Taal is een gevoelig vraagstuk en gaat gepaard met heel veel emotie. Dat was duidelijk te merken bij de lezing met paneldiscussie van de Nationale Taalraad Suriname (NTS). Professor Franklin Jabini, die als lid van de raad de avond aan elkaar praatte, kreeg het er knap moeilijk mee, omdat de zaal was verdeeld in twee kampen. Jabini zei aan het einde: “We zijn het niet met elkaar eens, maar hebben erover gesproken en dat is belangrijk, natuurlijk.” Hij heeft er voor gekozen de avond niet samen te vatten.
Tekst en beeld Euritha Tjan A Way
‘Concordantie in spelling’ was de titel van de lezing die vrijdag plaatsvond in het Nationaal Archief Suriname. NTS-voorzitter Renata de Bies hield de inleiding. “Het taalbeleid moet een bepaalde ideologische grondslag hebben en wij hebben in Suriname de grondslag eenheid in verscheidenheid, want we hebben inderdaad veel talen in Suriname. Ons voorstel als Taalraad is om ervan te maken: verscheidenheid in eenheid. Verschillende talen die een bepaalde spellingswijze hanteren bij overeenkomende klanken.”
“Dat is waar we nu tegen aankijken: taalliefhebbers die het populair kunnen uitleggen en linguïsten die het wetenschappelijk, maar dan wel minder begrijpelijk uitleggen”
Daar komt het concordantieprincipe bij kijken, wat inhoudt dat de spelling van woorden die dezelfde klank hebben op één bepaalde manier worden geschreven. “Dat maakt aanleren van één van de moedertalen die er in Suriname is ook makkelijker. Want als je de klank herkent en je schrijft het op een bepaalde manier in bijvoorbeeld het Sarnami, dan schrijf je het ook op die manier in het Sranan. Dan kan je dat makkelijker leren”, legde De Bies uit.
De NTS-voorzitter stelde voor om de spelling van bepaalde woorden aan te pakken, zoals die worden geschreven in het Engels. Dit omdat die taal internationaal gangbaar is en ook minder emotie met zich mee zou brengen als bijvoorbeeld het Nederlands, dat een koloniale invloed kan weergeven.
Oneens
Ismene Krishnadath, voormalig voorzitter van de Schrijversgroep ‘77 en ook uitgever, is het oneens met de voorstellen van de NTS die betrekking hebben op de veranderingen die in dat geval zouden gelden voor het Sranan. Zij en een deel van de vrijdag aanwezige toehoorders leggen uit dat er meer frictie zal ontstaan op zo een manier. “Kijk maar naar de ‘oe’ en de ‘u’. In het Nederlands schrijven we ‘oe’, maar de officiële spelling van het Sranan zegt dat we voor de ‘oe’ de ‘u’ gebruiken. Kinderen leren op school schrijven in het Nederlands, dus de ‘oe’. Vandaar dat ze in het Sranan ook de ‘oe’ aanhouden, maar dat is fout”, zegt zij.
Krishnadath vervolgde: “Als we nu de spelling van bepaalde klanken zouden richten op het Engels, terwijl de kinderen dat nu al leren in het Nederlands, hoe gaan de kinderen vandaaruit de moedertaal makkelijker leren?” Op de vraag of daar wetenschappelijk onderzoek naar is geweest, gaf De Bies als antwoord dat er literatuur is op basis waarvan de voorstellen gedaan worden.
Krishnadath legt ook uit dat de Sranangebruikers nu alleen nog een verschil van mening hebben over het gebruik van de ‘y’ in plaats van de ‘i’. “Boi en boy; de raad zegt in zijn voorstellen nu wel akkoord te gaan met de ‘y’, maar vervolgens zijn een heleboel andere dingen die de raad door wil voeren in de taal die het ingewikkelder maken. ‘Syen’ wordt ‘Shen’, zoals bij Shanti met de ‘sh’ en ‘Ty’ wordt ‘Ch’ zoals in ‘Chula’.”
Syoro
Het initiatief Syoro, waartoe Krishnadath ook behoort, heeft een protestbrief gestuurd naar de Nationale Taalraad Suriname en is gebelgd over het feit dat antwoord daarop uitbleef. “Op deze manier concorderen we naar het Engels toe en dat is hetzelfde als naar het Sarnami toe. Omdat, toen India overging op het nu gangbare alfabet, het een kolonie was van Engeland en de spelling ook zeer Engels was. Het Sranan heeft al een eigen eenduidige spelling, laten we die aanhouden. Je vraagt aan een Fransman toch ook niet om de spelling even in lijn te brengen met het Engels”, zegt Krishnadath.
Jabini zegt dat deze zienswijze niet juist is. “Tijdens de avond wilde de NTS het vooral hebben over het beginsel. Welk beginsel gaan we gebruiken voor de talen die we spreken en schrijven in Suriname. Wat is voorgesteld door de linguïsten is het concordantie beginsel gebaseerd op het internationale fonetische alfabet.” Daarbij gaan linguïsten na wat de correcte schrijfwijze is van een bepaalde klank en hoe de verschillende talen die schrijfwijze aanpakken.
Jabini betreurt het dat vrijdagavond vooral is gekeken naar details. “Spelling is een detail. We willen een beginsel kiezen om door te gaan. Ik zie niemand die een ander beginsel aandraagt”, voert hij op. Het NTS-lid spreekt tegen dat de Sranan Akademiya-gedachte, die de groep Syoro aanhangt, linguïstisch correct is.
Zij gaat uit van de schrijfwijze ‘Sy’ en ‘Ty’ bijvoorbeeld voor ‘syen’ en ‘tye’. “Eddy van der Hilst, die de geestesvader is van de Sranan Akademiya, was een taalliefhebber, geen linguïst. Dat is waar we nu tegen aankijken: taalliefhebbers die het populair kunnen uitleggen en linguïsten die het wetenschappelijk, maar dan wel minder begrijpelijk uitleggen. Maar zij zijn wel de experts.”
Jabini zegt dat de NTS wil voorkomen dat wat in 1986 gebeurde zich herhaalt. “Toen kwam er een officiële spelling en Van der Hilst begon met het geven van les in Sranan op zijn manier.”
Enorme kosten
Krishnadath stipt het punt aan van de enorme kosten die gepaard zullen gaan met een geheel nieuwe spellingwijze van het Sranan. “En de enorme hoeveelheid boeken die al geschreven is in het Sranan. Moeten we die dan als oude spelling gaan aanhouden. Dit gaat vreselijk veel kosten”, zegt zij.
Ruth San A Jong, directeur van Schrijversvakschool Paramaribo, vroeg aan minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Henry Ori wanneer hij denkt dat de bevindingen van de NTS zullen worden bekrachtigd. “Wij die schrijvers zijn, wachten daar echt op”.
Ori: “Als het aan mij ligt eind van dit jaar nog. Ik laat me leiden door de aanbevelingen van de taalraad, maar ik zie wat beren op de weg. Ik zie conflict; althans in mijn agenda zie ik dat.”