Om te komen op een bruto binnenlands product van zes miljard US dollar in 2031 moeten de visserij-, kleine goud-, rijst- en houtsector samen een groei van 10 procent per jaar realiseren. Dat zal een inkomen van tienduizend US dollar per hoofd van de bevolking opleveren en de armoede moeten terugdringen. Daarvoor zijn op korte termijn beleid, kennis en kapitaal nodig.
Tekst Kenneth Sukul
Beeld dWT archief
Landen als Noorwegen met ruim dertigduizend arbeiders in de visindustrie exporteren voor tien miljard US dollar per jaar aan visproducten. Suriname realiseerde in 2022 een export van 34 miljoen US dollar met ruim negenduizend arbeiders in de sector. Dat is nog niet eens 1 procent van de export van Noorwegen. Er is dus ruimte om de inkomsten uit de sector te verbeteren.
“Rond de visserijsector hangt, net als bij de goudsector, een waas van geheimzinnigheid”
Huidige situatie
Volgens een rapport van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Natiesuit 2019, zouden er in 2017 totaal 6.100 mensen in de Surinaamse vissector werken, van wie 3.800 vissers met een vangst van 47.000 ton vis en garnalen. Daarvan kwam tienduizend ton vis terecht op de lokale markt bij een consumptie van 17,7 kg per persoon per jaar.
In hetzelfde rapport staat dat er in 2017 voor 107 miljoen US dollar is geëxporteerd. Volgens cijfers van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) exporteerde de sector tussen 2018 en 2020 gemiddeld 35.000 ton per jaar met een waarde van ruim veertig miljoen US dollar.
In 2022 zou de export nog slechts 34 miljoen US dollar bedragen. Dat is 15 procent minder ten opzichte van 2020 en 76 procent minder dan in 2017, terwijl het aantal uitgegeven vergunningen bijna is verdubbeld.
Parmanand Sewdien, de huidige minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), vertelt al drie jaar dat er jaarlijks vis ter waarde van veertig miljoen US dollar naar Guyana wordt gesmokkeld. Tot heden is er van Surinaamse zijde niets gedaan om dat te voorkomen. Guyana zou een export van 86 miljoen US dollar per jaar hebben en Suriname met zijn eigen vis beconcurreren op de wereldmarkt.
De huidige vangst (inclusief de lokale markt en smokkel) zou per jaar nu ruim tachtigduizend ton moeten zijn. Het grootste gedeelte van de vangst komt voor rekening van Guyanezen, gevolgd door Venezolanen, Koreanen en Chinezen. De verwerking geschiedt door Surinamers, Guyanezen en Cubanen.
Door de vermoedelijke verdubbeling van het aantal uitgegeven visvergunningen mag worden aangenomen dat het aantal vissers nu tegen denegenduizend moet liggen. Er wordt gevist met SK-boten (Guyanese model boten voor de kustvisserij) en trawlers.
Eigendom van het volk
Aan de Visserijdienst is een maand lang gevraagd naar informatie over de sector, zoals hoeveel visvergunningen zijn uitgegeven en aan wie, maar het diensthoofd reageerde niet. Rond de visserijsector hangt, net als bij de goudsector, een waas van geheimzinnigheid.
Aan de Geologische Mijnbouwkundige Dienst van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen was eerder gevraagd hoeveel goudconcessie er zijn uitgegeven. Toen werd geantwoord dat de informatie niet kon worden verstrekt omdat die te gevoelig zou zijn. Op de publicatie van het contract tussen Staatsolie en APA/TotalEnergies wacht de samenleving nog steeds, ondanks herhaaldelijk aandringen.
Volgens de Grondwet (artikel 41) zijn alle natuurlijke hulpbronnen eigendom van het volk van Suriname. Echter, steeds weer blijkt dat ditzelfde volk niet mag weten wat opeenvolgende regeringen met zijn eigendom doen.
In 2006 werd het hoofd van de Visserijdienst veroordeeld tot gevangenisstraf vanwege het aannemen van steekpenningen bij het verstrekken van visvergunningen. Medewerkers van de dienst laten vissers vrijelijk kleine vissen op de markt brengen en staan daarmee toe dat er wordt gevist met verboden netten.
Vissers varen van Suriname naar Guyana zonder dat er controle is op wat naar en vanuit het buurland wordt vervoerd. In 2015 werden er patrouilleboten aangeschaft om de exclusieve economische zone van Suriname te bewaken. Maar helaas, … vandaag de dag wordt nog steeds voor veertig miljoen US dollar aan vis weg gesmokkeld.
Dat er meer aan de hand is in de Surinaamse viswateren blijkt uit een interview van de toenmalige minister van Justitie en Politie Jennifer van Dijk-Silos in 2016. Zij zou informatie hebben gehad van de Amerikaanse Anti-drugscontroledienst, DEA, dat er drugs op zee werd gedropt.
Chinese trawlers
De vele overvallen en gruwelijke moorden van vissers op zee tot 2019 spreken ook boekdelen. Daarbij was zeer opvallend het bezoek van de Guyanese burger Bharrat Jagdeo aan Nieuw-Amsterdam te Commewijne om zijn ‘medeleven’ aan de vissers te betuigen. Deze zelfde Jagdeo, nu vicepresident, eist dat Suriname 150 visvergunningen moet verstrekken aan Guyanese vissers. Daarbij gebruiken hij en de Guyanese minister van Visserij elk moment dat Suriname buitenlandse gasten ontvangt of te gast is in de Caricom om de Surinaamse regering voor onbetrouwbaar en de minister van LVV voor corrupt uit te maken. Op de vraag aan minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerkingwaarom de regering dat toelaat antwoordde hij dat het een politieke kwestie is.
Een soortgelijke situatie deed zich ook in november 2018 voor. Toen kwamen zes Chinese trawlers naar Suriname. Zij verklaarden dat ze de toezegging hadden om in Surinaamse wateren te mogen vissen. Dat er een toezegging was gedaan, bleek uit het feit dat de Surinaamse autoriteten de boten keurde. Daarbij was gebleken dat de boten niet voldeden aan de Surinaamse wettelijke voorwaarden. De Chinese vissers stapten naar de rechter om hun gelijk te halen, maar hun eis werd afgewezen. Echter, ze vertrokken niet.
Deze zaak stonk zodanig dat de minister van LVV de opdracht had om alleen in een ‘comité-generaal’, dat is een besloten vergadering met alleen ministers en assembleeleden, informatie te verstrekken. Uiteindelijk vertrokken de Chinese trawlers eind juni 2019. Volgens bronnen gebeurde dat nadat zij de miljoenen dollars die ze zouden hebben betaald om in Suriname te mogen vissen, terug hadden gekregen.

Controle en verdienmodel
Voor duurzame ontwikkeling van de vissector is het van belang dat de viswateren van Suriname volledig onder controle zijn van de staat. Geen enkele boot zou Suriname mogen verlaten of binnenkomen zonder controle. Het vissen met vervalste documenten of zonder vergunning moet per direct worden aangepakt. Volgens ingewijden kan dat met goede wil snel zijn opgelost. De controle op de visnetten kan gemakkelijk door het opmeten van de aangevoerde vissen.
Hoe de regering de sector zal beschermen tegen de naar verwachting miljoenen liters olie die de olie-industrie in de zee zal lozen in de naaste toekomst, is nog onbekend. Suriname exporteert op dit moment voor veertig miljoen US dollar naar de Europese Unie, Jamaica en de Verenigde Staten. Het gaat daarbij voornamelijk om 35.000 ton aan verse vis op ijs, gerookte en gesneden vis(steak) en bevroren garnalen.
Eigenlijk is er sprake van export van grondstoffen. Met de controle op zee kan dieworden gebracht naar tachtig ton per jaar. Immers, het zijn de Surinaamse vissen die Guyana op dezelfde markten afzet.
“Guyana beconcurreert Suriname met zijn eigen vis op de wereldmarkt”
Gezien de steeds stijgende kosten bij de vangst zal zodanige verwerking/waardetoevoeging op korte termijn moeten worden ontwikkeld om te bereiken dat ook met minder vangst de inkomsten kunnen blijven toenemen voor de totale sector. Er zullen unieke en ‘luxe’ Surinaamse producten moeten worden ontwikkeld.
Als KFC en McDonald’s Amerikaanse kip- en visburgers, nuggets met een beetje friet wereldwijd aan de man kunnen brengen, moeten Roopram en Naskip dat ook kunnen met Surinaamse producten van vis. In Nederland is er een markt van ruim één miljoen consumenten (diaspora plus). Die kan worden gebruikt als springplank naar andere EU-landen. Bovendien wordt de diaspora direct betrokken bij de ontwikkeling van Suriname, want die mensen kunnen ook nog aandelen kopen in de keten.
De overheid moet naast de veiligheid en controle van de exclusieve economische zone, zorgen voor kennis. Die zou ze in onder meer Noorwegen kunnen inkopen. Ook moet de samenleving worden gemobiliseerd om bijvoorbeeld geïmporteerde kip, visburgers en -producten te laten staan ten behoeve van de ontwikkeling van de eigen vissector. Immers, met de ontwikkeling van de sector zal de staat meer inkomsten binnenkrijgen om te zorgen voor onder meer goed onderwijs, gezondheidszorg en seniorenburgers.