DE WERELDGEMEENSCHAP HEEFT met elkaar afgesproken dat er zeventien doelen zijn die, indien gerealiseerd, burgers in staat stellen om een menswaardig bestaan te hebben. Deze punten worden de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) genoemd. Het streven is om in 2030 de meeste van deze doelen te hebben gehaald.
De Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties is de overkoepelende organisatie die wereldwijd de vorderingen bijhoudt van naties die deze duurzame doelen moeten halen. Landen doen dat door beleidsprogramma’s en sociale ondersteuning zodanig in te richten dat de SDG’s worden nagestreefd.
Surinamers die wonen in een land met één van de grootste voorraden aan zoetwater in de wereld, sluiten langzaam maar zeker aan bij de miljoenen mensen in de wereld die daar geen toegang toe hebben
Suriname is sinds de regering-Santokhi/Brunswijk aanzit begonnen met een agressieve campagne om in de belangrijkste wereldorganisaties te worden gezien. Vooral minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking is zijn cv van internationale bezoeken aan het opbouwen voor de functie van OAS-secretaris-generaal die hij al jaren ambieert.
Terwijl er in juni van het vorig jaar een jubelend persbericht wordt gelanceerd over de toetreding van Suriname bij de Ecosoc, begint ongeveer op hetzelfde tijdstip duidelijk te worden dat de Surinaamsche Waterleidingmaatschappij (SWM), de enige leverancier van leidingwater in de kuststreek, deze taak met steeds meer kunst- en vliegwerk moet uitvoeren. Investeringen zijn noodzaak, luidde directeur Clifton Lienga de noodklok.
Woensdag heeft Ramdin bij de wekelijkse vergadering van de ministerraad laten doorschemeren dat het plan van de SWM om werkelijk in aanmerking te komen voor de zeven miljoen US dollar die minimaal nodig is voor het garanderen van de dienstverlening, niet goed genoeg is. En terwijl steeds minder mensen kunnen rekenen op schoon drinkwater, komt duurzaam ontwikkelingsdoel 6 in gevaar.
Surinamers die wonen in een land met één van de grootste voorraden aan zoetwater in de wereld, sluiten langzaam maar zeker aan bij de miljoenen mensen in de wereld die daar geen toegang toe hebben. En bijzonder is ook dat terwijl er al afspraken zijn over de investering van zeven miljoen US dollar die de staat als enige aandeelhouden moet geven, het Ramdin is die precies aangeeft waarom het geld mogelijk niet komt. Het lijkt steeds vaker alsof hij meer bepaalt dan gezond is binnen dit kabinet.
Ook het onderhuids politieke spel wordt steeds duidelijker: er wordt zo weinig mogelijk geld gekanaliseerd naar ministeries en parastatalen waar de VHP geen voet in de deur kan krijgen. Het lijkt alsof die partij pas geld en andere middelen vrijmaakt als ze daar ook voordeel aan heeft en als ze mee kan kijken over de schouder van de leidinggevenden binnen die organisatie. Kortom, de Abop wordt kennelijk niet vertrouwd.
Dat de Abop op die manier nog blijft doorgaan als ‘regeringspartner’ moet die partij zelf weten. Maar het meest jammerlijke is dat ouders misschien moeten kiezen tussen eten en water kopen dan wel schoolbus betalen of water kopen. Dat is het meest zielige aan dit verhaal.