Het antwoord op de vraag ‘Kan suïcide door externe aanpak worden beheerst?’ is niet eenvoudig. Suïcide (zelfdoding) is namelijk een handeling die voorafgaat aan een cognitieve (denk) beslissing. Recentelijk is er in de media aangekaart dat suïcide ook in Suriname alarmerend toeneemt. Vanuit het perspectief van de media zijn verschillende factoren opgenoemd die verantwoordelijk zijn voor de stijging van de prevalentie van dit fenomeen.
Tekst Richenel Ellecom
Beeld zelfmoord1813.be
In feite wordt de vinger gewezen naar de overheid die er iets aan moet doen om de zelfmoordcijfers in het land te verlagen. Hoe mooi zou het niet zijn als de overheid een toverstok had die ze zou kunnen zwaaien om het probleem weg te maken. Uiteraard proberen de “profeten die roepen in de woestijn” bepaalde factoren aan te geven waar de overheid enige invloed op heeft.
“Als er een sterke afkeuring bestaat in de geloofsgemeenschap van de persoon, zal de keuze van zelfdoding niet hoog op de prioriteitenlijst staan“
Factoren die vaak worden opgenoemd zijn:
1. De beschikbaarheid van vuurwapens
2. Het invoeren en vrijelijk beschikbaar maken van herbiciden
3. Het gebruik van insecticiden in bijvoorbeeld het westelijke district van het land
4. Onvoldoende voorlichting
5. Gebrekkige mentale gezondheidszorg
6. Armoede
Kan de overheid deze factoren zodanig beheersen dat het fenomeen van suïcide aanmerkelijk omlaag zal gaan? Voordat ik zal proberen deze vraag te beantwoorden wil ik de multifactoriële interactie van de externe en interne factoren bespreken die een invloed hebben op dit gedrag. De externe factoren kunnen worden gedefinieerd als de ervaring buiten de persoon om en interne factoren vertegenwoordigen het resultaat van de verwerking van die factoren in het cognitief-emotioneel milieu (gedachten en emoties) van het individu die leiden tot een bepaald gedrag.
Dynamiek externe en interne factoren
In haar proefschrift van 22 december 2022 aan de Universiteit van Amsterdam heeft Indrawatie Boedjarath de interactie van bepaalde externe factoren en de invloed die ze op elkaar hebben in de dynamiek die leidt tot de beslissing (interne factoren) van een persoon om de hand aan zichzelf te slaan, de revue laten passeren. Zij zegt dat personen in hun opvoeding en ervaringen in het leven een script (draaiboek) ontwikkelen waarmee zij een keuze maken om ernstige knelpunten die ze in hun levenservaring tegenkomen te verwerken.
De familie dynamiek is een belangrijke externe factor die men aanleert van de familie van oriëntatie (familie waarin je bent geboren). Er zijn historische lijnen en verwachtingen die worden overgedragen aan het individu die medebepalend zijn hoe de ervaringen worden geïnterpreteerd en welk gedragspatroon prioriteit geniet. Is er een belevenis van schande als de verwachtingen die de familie heeft voor die persoon niet worden verwezenlijkt? Hoeveel druk wordt door de familie uitgeoefend op de persoon om zich te committeren aan familie verwachtingen?
Religie (levensfilosofie) heeft inhoudelijke geloofspunten die de persoon, die deel uitmaakt van die gemeenschap, ook meeneemt in de beslissing hoe om te gaan met zijn/haar levenservaring. Bestaat het leven volgens deze filosofie slechts uit materie of is er ook een onzichtbare component die intrinsieke waarde geeft aan het leven? Is de persoon in kwestie volgens zijn of haar religieuze overtuiging morele verantwoording verschuldigd aan een onzichtbaar opperwezen voor het leven dat hij/zij heeft geleid.
Is er een ziel die kan worden vervuild door zijn of haar eigen leven te schenden, als zonde wordt beleefd? Of zou men voor plegen van zelfdoding moeten boeten in reïncarnatie om de ziel op te schonen? Is er binnen de sociale (etnische) groep waartoe de persoon behoort tolerantie voor zelfdoding en/of wordt dat ook gezien als onvermijdelijk door het lot dat hem of haar is beschoren in de astrale wereld.
Met andere woorden: de daad van zelfdoding was voorbestemd en de persoon kon er niet aan ontkomen. Aan de andere kant kan worden gesteld dat als er een sterke afkeuring bestaat in de geloofsgemeenschap van de persoon, de keuze van zelfdoding niet hoog op de prioriteitenlijst zal staan. Het is ook mogelijk dat de sociale structuur van de gemeenschap, etnisch of anderzijds, waartoe de persoon behoort, gelooft dat externe entiteiten de keuzes die de persoon maakt kunnen beïnvloeden en aansturen.
Dus kan de persoon niet verantwoordelijk worden gehouden voor de onprettige en soms pijnlijke beslissingen die hij/zij maakt. Nu terug naar de vraag: ‘kan de overheid de risicofactoren in het milieu zodanig aanpakken dat suïcide tot het verleden gaat behoren, zoals bij het bestrijden van malaria, bilharzia of andere infectieziekten?’
Het antwoord is heel duidelijk negatief vanwege de complexiteit van het denkproces dat leidt tot de stap naar suïcide. Betekent dit dat de overheid lijdend moet toezien hoe de prevalentie blijft toenemen en de bevolking daardoor met de dag bezorgder wordt? Ook de families, de religieuze groepen en het sociaal-etnische milieu waartoe de personen behoren, zouden de handen uit de mouwen moeten steken om te zien welke factoren medeoorzaak kunnen zijn in het draaiboek van de persoon.
Deze instituten zouden meer invloed kunnen hebben op de beslissing die de persoon maakt. De overheid zou voorlichtingsmateriaal beschikbaar kunnen stellen, die de bovengenoemde groepen kunnen gebruiken om te zien welke bijstelling zij kunnen plegen in hun levensfilosofie. De sociaal-religieuze groepen waartoe deze personen behoren zouden het beste het intern draaiboek van de risicopersonen kunnen beïnvloeden.
Als deze groepen de retrospectieve (inwaartse) blik willen nemen om een correctie te plegen die het draaiboek (script) van de leden zou kunnen beïnvloeden zou de keuze van zelfdoding lager kunnen staan op hun prioriteitenlijst. Enkele kleine epidemiologische studies in Suriname hebben aangegeven dat het hoogste suïcidecijfer voorkomt bij Hindostanen. Het zou de moeite waard kunnen zijn als er een onderzoek zou komen om te ontdekken welke interne en externe factoren hun draaiboek in de richting van zelfdoding beïnvloeden.
Richenel Ellecom, Psy.D., Dr. P.H., HSPP, is preventieve geneeskundige en medisch voedingskundige specialist, alsook klinisch en forensische neuropsycholoog. (Tel.: 899-6441/E-mail: [email protected])