ORDENING VAN DE goudsector is geen eenvoudige zaak. Terminologie is daarbij belangrijk. Want wat is ordening precies en wie gaat dat doen? Vanaf de regering-Venetiaan ll zijn er missies geweest naar de goudkampen om de situatie te ‘ordenen’. Bekend is operatie Clean Sweep, waarbij de goudkampen werden leeggehaald. Dat bleek weinig succesvol door de enorme omvang van het Surinaamse oerwoud; hier verjaagd, daar weer opgestart, leek het. Chandrikapersad Santokhi was toen de minister van Justitie en Politie en gaf leiding aan de operatie.
Na de ‘clean sweeps’ volgde de oprichting van de commissie Ordening Goudsector Suriname (OGS) tijdens het kabinet-Bouterse-l, met als grote trekker Gerold Dompig. De samenleving werd getrakteerd op beelden van meterslange colonnes auto’s en peperduur apparatuur die allemaal werden ingezet om alvast aan een registratie te doen. Daarnaast werden concessies van derden waar ongeoorloofd aan goudwinning werd gedaan, ontruimd. Ook menig goudponton werd aan de ketting gezet. Trouwens, de bedoeling was dat er concessies zouden zijn waarop de ontruimde goudzoekers te werk zouden worden gesteld. Zo zou enigszins wat orde kunnen worden gehandhaafd.
Het is dus de president die de zaak stagneert doordat hij geen opdracht geeft aan minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning om het geld vrij te maken voor uitvoering van datgene wat in het staatsbesluit wordt vervat
Echter, volgens de OGS zijn deze concessies nu ook uitgegeven. De situatie is bovendien nog complexer geworden dan wat het was. Er zijn intussen toeleveringsbedrijven opgericht die een aardig centje meepikken en allerlei nieuwe en oude politici hebben hun web van belangen gespannen rondom de goudsector. Daarenboven zijn er mensen die werken op gronden van tribalen en inheemsen met en zonder hun toestemming; een wild wild west, waar eigenlijk geen touw aan vast te knopen is voor een buitenstaander.
In zo een situatie kwam de commissie Ordening Kleinschalige Goudsector te werken (OKGS). Zij schijnt een plan te hebben gemaakt dat met veel betrokkenen is besproken en waarvan implementatie is vastgelegd in een staatsbesluit. En toen viel het in 2021 stil. Terwijl de regering op allerlei fora nationaal en internationaal roept hoe belangrijk het is dat het gebruik van kwik wordt uitgefaseerd, wordt op geen enkele manier geld vrijgemaakt om dat wat is vervat in het staatsbesluit -de registratie van wie waar werkt en waarmee- uit te voeren.
En daar zou eigenlijk niets bijzonders mee aan de hand zijn. Immers, Suriname gaat door een IMF-programma en er is geen geld, wordt vaak aangehaald. Maar de president heeft dat nooit op die manier gebracht. Zodra hem wordt gevraagd waarom niet aan ordening wordt gedaan, verwijst hij steevast naar de OKGS die faalt en zegt hij ontevreden te zijn. Op die manier leek hij het er bewust op aan te sturen dat niet hij als president, maar eerder vicepresident Ronnie Brunswijk, onder wie OKGS ressorteert, de boosdoener en belanghebbende is.
Intussen is het dus de president die de zaak stagneert doordat hij geen opdracht geeft aan minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning om het geld vrij te maken voor uitvoering van datgene wat in het staatsbesluit wordt vervat. De vraag is: wat is het belang van de president om jarenlang de brui af te houden en daarmee de schuld van zich af te schuiven dat de ordening maar niet komt.