RUUD SOUVEREIN, WOORDVOERDER van de veelbesproken mennonieten, is er niet in geslaagd het wantrouwen tegen de mogelijke komst van de doopsgezinden naar Suriname weg te nemen. Hij is niet verder gekomen dan aannames over hun ‘goede bedoelingen’.
Souverein had geen weerwoord op de deskundig onderbouwde argumenten van Rudi van Kanten, directeur van Tropenbos Suriname over het gebrek aan transparantie rond de missie en het niet consulteren van niet-gouvernementele organisaties (NGO’s). De ‘confrontatie’ was te zien in het actualiteitenprogramma ‘Onder de Loep’ op ATV.
Het is zeker niet laat om de niet transparante houding naar de burgerij toe – ook rond de mennonieten – ten positieve te keren
De vertegenwoordiger heeft tevergeefs, met een stortvloed aan woorden, proberen te ontzenuwen dat vrouwen binnen de groep zijn verkracht. Hij bagatelliseerde het geval en zei dat het aantal verkrachtingsgevallen in Suriname hoger ligt. Deze vergelijking slaat natuurlijk nergens op.
Volgens hem zou minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking bij de landen, waar de mennonieten als ongunstig staan geregistreerd, hebben geïnformeerd naar hun handelen. Hem zouden daarbij alleen positieve ervaringen zijn verteld. Souverein heeft niet kunnen aantonen waarom de mening van de bewindsman representatiever zou zijn dan andere bronnen die niet positief hebben geoordeeld over de groep.
Over de komst van de mennonieten zijn er voortdurend tegenstrijdige verklaringen afgelegd die leiden tot twijfel. Wat dat betreft heeft de regering geen goede naam. In herinnering wordt gebracht het optreden in het geschil met Guyana over visvergunningen die Suriname zou hebben toegezegd aan Guyanese vissers. Ook die slepende kwestie is een raadsel gebleven of Suriname dan wel Guyana (on)waarheid heeft gesproken.
Nu moet het heten dat ergens is toegezegd dat vijftig mennonieten gezinnen naar Suriname komen voor een proefproject. Maar er is geen milieustudie gedaan, om op grond daarvan te beslissen of zelfs zo een pilot verantwoord is. Souverein heeft in het slotwoord van de tv-discussie enkele keren gezegd dat het uiteindelijk de regering is die moet besluiten of de mennonieten grond krijgen voor wat zij noemen hun landbouwactiviteiten. Daarmee heeft hij geprobeerd om alle heldere tegenargumenten over de komst van de mennonieten weg te wuiven.
De doopsgezinden willen landbouwactiviteiten uitvoeren. Kan het zijn dat de regering daarin een mogelijkheid ziet om haar voornemen Suriname te maken tot de voedselschuur van de regio te realiseren? Zelfs als dat zo zou zijn, mag ze Surinames status van meest beboste land ter wereld niet te grabbel gooien. Ook met eigen mensen kan de lokale voedselproductie met een uitloop naar export worden vergroot. Belangrijk is voorlichting en mogelijkheden scheppen.
De regering moet vooral communiceren met het volk, ‘eigenaar’ van dit land. Het is zeker niet laat om de niet transparante houding naar de burgerij toe – ook rond de mennonieten – ten positieve te keren.