NDP-fractieleider Rabin Parmessar is van mening dat de kwestie omtrent de mennonieten slechts een rookgordijn is en dat er meer speelt. Parmessar stelde dat terwijl de discussie over het al dan niet toewijzen van gronden aan mennonieten gevoerd wordt, er bij het domeinkantoor aanvragen zijn ingediend voor grote lappen grond, inclusief figuratieve kaarten en correspondentie tussen het Kabinet van de President en het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB).
“Terwijl we ons bezighouden met de mennonieten, zijn er andere figuren, vermoedelijk friends and family, die zich verschuilen achter stichtingen en nog grotere lappen grond hebben aangevraagd. Terra Invest, Stichting Kovu, Stichting Togliatti Vermogensbeheer, Stichting Gaziantep Vermogensbeheer. Mijn vraag is hoeveel aanvragen en toewijzingen deze stichtingen hebben gekregen”, aldus Parmessar.
Hij betoogde dat volgens deskundigen de aangevraagde gebieden niet geschikt zijn voor landbouw en eiste hij duidelijkheid van de regering en een grondig onderzoek. Over de mennonieten, die toestemming hebben gekregen om zich voor drie jaar te vestigen, zei Parmessar dat dit een grove misleiding is.
“Waarom zouden zij voor slechts drie jaar hier komen om te investeren? In drie jaar tijd kan men niet eens de totale infrastructuur opzetten, laat staan productie realiseren. In drie jaar tijd haal je het rendement nooit. We worden misleid met deze kwestie.”
Hij vroeg ook om een reactie van de minister van GBB op het verzoek van de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), die 560.000 hectare heeft aangevraagd om als landbouwgrond in beheer van LVV te worden bestemd. Parmessar merkte op dat de grondwet duidelijk stelt dat vervreemding van ons grondgebied verboden is.
“De regering heeft haar mond vol van wet en recht, dus we kijken uit naar de onmiddellijke stopzetting van deze dubieuze gronduitgifte. Op internationale fora presenteert de president zich als pleitbezorger van onze bossen, maar thuis handelt de regering tegenovergesteld. Ons grondgebied wordt enorm vervuild en ons primair bos wordt weggegeven”, sprak Parmessar.
De NDP’er zei dat het nu niet zozeer gaat om de mennonieten of wie dan ook, maar om hoe wij met ons grondgebied wensen om te gaan. Hij stelde dat het besluit om 560.000 hectare primair bos om te zetten in landbouwgrond niet het prerogatief is van een president en twee ministers.
“Dit is een fundamenteel besluit over een belangrijke hulpbron. Ons bos kan niet in achterkamertjes worden afgenomen, verkocht of verdeeld. Dat moet in het daglicht van het huis van het volk gebeuren”, stelde Parmessar. Hij voerde aan dat deze kwestie ook te maken heeft met mensenrechten.
Er wonen inheemsen en tribale volkeren (minimaal 8 dorpen) in het gebied dat wordt voorgesteld om om te zetten in landbouwgrond. “Het grondenrechtenvraagstuk is nog niet eens opgelost. Hebben de mennonieten meer rechten dan de inheemsen en de tribale volkeren?” vroeg de parlementariër.
Parmessar wilde daarnaast ook weten wat het beleid van de regering is over onze primaire bossen die vernietigd zullen worden en de carbon credits die hierdoor verloren zullen gaan. Hij vroeg of landbouwgronden niet in de kustvlakte klaargemaakt kunnen worden, zodat de primaire bossen bespaard blijven.