Wie van een afstand de berichtgeving rondom het natuurpark Brownsberg volgt, kan het idee krijgen dat er door hout- en goudwinning nog maar nauwelijks iets van over is. Maar dat is niet zo. Toch had de leiding van de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu) bewijs nodig om aan te tonen wat precies de staat van het natuurpark is. “We hebben dus een tweedimensionale kaart laten maken om precies te weten hoe het gebied ervoor staat”, zegt projectcoördinator Euredice Gaspar-Nortan tegen de Ware Tijd.
Tekst Euritha Tjan A Way
Beeld dWT archief
Tegelijkertijd met de oplevering van de kaart eindigt ook het project ‘Lach’ (Local Actors for Change in the Hinterland, … red.) van de Europese Unie, waarbinnen Stinasu een deel van haar plannen met de Brownsberg gerealiseerd heeft gezien. Het project, waar de organisatie zich vorig jaar bij aansloot, wordt uitgevoerd in samenwerking met Conservation International Suriname (CI-S) en Amazon Conservation Team (ACT).
“De hoge goudprijs werkt helaas in ons nadeel en de lokale belangengroepen hebben niet altijd in de hand wie er komt werken”
Euredice Gaspar-Nortan
Gaspar-Nortan is ingenomen met de deelcomponenten die Stinasu heeft kunnen realiseren. “Met deze tweedimensionale kaart die in februari af moet zijn, kunnen we ook beleid gaan maken. We kunnen dan ook diverse zones instellen. Bijvoorbeeld een zone voor onderzoek, één voor toerisme en misschien ook een zone binnen het gebied kiezen om uit te breiden of af te stoten.”
Het Brownsberg-natuurpark, dat onder beheer van Stinasu valt, is meer dan twaalfduizend hectare groot en rijk aan biodiversiteit. Het is het meest onderzochte gebied in Suriname vanwege de bereikbaarheid en de enorme variëteit aan dieren en planten die er voorkomen.
Leerrijk proces
Gaspar-Nortan noemt het tot stand komen van de kaart “een leerrijk proces”. “Er zijn ook busi skowtu getraind. Dat zijn mensen die het park bewaken, wij noemen ze park rangers. Die hebben een training gehad samen met een deel van het Stinasu-personeel. Zij hebben de informatie verzameld die nodig was om de kaart te kunnen maken.”
Stichting Bosbeheer en Bostoezicht, die de kaart maakt, heeft al een validatie proces gehouden waarbij belanghebbenden feedback konden geven over de concept kaart. Eveneens hebben de lokale belangengroepen van de Brownsweg de gelegenheid gehad de kaart te becommentariëren. “Wij hebben in dit proces ook een goede band kunnen opbouwen met de belangengroepen in Brownsweg. We hebben met hen, met de commissie Ordening Kleinschalige Goudsector in Suriname en de politie in het gebied een goede band.”
Helaas, dat heeft er nog niet in geresulteerd dat er geen goud meer wordt gewonnen in de omgeving van het natuurpark. “De hoge goudprijs werkt helaas in ons nadeel en de lokale belangengroepen hebben niet altijd in de hand wie er komt werken. Wel hebben we gemerkt dat ze nu beter de grens, waar het park begint, in de gaten houden. Trouwens, die moeten we ook gaan markeren”, legt de projectcoördinator uit.
Agroforestry
Daarnaast is in de bufferzone die geldt als een grens tussen het natuurpark en het gebied dat niet bij de berg hoort, begonnen met een project agroforestry. Dit heeft als doel de lokale mensen milieuvriendelijke landbouwtechnieken bij te brengen. “We hebben dat deel van het project uitbesteed aan de organisatie Tropenbos en we zijn er positief over.”
Het gaat om biologische landbouw, dus de mensen mogen niet met chemicaliën werken. “Alleen natuurlijke middelen mogen worden ingezet om eventuele plagen te bestrijden. Dat levert soms een uitdaging op met dieren, zoals konijnen die op de loer liggen, maar het komt zeker goed”, klinkt Gaspar-Nortan overtuigd.
Maar hoewel er veel is gedaan, steekt de coördinator niet onder stoelen of banken dat er veel meer nodig is. “We weten dat onze faciliteiten niet zo goed zijn en we zijn vooral de natuur dankbaar. Want omdat die er zo ongerept bij ligt, blijven de mensen komen. Er is veel gedaan, maar meer is nodig.”
Stinasu had bijvoorbeeld graag meer dan de vier park rangers willen hebben die nu in dienst zijn genomen. “We moeten meer dan twaalfduizend hectare in de gaten houden. Maar we kunnen de vier die we hebben gekozen nauwelijks betalen. Dus meer kan nu niet.”
Natuurreservaten
Stinasu, beheerder van het Centraal Suriname Natuurreservaat (Raleighvallen), Babunsanti (Galibi) en natuurpark Brownsberg, benadrukt dat deze gebieden een enorme verdiencapaciteit hebben. “Maar het kost geld om daarin te investeren en het geld er weer eruit te halen. Deze drie gebieden die wij beheren zijn wereldbekend en zeker Raleighvallen en Brownsberg. Dus als de regering internationaal aangeeft hoe rijk we wel zijn, bedoelt ze ook deze gebieden. En toch wordt er bitter weinig mee gedaan.”
Doordat de faciliteiten in deze gebieden zeer slecht zijn, verdient Stinasu er heel weinig aan. Gaspar-Nortan haast zich wel te melden dat de overheid inkomt door een deel van het personeel te betalen. “Dat is al heel wat, maar meer is nodig”, benadrukt ze nogmaals.
Loes Trustfull, projectleider van Lach bij CI-S, zegt dat hoewel het project ten einde loopt er al nieuwe partners bekend zijn om voort te borduren op de al bereikte resultaten. Hoeveel van deze projecten Stinasu ten goede zullen komen, is nog niet helemaal duidelijk. “Maar binnen het Amazone Sustainable Landscape Program, dat door de UNDP (het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties) wordt uitgevoerd, is al een plan goedgekeurd om de weg naar Brownsberg aan te pakken.”
Dat wordt bevestigd door Gaspar-Nortan. “Het wordt niet de hele weg, want die is veertien kilometer, maar de slechtste delen zullen we dit jaar aanpakken.” Ook heeft het agroforestry-project aanvullende ondersteuning ontvangen van het Zeister Zendingsgenootschap in Nederland dat heeft voorzien in materiaal en een poclain voor de vrouwen om te kunnen werken.