Tekst en beeld Valerie Fris
PARAMARIBO — “Ik heb zoveel kleinkinderen, ik wil een rustiger leven gaan leiden. Om alle problemen van het land op je schouders te hebben op zo een leeftijd, is niet mooi toch?” Met deze woorden geeft vicepresident Ronnie Brunswijk aan de pers te kennen dat hij de politiek vaarwel zal zeggen na 2030.
De Abop-voorzitter tevens vicepresident wil dan geen politieke functies meer bekleden. Brunswijk werd zondag in een tjokvolle Ballroom Prince bij enkele kandidaatstelling herkozen als voorzitter van de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (Abop). De zittingstermijn van het nieuwe hoofdbestuur, dat uit zeventien man bestaat, loopt in 2027 af.
“Natuurlijk zou ik weer kunnen samenwerken met de VHP. Ze is geen slechte partner, al kan het altijd beter”
Ronnie Brunswijk
Presidentschap
Brunswijk apprecieert het ten zeerste dat hij voor de ‘zoveelste’ keer bij acclamatie is gekozen. “Dat betekent dat de structuren het volste vertrouwen in je hebben”, meent hij. De politicus geeft aan dat hij in elk geval op de ingeslagen weg doorgaat na zijn herverkiezing. Hij zal wel andere modaliteiten gebruiken voor zijn propagandavoering, zegt hij.
Over de samenwerking met Pertjajah Luhur (PL) stelt hij: “Abop en PL zijn niet meer los te koppelen van elkaar. We gaan gewoon door zoals we in 2020 de verkiezingen zijn ingegaan.” Bunswijk hoopt meer dan tien zetels te behalen bij de verkiezingen van 2025.
Op de vraag of hij nog ambitie heeft om president te worden, antwoordt hij: “Ik heb geen enkele ambitie. Het is nu nog te prematuur om daarover te praten. Want je kan zeggen dat je president wil worden, maar je hebt geen zetels. Dus pas wanneer die er zijn, kunnen wij kijken of het realistisch is om te praten over het presidentschap.” Brunswijk stelt dat elke politieke organisatie ernaar verlangt om het hoogste ambt in het land te bekleden.
Samenwerking met VHP
De partijvoorzitter ziet een nieuwe samenwerking van Abop met de VHP wel zitten. “Natuurlijk zou ik weer kunnen samenwerken met de VHP. Ze is geen slechte partner, al kan het altijd beter, maar daarvoor zijn wij leiders om over deze soort zaken te praten.”
Brunswijk zegt ervaring te hebben met de presidenten Venetiaan en Bouterse. Dat Santokhi nu ook aan het rijtje is toegevoegd, is geen slechte zaak. Voor de resterende regeerperiode heeft de vicepresident aan hem gevraagd om extra aandacht aan de sociaal zwakkeren en mensen in ‘woningnood’ te besteden.
De president zou hebben beloofd een aantal zaken te realiseren vóór ‘het einde van de rit’. “We willen heel veel doen, maar weten dat alles dat je wil met financiën gepaard gaat. Het is niet in onze handen, maar de minister van Financiën en Planning heeft beloofd dat hij alle moeite zal doen om geld ter beschikking te stellen. Dus ik ben benieuwd”, besluit Brunswijk.