijlen richtte op de veroorzaker van de potentiële schade aan de reputatie van het hoogste openbaar ambt van het land en het imago van Suriname, focuste hij op de boodschapper.
Kennelijk heeft de president laat ingezien dat dit niet de juiste weg was en daarom afgezien om ook de andere lokale media die het gewraakte prentje hebben gebruikt lastig te vallen met een deurwaardersexploot. Het Wetboek van Strafrecht biedt mijns inziens voldoende handvatten aan het staatshoofd om actie te ondernemen tegen de scribent. Echter, het kwaad was al geschied.
Dat advocaat Gerold Sewcharan door sommigen van alles en nog wat wordt verweten, omdat hij in deze zaak rechtsbijstand verleent aan president Santokhi, vind ik onterecht. Sewcharan mag dan, evenals Santokhi voorzitter en leider zijn van een politieke partij, hij heeft bij het afleggen van de eed als advocaat gezworen burgers en rechtspersonen naar zijn beste vermogen juridische bijstand te verlenen. Dus kan hem niks worden verweten als hij een politieke rivaal juridische bijstand verleent.
Als professional heeft hij geen keus dan slechts zijn zwarte toga aan te trekken, zijn blauwe PRO T-shirt en -pet thuis te laten en zijn cliënt naar zijn beste vermogen van advies te dienen. Daar is niks, maar dan ook niks mee mis. Alleen over de gekozen strategie ben ik het niet mee eens. Don’t shoot the messenger, shoot the culprit!