INGEZONDEN
“Zoals wij nimmer een schip onder commando moeten plaatsen van iemand die niet is geschoold in navigatie of een leger onder bevel van een generaal zonder militaire training, zo moeten wij onze ambassades ook nooit plaatsen in handen van personen, die geen kennis hebben van de verschillende aspecten van de diplomatie”. Suriname heeft na de onafhankelijkheid geen bestand kunnen opbouwen van goede, ervaren en deskundige diplomaten.
President Chandrikapersad Santokhi verklaarde bij de COP 28 dat Suriname werkt aan expertise- en capaciteitsopbouw voor onze bos en biodiversiteit, maar al ruim 48 jaar weigert het land, ook president Santokhi, aan expertise- en capaciteitsopbouw van onze diplomatie te werken. De reden hiervoor is hoofdzakelijk dat iedere keer als het politieke roer in ons land omslaat, onze presidententen en ministers van Buitenlandse Zaken ertoe overgaan hun eigen selectie van nieuwe diplomaten, bijna allen amateurs, te benoemen. Het selectieproces en de standaarden bij deze benoemingen zijn niet bekend bij de gemeenschap. Het lijkt een heel diepgeheim te zijn.
“Ik ween om diplomaten in de knop gebroken en vergaan voor zij tot bloei kunnen komen”
Vrijnaar Willem Kloos
Een blik buiten onze grenzen leert ons het volgende:
De Verenigde Staten van Amerika
Iedere Amerikaanse burger kan op de website van het State Department (het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken) alle informatie vinden die nodig is om in aanmerking te komen voor het beroep van diplomaat. Vanaf de eerste aanmelding wijst het State Department alle kandidaten erop dat van hen wordt verwacht dat zij overal naartoe moeten gaan waar zij worden gestuurd, zelfs naar plaatsen waar familieleden niet kunnen meegaan vanwege politieke instabiliteit of andere ongunstige omstandigheden.
Nadat succesvol de eerste examens voor opname in de Amerikaanse buitenlandse dienst zijn afgerond, volgt nog een proces dat zes tot 24 maanden kan duren, voordat men wordt geplaatst op één van de ruim 260 Amerikaanse missies in het buitenland.
Alle – ook door de president voorgedragen ambassadeurs – moeten de goedkeuring krijgen van de Amerikaanse volksvertegenwoordigers. De president heeft het recht van veto, maar hij maakt daar zelden gebruik van omdat hij niet in onmin wil leven met de volksvertegenwoordigers.
Indonesië
Het uitgangspunt van het Indonesische parlement (DPR) is dat “de benoeming van ambassadeurs een nationale aangelegenheid is omdat de reputatie van de republiek Indonesië op het spel staat als niet alle ambassadeurs bekwaam, competent en integer zijn”. De DPR erkent het prerogatief van de president om kandidaat-ambassadeurs voor te dragen “maar hij mag de buitenlandse posten niet veranderen in geschenken voor partijleden en loyaliteit stellen boven competentie”.
De voorgedragen kandidaten worden allen in het DPR tijdens de zogenaamde fit and proper test uitvoerig besproken om na te gaan als zij ambassadoriaal zijn en geschikt om in bepaalde landen te worden benoemd. Het DPR heeft geen vetorecht, maar een afwijzing is een ernstige boodschap voor de president om de voordracht in te trekken.
Argentinië en Mexico
In Argentinië moet iedere, nieuw voorgedragen ambassadeur de goedkeuring krijgen van het parlement waar zijn ingediend werkplan wordt besproken. Hij/zij kan worden afgewezen en bij goedkeuring vindt zijn beëdiging plaats in het parlement.
In Mexico moet iedere keer als een ambassadeur voor een nieuwe standplaats wordt voorgedragen het parlement zijn goedkeuring verlenen en voor iedere detachering moet de kandidaat telkens zijn werkplan voorleggen aan het parlement.
India
Jaarlijks melden zich in India circa vierhonderdduizend personen aan voor een functie bij de Indiase ambtenarij en de buitenlandse dienst. Na een zeer zwaar toelatingsexamen worden uit de aanmeldingen ongeveer driehonderd tot vierhonderd personen geselecteerd, van wie de beste vijftig doorstromen naar de administratieve en buitenlandse dienst. Dit proces duurt vijftien tot twintig maanden.
Uit de groep van de beste vijftig worden op jaarbasis acht tot vijftien personen opgenomen in de buitenlandse dienst. Na aanname ondergaan de kandidaten een grondige training. Deze fase is eigenlijk een proefperiode. De kandidaten worden aangeduid als ‘probationers’, dat wil zeggen, op de proef aangenomen employés. Tijdens deze training maken de kandidaten middels veldbezoeken kennis met vele Indiase bedrijven.
Het hele trainingsprogramma duurt circa 36 maanden. Aan het einde van de training krijgen de kandidaten een verplichte, vreemde taal (geen Engels) toegewezen. Na een korte periode op het ministerie van Externe Betrekkingen in New Delhi, wordt de kandidaat geplaatst op een post waar de gekozen vreemde taal wordt gesproken. Daar ondergaat de kandidaat zijn verdere taaltraining om zijn vloeiendheid te ontwikkelen, waarna een examen moet worden afgelegd. Pas na het slagen voor dat examen kan de kandidaat verder gaan in de buitenlandse dienst.
Singapore
In Singapore worden via advertenties (zie afbeelding uit The Straits Times van 19 juli 2008) pientere personen opgeroepen om een rol te spelen in de diplomatieke dienst van het land. Deze advertenties zijn zeer typisch voor Singapore, waar de leiding van het land altijd op zoek is naar de beste talenten om te worden ingezet voor de ontwikkeling van deze eilandstaat. Zo kreeg Singapore een zeer professionele diplomatieke dienst.
Het beleid van Singapore is altijd geweest om voor het beste te kiezen wat erin heeft geresulteerd dat het in 1965 onafhankelijk geworden land thans tot één van de meest ontwikkelde landen ter wereld behoort.

Suriname
In de eerste helft van 1975 riep de toenmalige Surinaamse regering onder leiding van Henck Arron via advertenties belangstellenden op voor een functie in de diplomatieke dienst. Gevraagd werd naar kandidaten, die onder meer een universitaire opleiding hadden afgerond en geen veroordelingen op hun naam hadden staan. De kandidaten werden eerst onderworpen aan een schriftelijk examen dat was toegespitst op de kennis van vreemde talen. De geslaagden van dat examen verschenen daarna voor het mondelinge gedeelte, dat werd afgenomen door een daartoe speciaal ingestelde commissie.
De gevolgde werkwijze illustreerde dat premier en minister van Buitenlandse Zaken Henck Arron in tegenstelling tot alle latere Surinaamse regeringsleiders en Buza-ministers niet heeft gehandeld alsof hij de wijsheid in pacht had om zelf kandidaten te selecteren voor de buitenlandse dienst. Hij heeft dat in handen gelegd van een onafhankelijke commissie met een in de samenleving hoog aangeschreven status.
Na 1975 zijn in Paramaribo in 1981, 1986 en in 1993 opleidingen geweest waarbij middels advertenties belangstellenden voor de buitenlandse dienst werden opgeroepen. Voor de periode 1975-1993 kan worden gezegd dat in principe alle Surinaamse mannen en vrouwen de kans hadden om zich aan te melden voor een opleiding voor een functie in de Surinaamse diplomatieke dienst (zie de advertentie van 22 juli 1993 in Dagblad De West, waarbij alle Surinamers worden opgeroepen voor deelname aan de opleiding voor junior-diplomaten en waarvoor duidelijk de vereisten zijn aangegeven).
Vanaf 1996, 2000, 2005, 2010, 2015 en 2020 zijn kandidaten voor de diplomatieke dienst geselecteerd door voornamelijk de politieke partijen die de regeercoalitie vormen. Dus vanaf 1996 is er geen sprake geweest van een open kans voor iedere Surinamer om in aanmerking te komen voor deelname aan een opleiding voor een functie in de diplomatieke dienst van het land. Dat is voorbehouden aan alleen partijleden!
De republiek Suriname maakte in 1975 een serieus begin voor een professionele diplomatieke dienst, maar gaandeweg werd hiervan afgestapt en zijn onze politieke leiders overgegaan tot plaatsing en benoeming van familie, vrienden en partijloyalisten, voornamelijk amateurs, op onze buitenlandse posten. Suriname stapte af van het pad van het professionalisme en is de weg ingeslagen van het amateurisme.
In Suriname is het heel makkelijk om diplomaat te worden. Er zijn geen specifieke standaarden, er is geen transparant selectieproces en er worden ook geen examens afgenomen om diplomatieke kennis en vaardigheden te toetsen. Ook geen talentest noch computerkennis. De benoeming tot diplomaat is een zuiver politieke aangelegenheid. Onze volksvertegenwoordigers, met andere woorden De Nationale Assemblee heeft in essentie ook geen enkele inbreng in de selectie en benoeming van ambassadeurs.
In november 2018 kreeg Suriname een wet op de Buitenlandse dienst. Men zou denken dat de 51 leden van De Nationale Assemblee met de wet in de hand president en zijn minister van Buitenlandse Zaken uitleg zouden kunnen en moeten vragen om hunkeuzes van ambassadeurs nader toe te lichten. Dat is, voor zover bekend, nooit gebeurd!
Als in 2025 deze regering moet opstappen, beginnen wij weer van voren af aan. De huidige groep van politiek-benoemde diplomaten door president Santokhi zal plaats moeten maken voor een door het volgende staatshoofd benoemde nieuwe groep. Zo is Suriname in de final analysis de grote verliezer waarbij vergeefse inspanningen en offers zijn gepleegd en gebracht door het Surinaamse volk. De republiek Suriname zal met deze voorbijgestreefde verouderde politieke traditie nimmer een bestand kunnen opbouwen van ervaren en deskundige diplomaten.
Rudie Alihusain
De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.