SERIEUS!? / Ivan Cairo
Vanaf het eerste moment dat de regering suggesties heeft gedaan over de bouw van een brug over de Corantijnrivier was de mantra: ‘Pee-pee-pee’. Public-private partnerschip, PPP. De beoogde oeververbinding zou in partnerschap tussen de overheid en het particuliere bedrijfsleven worden uitgevoerd.
Het werd bijna drie jaar lang ‘PPP’ van voren, naar achteren en terug, wanneer OW-minister Riad Nurmohamed sprak over het bruggenproject. Met verve werd erover gesproken, want het zou de staat, het land dus, geen cent kosten. Niks, noti, nada!
“Hoe de regering de brug nu zal financieren is de grote vraag”
De aannemer die het project gegund zou krijgen, zou ontwerpen, financieren, bouwen en in beheer krijgen om gedurende een aantal jaren als exploitant zijn investering terug te verdienen. Het land zou geen cent pijn lijden door de bouw van de brug. Integendeel. Er zouden juist ‘centen’ binnenkomen. Een deel van de inkomsten zou namelijk aan de staat worden overgedragen door de exploitant.
Echter, veel mensen keken sceptisch naar dit ambitieuze project dat werd gekoppeld aan de versnelde economische ontwikkeling van Nickerie en nabijgelegen districten, zoals Coronie en Saramacca. Voor de sceptici zal de mededeling van president Santokhi maandag dat ‘pee-pee-pee’ van de baan is en dat hij nu extern geld moet gaan zoeken om het potentieel paradepaardje van zijn ambtstermijn te financieren niet als een verrassing zijn gekomen.
De regering is vaker gevraagd hoe de bouw zou worden bekostigd aangezien Suriname in een economische crisis is, torenhoge schulden moet aflossen en dus geen nieuwe schulden kan maken. Steeds werd de ‘pee-pee-pee’-cd afgedraaid, maar die ligt met de mededeling van het staatshoofd sinds maandag in het vakje ‘Oldies’. Hoe de regering de brug nu zal financieren is de grote vraag. Want, de aannemers die bereid zijn te bouwen, die willen hetzelfde als de regering, maar dan een ander variant: ‘pay-pay-pay‘.