door Wilfred Leeuwin
PARAMARIBO — “We zijn tevreden over hoe het is gegaan, omdat de zaak in behandeling is genomen en er werkbare afspraken zijn gemaakt.” Dat zegt Murwin Dubois, één van de vijf advocaten van de veroordeelden van de Decembermoorden. Het Hof van Justitie (HvJ) heeft dinsdag een begin gemaakt met het behandelen van het beroepsschrift dat de vijf veroordeelden – Desi Bouterse, Iwan Dijksteel, Benny Brondenstein, Ernst Gefferie en Stephanus Dendoe – hebben ingediend.
Dubois woonde dinsdag samen met zijn collega’s Martin Misiedjan en Milton Castelen de raadkamerzitting bij. Derrick Veira en Nailah van Dijk zijn de andere twee advocaten van het team. Brondenstein, Gefferie en Dendoe, die zich na hun veroordeling hadden aangemeld voor het uitzitten van hun straf, waren vanuit het gevang meegevoerd naar de zitting. Bouterse en Dijksteel zijn voortvluchtig.
“Dit proces heeft geen enkele invloed op de uitvoering van het vonnis”
Dubois legt uit dat een raadkamerzitting betekent dat de zaak achter gesloten deuren wordt afgewikkeld en hij daarom niet kan ingaan op wat er daar is gezegd. Er zijn wel afspraken gemaakt, wat voor hem een volledige behandeling van het beroepsschrift is.
De vervolging (het Openbaar Ministerie) heeft op de eerste zitting een reactie overhandigd aan het HvJ. De advocaten hebben nu de gelegenheid een tegenreactie in te dienen op 30 januari. Daarna krijgt de vervolging weer de gelegenheid om op 6 februari een tegenreactie in te dienen. De zitting zal dan fysiek worden voortgezet op 13 februari.
Alle processtukken die tot dan zijn ingediend zullen op die dag worden toegelicht. Het HvJ zal, voor zover er behoefte is, verduidelijkende vragen stellen. Dit proces wordt een administratiefrechtelijke beroepsprocedure binnen de krijgsraad genoemd.
Gedegen tegenreactie
Dubois benadrukt: “Dit proces heeft geen enkele invloed op de uitvoering van het vonnis. Alles is in zijn huidige status. Mocht het hof meegaan met ons verzoek, althans van oordeel zijn dat het beroep dat wij hebben gedaan correct is, dan betekent het dat de verdere werking van het vonnis moet worden opgeschort als uitkomst van dit proces.”
Hij meent dat het team van advocaten voldoende materiaal heeft om een goede en gedegen tegenreactie te geven op de eerdere afwijzing van de vervolging om de uitvoering van het vonnis op te schorten, totdat er een proces, waarin het vraagstuk van amnestie volledig zou zijn uitgevochten bij het Hof van Justitie, was gehouden.
Dubois legt uit dat de eerdere afwijzing van de vervolging is geschied op basis van de bevoegdheid van de procureur-generaal om een zelfstandige beslissing te nemen. “Wij hebben toen bezwaar aangetekend. De PG heeft afgewezen en nu zijn wij in beroep”, verklaart de advocaat.