“Mi Flos Rustveld, na dya mi kon na grontapu. Ik ben opgegroeid aan de Weidestraat. We zijn een aantal keren verhuisd en vanuit Bloemendaal, waar we voor het laatst hebben gewoond, ben ik op zeventienjarige leeftijd naar Nederland vertrokken”, vertelt Flos Rustveld (68). Met een zeer aangename uitstraling is het duidelijk dat zij het Sranantongo leeft, ook in het buitenland.
Tekst Tascha Aveloo
Beeld Privécollectie/Tascha Aveloo
Rustveld heeft het Sranan op het schoolerf en in de buurt waar ze woonde leren spreken en in Nederland was het voor haar een houvast en aandenken aan Suriname. “Het is heerlijk als je in een ander land bent en je je eigen taal kan spreken. Het voelt goed aan. En als je iemand jouw taal hoort spreken in het buitenland kijk je direct op.”
“Als men iets wil zeggen in het Sranan grijpt men naar de Nederlandse didactiek. En daar gaat het mis”
Tijdens het gesprek met de Ware Tijd praat zij voor 99 procent alleen Sranantongo. Wat een verschil met vroeger: op jongere leeftijd moest ze haar mond met zeep of tandpasta reinigen als ze deze taal sprak. “Geen pak slaag hoor, dat niet, maar het was niet zo geaccepteerd als nu. Op school kreeg je strafregels: ‘ik mag geen Sranantongo praten’. Toen zei men overigens vooral Negerengels.”
Rustveld is in Suriname op bezoek en heeft woensdag tijdens de maandelijkse thema-avond van Schrijversgroep ‘77 in Tori Oso een vurig gesprek over het gebruiken, de schoonheid en kracht van het Sranantongo gehouden. Ze heeft jaren bij een bank gewerkt en schrijft veel poëzie.
De afgelopen jaren, sinds haar pensioen, kan zij haar liefde voor het Sranantongo en het promoten daarvan vooral uiten als presentator van radioprogramma’s. Zo presenteert ze samen met Nene Netsaruko, een senikon (programma, … red.) met adyersi tori en oude verhalen, maar er wordt ook stilgestaan bijvoorbeeld bij osodresi. “Elke week, tijdens ons programma ‘Sribi Switi’ bij Caribbean FM, neem ik een verhaal van een andere etniciteit en vertaal ik dat in het Sranantongo. Ik probeer altijd een odo te brengen in het programma en woorden te gebruiken die we wellicht niet meer kennen of niet vaak gebruiken. Radio noemt Rustveld ‘arki dosu’, programma is ‘senikon’ en studio is ‘karipresi’.
Nieuwe woorden
Ze heeft eerder, van 2014 tot en met 2016, met Kwasi Koorndijk het radio opbelprogramma ‘Tongo tori’ gepresenteerd. Dit sloeg zodanig aan dat ze besloot om een ‘Sranantongo bakadina’ te organiseren. “Ik heb nu mijn eigen omroep, Firi FM bij de Amsterdamse parapluzender Salto. Ik heb die naam gekozen omdat ik altijd dingen vanuit mijn gevoel doe. De eerste ‘Sranantongo bakadina’ deed zij alleen en de twee daaropvolgende in samenwerking met Naks Nederland.
Ze heeft een zoon die in Polen woont en diens echtgenote stelde voor om daar een presentatie te houden over Suriname. “Ik sprak in het Engels en zij vertaalde het in Pools. Ik heb moksialeysi en gemberbier voor de bezoekers gemaakt om Suriname te proeven. Ik had ook kakaston meegebracht.” De presentatie deed ze gekleed in een koto en ze demonstreerde hoe een hoofddoek wordt gebonden.
Rustveld heeft veel gewerkt met Koorndijk, Eddy van der Hilst en Hein Eersel. “Zodra ik iets niet zeker wist, belde ik ze. Brada Koorndijk hield ervan om nieuwe woorden voor het Sranan te bedenken.” Ze stelt dat binnen de dynamiek van de taalontwikkeling het mogelijk moet zijn om nieuwe woorden te bedenken. “Maar die moeten wel worden gedragen en gebruikt om te worden geaccepteerd in de woordenlijst. Ik wil niet overkomen als iemand die uit Nederland is gekomen en die dingen komt uitleggen, maar ik wil mensen er slechts op wijzen dat er heel wat woorden zijn die we zelf kunnen vormen, zonder het Nederlands te gebruiken.”
Het Sranantongo is een vrij beschrijvende taal. “Als men iets wil zeggen in het Sranan grijpt men naar de Nederlandse didactiek. En daar gaat het mis. De beste manier om de taal te leren beheersen is om haar vaker te spreken en zo van elkaar te leren.”
Inspiratie als deel van identiteit
In 2014 heeft Rustveld het kinderboek ‘Slaaf kindje Slaaf’ van Dolf Verroen vertaald. Over het origineel is veel ophef ontstaan. Het verhaal is namelijk geschreven vanuit de ogen van Maria, een wit meisje van twaalf jaar dat rond 1800 op haar verjaardag een slaaf cadeau krijgt rond 1800.
Het boek zou kinderen moeten aanzetten tot nadenken over het slavernijverleden, maar volgens experts zou het schadelijk kunnen zijn als kinderen dit zonder uitleg van ouders of leraren lezen. “Tijdens mijn programma probeer ik altijd verhalen te vertellen. Ik had dit boek gelezen en besloot het gedeeltelijk te vertalen. Maar het was een te sterk verhaal.”
Uiteindelijk heeft zij met behulp van Koorndijk twee jaar gewerkt aan de vertaling. Zij heeft ook een exemplaar aan Verroen overhandigd en is met hem bevriend geraakt. Het boek is in veel wereldtalen vertaald. “Ik heb er alles aan gedaan om geen leenwoorden te gebruiken, maar zo goed mogelijk middels het Sranan alles te omschrijven. Je leest over de wreedheden, hoe men toentertijd geen hart voor ons als mens had.”
Bekend is het waargebeurde verhaal van een slavenhoudster die een huilend kind met het hoofd onder water heeft gehouden zodat het zou verdrinken om het zo stil te krijgen. Het is wreed, maar echt gebeurd. “Alles wat ik denk en voel, kan ik overbrengen in het Sranantongo. Het is de taal van mijn hart. Serieus, als ik ergens kom hoor ik vaak: ‘luku tante Flos de dyaso, meki unu taki Sranantongo’. Ik moet dan lachen, want ik verplicht niemand.”
Echter, tegelijkertijd vindt ze het fijn om een inspiratie te zijn. Het is deel van haar identiteit en ze hecht er veel waarde aan omdat zij ervan uit gaat dat de nazaten van de tot slaaf gemaakte Afrikanen veel hebben verloren: hun eigen cultuur, religie en naam. “Dit is van ons, dus laten we het koesteren.”
Rusveld laat twee kleine kinderprenten zien: ‘Meti fu busi’ en ‘Meti fu boyti’. “Dan kunnen ook onze kleintjes Sranantongo woorden leren. Ik hoor van volwassen mensen dat ze niet weten wat een asaw (olifant, … red.) is.”
Ze blijft vasthouden aan de laatste, wettelijk vastgestelde schrijfwijze van 1986. In 2007 heeft zij samen met du-uma Marian Markelo, beter bekend als Nana Efua, een programma gemaakt waarbij vanuit de Afrikaanse traditie werd gekeken naar rituelen die horen bij de levensfasen van de mens: zwangerschap, geboorte, volwassenwordingsrituelen, huwelijk, sterven, winti en dergelijke. “Het zijn uiteindelijk twintig afleveringen geworden en de uitbaters van de Bijlmer Bookstore in Amsterdam, zullen van deze programma’s een boek samenstellen in zowel het Nederlands als Sranantongo.”
