Eind vorig jaar is een facsimile-uitgave verschenen van het bekende boek van Pierre Jacques Benoit, gedrukt te Brussel door de Societé des Beaux Arts in 1839. De presentatie van dit geweldige boek in Suriname vond plaats op 12 december 2023 in het Nationaal Archief. Voordat er ingezoomd werd op het boek, gaf Kurt de Belder een kort exposé over de Universiteitsbibliotheek Leiden, waarin een bijzondere collectie materiaal over Suriname is gehuisvest (de catalogus in online in te zien op: https://www.bibliotheek.universiteitleiden.nl/ . Er wordt steeds meer gedigitaliseerd, ook door deze bibliotheek, waardoor er meer en meer speciaal materiaal beschikbaar is gesteld voor docenten en studenten, ook in Suriname. Boekliefhebbers Carl Haarnack en Garrelt Verhoeven lichtten daarna middels een presentatie met afbeeldingen de herdruk van Benoit toe.
Waarom een herdruk?
De afbeeldingen van Benoit zijn wereldbekend, en ze worden veelvuldig afgebeeld bij teksten die de slavernij betreffen. Historica Terrazas Williams koos recentelijk nog voor een Benoitplaat voor de kaft van haar studie ‘The Capital of Women’, in Mexico (2022). De situatie is in vele kolonies vergelijkbaar, toch is het wel noodzaak er steeds bij te vermelden dat de afbeeldingen in Suriname zijn gemaakt. In 1967 heeft de uitgerij Emmering een facsimile (fotoherdruk) gemaakt, met een geannoteerde Engelse samenvatting door historica Sylvia de Groot. Deze is ook gebruikt voor de meest bekende druk van Benoit van de Walburgpers, die in de jaren ’80 een serie van belangrijke boeken over Suriname uitgaf. De platen in deze versie kwamen uit een versie van het Surinaams Museum. Jammer genoeg wel op kleiner formaat dan het origineel. Dus was het tijd voor een nieuwe druk. Deze is op groot formaat! Deze herdruk is beschikbaar gesteld voor diverse bibliotheken en scholen in Suriname. In Nederland konden mensen boeken kopen en een donatie doen zodat er exemplaren naar Suriname gestuurd konden worden. Dat is een belangrijke actie. Omdat het boek zo prijzig is (voor eind 2023 E75, en nu E99). Helaas is dat voor veel lezers hier te lande een te hoge prijs om aan te schaffen. Mogelijkheden tot inzage in onze bibliotheken en musea zijn dus heel belangrijk.
Oorspronkelijke uitgave
De eerste uitgave was in het Frans, en er volgde al snel een Nederlandse vertaling. Deze werden als een soort feuilleton in 10 katernen de samenleving ingestuurd vanwege (ook toen) de enorm hoge kosten. Hier kon de koper een abonnement op nemen, zodat de drukker ook gegarandeerd was van de afzet. De katernen kon men dan later in laten binden in een band. In Nederland wilde de Maatschappij der Schonen Kunsten zo de vertaling drukken, maar na de eerste aflevering zag de drukker ervan af. De Franse editie is gelukkig wel compleet.
Naast de zwart-wit uitgave zijn er een aantal exemplaren ingekleurd, dat gebeurde met de hand, en leverde nogal wat diversiteit in kwaliteit op omdat elk exemplaar anders is afgewerkt. Het Surinaams Museum heeft een hele mooie editie, maar ook boekverzamelaar Kenneth Bouman in België, en Haarnack zelf.
Benoit tekende situaties van personen en locaties in Paramaribo en districten. Er is nog een enkele originele tekening terug gevonden. Haarnack vertelde dat er in het drukwerk bepaalde zaken wat exotischer zijn voorgesteld, zo werd bijvoorbeeld een hond veranderd in een slang. De tekeningen werden door lithomakers Madou en Lauters door middel van nieuwe technieken overgezet op steen, en dit procedé werd aangewend om zwart-wit afdrukken te maken.
Inhoud
Dit boek van groot formaat bestaat uit diverse delen. Allereerst het voorwoord door auteur Ellen Ombre. Dan volgt
(deels) nieuwe informatie over tekenaar, auteur en inhoud, verzameld en beschreven door Haarnack en Verhoeven. Benoit (1782-1854) was afkomstig uit een juweliersfamilie uit Antwerpen. Hij was de tekenaar, maar uit onderzoek is gebleken dat hij zelf niet de auteur was. André van Hasselt heeft de tekst geschreven, (naast het voorwoord) en analyse toont aan dat er delen – enigszins herschreven – overgenomen zijn uit werk van eerdere schrijvers, zoals Fermin, Herlein of Stedman. Dit deel is voorzien van uitgebreide noten en verwijzingen.
Daarna volgt de originele tekst in het Frans, afgedrukt in negen hoofdstukken, zoals in de originele uitgave. Vervolgens het hoofdbestanddeel van het boek: de prachtige afbeeldingen, op oorspronkelijke grootte. Voor dit boek is het exemplaar van Haarnack zelf gefotografeerd. Vervolgens heeft Ger Leppers een nieuwe vertaling naar het Nederlands verzorgd, met ter aanvulling verluchtigd met platen van andere kunstenaars (onder andere Schouten en Bray) die overeenkomstige situaties hebben afgebeeld. Benoit moet de tekenaar en dioramamaker Gerrit Schouten, die in 1839 overleed, zeker zijn tegengekomen in het kleine Paramaribo.
Een geromantiseerde insteek?
Zeker na de afschaffing van de slavenhandel liepen de opbrengsten van de plantages terug, en werd er gezocht naar investeringen in Nederland. Grote handelshuizen kwamen in beeld, maar ook kleinere investeerder werden aangetrokken om hun geld in de kolonie te beleggen. In deze periode werden er volgens S. Gikandi in zijn studie ‘Slavery and the Culture of Taste’ (2011) schilderijen en boeken gemaakt om een indruk te geven van wat die nieuwe uitdaging te bieden had. Gesuggereerd wordt, dat de gruwelen van de slavernij er uitgelaten werden om een geromantiseerd realiteit neer te zetten om de geldschieters niet af te schrikken. In dit kader wordt ook wel gezegd dat de platen van Benoit te mooi waren om waar te zijn. In deze uitgave wordt deze mening deels ondersteund, eerder geventileerd in studies van Kolfin, Medendorp en Lègene (alle rond 1997). Door recente bestudering van specifieke vrouwenlevens echter, kan er een nuancering van het bestaand narratief over de constante onderdrukking ontstaan, omdat blijk dat een aantal gemanumitteerde vrouwen wel degelijk mogelijkheden hadden om op de maatschappelijke ladder te stijgen. Dat zij hun weelde wilden tonen door bijvoorbeeld wijde rokken te dragen, zoal te zien is op de platen. Deze zijn ontwikkeld tot de koto. Overigens is de dame die voor op de roman over Elisabeth Samson staat (van Cynthia Mcleod) niet representatief, omdat zij geen schoenen draagt en dus een slavin was. Vrije vrouwen droegen schoenen. Stoffen ware belangrijk voor vrouwen, en zo heeft Benoit ze afgebeeld in het straatbeeld.
Wat lezen we erin?
Slavernij was een verwerpelijk systeem omdat het tot enorme willekeur kon leiden. Maar de dehumanisering was niet compleet, en niet iedereen leefde onder de constante druk van geweld. Zo bestond Suriname niet uit gesegregeerde gemeenschappen, waarin zwart en wit niet met elkaar omgingen. Er was geen scheiding van kleur, en ook niet van klassen. Vanuit de huidige veroordeling van het systeem zijn we geneigd om negativiteit in elke handeling of elk gedrag te lezen. Maar we moeten ook durven te onderkennen dat er liefde was tussen verschillende partijen in de Surinaamse samenleving. Liefde die kon leiden tot een betere positie van kinderen, geboren uit blanke vaders en zwarte of gekleurde moeders. We zijn bang om liefde te vermelden in de donkere context van de geschiedenis van de slavernij, maar die was er wel degelijk. Ellen Ombre vraagt zich in haar voorwoord af of Benoit even hormonaal was als J.G. Stedman, die rond 1772 in Suriname was, en een ‘kind verwekte bij een slavin’. In de beschrijving – en afbeelding – van Stedman van deze slavin Joanna, heb ik zelf veel liefde gelezen, geen lust. Ik ben dan ook blij dat Haarnack en Verhoeven spreken van Susanna, als geliefde van Nicolaas Lemmers.
Slavin
Het meest opzienbarende dat het nieuwe onderzoek dat is uitgevoerd naar aanleiding van deze heruitgave heeft opgeleverd, houdt verband met de afbeelding van de slavenvendu. Hierop is een groepje mensen te zien met in het midden een slavin met kinderen. Benoit was in 1830-31 in Suriname, en men is in de archieven de slavenveilingen nagegaan. De locatie van de bezichtiging van de goederen en slaven van plantage Kweekhoven was bekend, en wel op het erf van Ijsbreker, die ook op de tekening staat. Hij is herkend door tijdgenoot Teenstra. Nicolaas Lemmers, mede-eigenaar van de plantage, had een relatie met (waarschijnlijk) Susanna, ook Santje genoemd. Helaas overleed hij onverwacht in 1828, voordat hij haar had gemanumitteerd. De status van kinderen was gelijk aan die van de moeder: als zij nog slavin was, verkeerden de kinderen ook in slavernij. En zij mochten niet los van elkaar worden verkocht in Suriname. Door het overlijden van Lemmers werden de moeder en haar kinderen op deze veiling (als deel van de boedel, waaronder een aantal privéleven) dus verkocht aan de hoogste bieder. Een trieste vertoning.
De mooiste
Dit is absoluut het mooiste boek van de afgelopen jaren. Uitgeverij Terra is een kostbaar avontuur aangegaan, waarvan ik hoop dat er ook notie zal worden genomen door een breed publiek in Suriname. Zelfs het schutblad is een prachtige gemarmerde omslag in bruin- en geeltinten, zoals vroeger. Wel vind ik het persoonlijk jammer dat er in de beschrijvende en analytische tekst het woord neger tussen ‘…’ staat, en slaafgemaakten is gebruikt in plaats van slaven. De oorsprong van het werk van Benoit ligt in 1830, in archieven en publicaties worden deze woorden neutraal gebruikt zonder negatieve connotatie. Ik pleit er sterk voor dat ook uitgevers zich dit realiseren, en auteurs vrijlaten in hun keuzen in taalgebruik. Desnoods met een korte uitleg in een disclaimer. Deze politiek correcte veranderingen voegen niets toe aan de inhoud, en verdoezelen de geschiedenis juist.
[Hilde Neus]
Mildred Caprino vertelde tijdens de presentatie waarom dit boek zo bijzonder is. In het verleden schreef zij een gedicht over de ‘onvatbare’ Benoit.
‘BELEZEN LEVEN’ door Carl Haarnack
Austerlitz, door W.G. Sebald
Het is onmogelijk één boek te noemen dat de meeste invloed op mij heeft gehad. Ik ben door veel schrijvers en boeken gevormd. Er is één boek dat echter een grote indruk op me gemaakt heeft: het boek Austerlitz van W.G. Sebald (1944-2001). Hij werd geboren in Beieren (Duitsland) en studeerde Duitse en Engelse literatuur o.a. aan de universiteit van Freiburg. Sebald doceerde literatuur aan de Universiteit van Manchester en de Universiteit van East Anglia. Austerlitz verscheen in 2001. Kort na publicatie overleed Sebald bij een auto-ongeluk bij Norwich.
Op de eerste pagina’s wordt direct duidelijk dat het in dit boek draait om geschiedenis en herinnering en om de spanning tussen feiten en fictie. In Austerlitz lezen we het verhaal over Jacques Austerlitz, een in Londen wonende architectuurhistoricus en zijn zoektocht naar zijn afkomst en identiteit. Austerlitz komt tot de ontdekking dat hij als kind van Joodse ouders in Praag werd geboren. In 1939 werd hij, vier jaar oud, op transport gezet om zo aan de jodenvervolging te ontsnappen. Als kind werd hij geadopteerd door een priester-echtpaar in Wales. Austerlitz reist naar Praag en door Duitsland en probeert zo zijn levensverhaal te reconstrueren. Dit wordt niet direct door hemzelf verteld.
Sebald laat deze geschiedenis door een anonieme verteller tot ons komen. Hem ontmoette Austerlitz voor het eerst in 1967 in de wachtruimte van het treinstation van Antwerpen. In de dertig jaren die daarop volgden ontmoetten beide elkaar een aantal keren, o.a. in Praag, Londen en Parijs, en ontwikkelt er zich een vriendschap. Naarmate de tijd verstrijkt vertelt Austerlitz meer over zijn levensverhaal en zijn zoektocht naar zijn identiteit. Het persoonlijke vermengt zich met de grotere wereldgeschiedenis. In Praag vindt hij zijn voormalige kinderoppas Vera. Die vertelt hem over zijn jeugd en zijn ouders. Zijn moeder Agata was operazangeres die naar Theresienstadt gedeporteerd werd en waarschijnlijk in een concentratiekamp omgebracht. In een Nazi propagandafilm uit 1944 herkent Austerlitz zijn moeder.
De lezer krijgt de bredere context (zoals de verschrikkingen van de Jodenvervolging) voorgeschoteld in combinatie met echt bestaande personen en dat in een bijzonder knappe literaire vertelling. Het boek is ook doorspekt met foto’s. Sebald geeft je de indruk dat je een zeer realistisch en waargebeurd verhaal leest maar het is grotendeels fictie. Hij speelt met de tijd waardoor verleden, heden en toekomst gelijktijdig door de lezer waarneembaar zijn. Als geen ander maakt Sebald het duidelijk hoe moeilijk het is om het verleden te benaderen en deze in tekst vast te leggen. Austerlitz is, zoals de auteur later zelf zou verklaren, niet zomaar een historische vertelling, literatuur of sociologie maar een combinatie van vele disciplines.
Het boek maakte grote indruk om mij omdat het een hybride boek is, een mengeling van feiten en fictie. Het is prachtig geschreven. Tegelijkertijd zet het ons aan het denken over geschiedenis. In een interview waarschuwde Sebald dat we onszelf soms voor de gek houden door te denken dat we kennis (over het verleden) hebben, maar dat we deze vaak verzinnen om het passend te maken aan onze wensen en op die manier een coherent verhaal construeren om onszelf te kalmeren. In die zin dwingt Austerlitz de lezer misschien ook tot een zekere bescheidenheid bij onze benadering van de geschiedenis.
We zijn meer dan ooit bezig met geschiedenis, vooral met de koloniale geschiedenis. Die gaat soms gepaard met trauma’s en hebi’s. Het klinkt misschien gek uit de mond van iemand die het documenteren van de Surinaamse geschiedenis tot zijn levenstaak heeft gemaakt maar er schuilt ook een gevaar in een te grote focus op geschiedenis. Hier citeer ik Ellen Ombre (1948) in dagblad Trouw (2022): “Waar we voor moeten uitkijken is dat we niet gebukt gaan aan een overvloed van geschiedenis. Dat kan heel funest zijn. Joden en zwarte mensen hebben zo’n overvloed gemeen. De geschiedenis kan er met je vandoor gaan als je er je identiteit aan ontleent. Wat ‘identiteit’ ook mag betekenen. Het is op zijn minst iets dat ontelbare facetten kent.”