‘We moeten naar een meer professionele dienstverlening’
In Suriname worden uitvaarten vanwege de multiculturele samenleving in verschillende stijlen uitgevoerd. Toch ontbreekt er volgens uitvaartondernemer Mariska de Jong een holistische aanpak waarbij voorzieningen van zowel de overledene als nabestaanden in een geïntegreerd pakket beschikbaar zijn. “Uitgaande van de gediversifieerde behoefte, afgestemd op de culturele gebruiken en gewoonten, is het noodzakelijk om geïnteresseerden op deskundige wijze op te leiden om in deze behoeften te voorzien. We moeten naar een meer professionele dienstverlening in de uitvaartsector”, zegt de uitvaartondernemer tegen de Ware Tijd.
Tekst Audry Wajwakana
Beeld Privécollectie
In samenwerking met Quality College Suriname (QCS) start Mariska de Jong op 1 maart de tweejarige mbo-opleiding Uitvaartverzorging. Er is volgens haar behoefte om de kennis en vaardigheden van de uitvaartsector op professionele wijze over te dragen op geïnteresseerden in Suriname. Hierdoor kunnen deskundige worden opgeleid om kwaliteitsdiensten aan te bieden op de nationale markt.
“Het gaat niet om wasi dede alleen, maar om overlijdenszorg”
Als doel van deze opleiding wordt daarom geformuleerd ‘het vormen van Surinamers vanuit verschillende culturele groepen om op adequate en deskundige wijze te voorzien in de behoefte aan kwalitatieve en gestandaardiseerde uitvaartdiensten’. De Jong heeft sinds vier jaar in Nederland een uitvaartbedrijf. Drie jaar geleden opende ze in Suriname een ‘filiaal’. Daarvoor had ze de documentaire ‘Puu blaka’ gemaakt.
Het vakgebied van uitvaartverzorging wordt al eeuwenlang uitgevoerd door personen, die over gedreven en proactieve kwaliteiten beschikken om met zorg, liefde en aandacht mensen te begeleiden in hun rouwproces. Hierbij worden procedures gehanteerd die historisch-cultureel zijn ingebed in de gebruiken en gewoonten van de afzonderlijke gemeenschappen.
Vanwege veranderingen in etnische en religieuze samenstelling van dorpen, plantages, ressorten en wijken, is de sector ruim gediversifieerd. Toch zijn er volgens De Jong basis standaarden en procedures te onderscheiden in uitvaarten. “Deze kunnen worden herleid van de praktische overdracht van generatie op generatie, omdat de standaarden die hierbij worden onderscheiden niet zijn vastgelegd en dus niet controleerbaar zijn door dorpsbesturen, districtscommissarissen en de overheid”, verklaart ze. Met overheid doelt ze op de ministeries van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Volksgezondheid en Regionale Ontwikkeling en Sport.
Braziliaanse priesters
De Jong is van huis uit leerkracht. Ze heeft 23 jaar op diverse lagere scholen in het binnenland gewerkt. Op de Herman Jozefschool in de woonwijk Latour in Paramaribo was ze schoolleider en ze was lid van het bestuur van de rooms-katholieke kerk van die omgeving. “In 1998 kwamen Braziliaanse priesters in Suriname werken. Zij gingen naar zieken voor de geestelijke verzorging en ik mocht mee”, vertelt De Jong.
Bij deze priesters zag zij hoe het laatste sacrament (laatste gebeden en bediening kort vóór de dood van een gelovige, … red.) aan stervenden werd uitgevoerd. De priesters leerden haar de kneepjes, omdat ze soms handen te kort kwamen of niet op sommige plekken konden komen om de laatste christelijke riten aan een stervende te geven. “Die kennis heb ik altijd vastgehouden, zonder verder iets mee te doen. Ik ben gaan reizen in Frankrijk, Panama en Jamaica, totdat ik op een gegeven moment mijn culturele afkomst begon te onderzoeken.” Haar moeder komt uit het dorp Tamarin waar marrons en inheemsen nog vóór het uitbreken van de Binnenlandse Oorlog vredig met elkaar leefden.
Overlijdenszorg
De afgelopen vijf jaar deelt ze, vooral via social media, veel over rouw- en uitvaartrituelen vanuit de marroncultuur. “Vier jaar geleden verscheen de opleiding tot uitvaartverzorger op mijn tabletscherm. Uit nieuwsgierigheid klikte ik erop en het bleek dat ik me had ingeschreven”, zegt ze.
De opleiding werd in Nederland verzorgd, maar vanwege de uitbraak van de coronapandemie in 2020 moest ze die grotendeels online volgen. Na afronding concludeerde ze dat afleggers in Suriname zich ook in de uitvaartbranche kunnen scholen. “Want velen komen niet verder dan het afleggen. Het gaat niet om wasi dede alleen, maar om overlijdenszorg.”
Binnen de opleiding leert de cursist dan ook de technieken wat te doen als iemand komt te overlijden. “Hoe ga je om met de overledene die bijvoorbeeld kanker had of een pacemaker droeg. Voordat zo iemand wordt begraven of gecremeerd, moet je alle niet behorende zaken uit het lichaam verwijderen. Anders ga je bij een crematie explosies horen”, schetst ze.
Een uitvaartverzorger zou volgens haar een buikpunctie moeten kunnen doen. “Het is belangrijk hoe uitvaartverzorgers omgaan met een overledene. Vaak werkt men met de blote handen en kleedt zich niet goed”, zegt De Jong.
Opleiding
In 2022 heeft ze samen met QCS een pilot gedaan, waarbij ze eerst vier medewerkers van dit bedrijf trainde en daarna tien afleggers, die al zelfstandig werkten. Aan de opleiding die binnenkort begint, kan eenieder vanaf twintig jaar met een mbo-opleiding of -denkniveau met affiniteit in de uitvaartsector deelnemen.
Culturele achtergrond speelt geen rol, maar personen die aantoonbare affiniteit met de sector hebben in één of meerdere dienstonderdelen als begrafenis assistent, aflegger, logistiek coördinator, drager, delver, singineti assistent of religieuze dienstverlener genieten voorkeur. Er is ruimte voor twintig cursisten. “Het gaat erom dat men leert om op waardige en zorgvuldige wijze de overledene te verzorgen zonder dat het een nare ervaring achterlaat voor de nabestaanden.”
De keuze van kandidaten vindt plaats na een strenge selectieprocedure. De opleiding duurt 24 maanden en wordt afgerond met een theoretisch en praktisch examen. Geslaagden krijgen een certificaat. Te zijner tijd zal de vierjarige hbo-opleiding Uitvaartverzorger worden verzorgd voor zij die door willen gaan. Met dat niveau kan men het brengen tot uitvaartondernemer.
Zaterdagavond zes uur wordt voor belangstellenden of zij die al bezig zijn in de uitvaartbranche een oriëntatiedag gehouden bij het Kennedy Internaat aan de Verlengde Gemenelandsweg. QCS-directeur Ose Jabini zal daarbij meer inzicht geven over de opleiding, Satish Sharman zal spreken over anatomie voor de uitvaartverzorger, Mildred Pinas over verlies, rouw en rouwverwerking, Bertrude Prijor over infectiepreventie en wat daarbij hoort. Voor april is een symposium gepland waarvoor De Jong buitenlandse deskundigen zal uitnodigen.
