door Wilfred Leeuwin
PARAMARIBO — ‘Had ex-minister Gillmore Hoefdraad van Financiën wel of niet moeten worden vervolgd en veroordeeld op basis van zijn in staat van beschuldiging stellen door De Nationale Assemblee (DNA) in 2021?’ Deze vraag is nu ter discussie in het hoger beroep, dat de voormalige bewindsman heeft aangespannen tegen zijn veroordeling in de geruchtmakende zaak van de Centrale Bank van Suriname (CBvS).
Murwin Dubois, advocaat van Hoefdraad, heeft maandag in een repliek tegen het vervolgingsapparaat verwezen naar een vrijwel identieke case in Ecuador, waar het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van Mens een uitspraak over heeft gedaan. Vertaald naar de zaak-Hoefdraad komt het erop neer dat het proces om hem in staat van beschuldiging te stellen ongegrond is, terwijl ook zijn rechten zijn geschonden.
Jurisprudentie
Op basis van deze uitspraak – of wel jurisprudentie – van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens concludeert Dubois dat het Openbaar Ministerie (OM) al in het prille begin geen enkele bevoegdheid heeft gehad de gewezen minister te vervolgen en te veroordelen. Van het Hof van Justitie (HvJ) wordt dan ook geëist dat die de vervolging niet ontvankelijk verklaard, omdat die geen enkele ondersteuning geniet in de wet, die het vervolgen van Hoefdraad mogelijk maakt.
In het geval van Ecuador blijkt volgens het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens dat de overheid bij het willen ontslaan of afzetten van rechters een eerlijk proces daarvoor, in al zijn facetten heeft geschonden. In die case gaat het, net als in het geval van Hoefdraad, om ook het recht van de persoon in kwestie om zich te verdedigen middels hoor en wederhoor en ne bis in idem (het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit kan terechtstaan en mag worden gestraft).
Ne bis in idem
In het geval van Hoefdraad gaat het erom dat DNA op 23 april 2020 op verzoek van de procureur-generaal (toen Roy Baidjnath Panday, … red.) negatief heeft geoordeeld en besloot dat Hoefdraad niet in staat van beschuldiging werd gesteld, nadat hij zich in het parlement had verweerd. Dit werd gedaan op basis van de wet ‘In staat van beschuldiging stellen politieke en gewezen politieke ambtsdragers’.
In datzelfde jaar, 20 juli 2020, heeft de pg wederom op basis van dezelfde feiten waar Hoefdraad van werd verweten een tweede verzoek ingediend bij het parlement om hem in staat van beschuldiging te stellen. Dit verzoek werd toen wel toegewezen, waarna de strafzaak begon. Het Inter-Amerikaans Hof oordeelt steevast dat het ne bis in idem-beginsel altijd moet blijven gewaarborgd, zoals ook is vastgelegd in het Amerikaans verdrag voor de rechten van de mens en het Verdrag inzake de burgerlijke en politieke rechten van de mens.
Hoefdraad heeft eerder een civiele rechtszaak aangespannen tegen de staat en het parlement om zijn in staat van beschuldiging stellen aan te vechten. Die zaak is enkele keren uitgesteld, omdat de advocaat van de staat en het parlement steeds om uitstel vroeg en is niet meer op de behandelrol geplaatst.
Rechtszekerheid geschonden
Bij het tweede verzoek van de pg werd het rechtsbeginsel van het horen van een persoon of verdachte tegen wie beschuldigingen zijn opgeworpen, niet nageleefd. Het Amerikaans Hof verwijst in de jurisprudentie naar artikel 8 van het Amerikaanse verdrag en benadrukt dat de persoon in kwestie ruim de mogelijkheid moet hebben op een hoorproces wat in het geval van Hoefdraad niet heeft plaatsgevonden bij de tweede aanvraag.
Dubois heeft maandag in zijn repliek de civiele rechter voorgehouden dat de rechtszekerheid, zoals die wordt gewaarborgd in het ordereglement van het parlement, ook ernstig is geschonden en niet is nageleefd. Het OM, dat in deze zaak wordt vertegenwoordigd door de pg, zal op 28 februari ingaan op het repliek van Dubois.
Eerder was het OM het al niet eens dat Hoefdraad hoger beroep werd toegewezen door het HvJ om zijn veroordeling aan te vechten. De oud-bewindsman werd op 17 december 2021 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en een geldboete van SRD 500.000. Nog voordat die strafzaak begon, vluchtte de ex-minister en is tot op heden onvindbaar voor justitie. Een poging om hem op te laten sporen door Interpol liep op niets uit.