De bal voor het toetreden van Suriname tot het akkoord van Escazú ligt thans bij de ministeries van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) en Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS). Dit zegt Ivette Patterzon, onderdirecteur klimaatverandering bij het ministerie van ROM, in gesprek met Suriname Herald.
Het is een milieu-aangelegenheid, maar het ministerie van BIBIS heeft volgens haar ook een cruciale rol in het geheel, omdat het de ondertekening doet van het akkoord. Het Escazú-akkoord is een regionaal bindend verdrag die op 21 april 2021 in werking is getreden. Dit historisch verdrag erkent, beschermt en bevordert de rechten van alle milieu-verdedigers, zoals maatschappelijke organisaties, niet-gouvernementele organisaties en individuen.
Ook met name groepen die vaak voorop lopen in klimaatacties zoals vrouwen en inheemse en tribale gemeenschappen. Bovendien worden ook de rechten van het publiek op milieu-informatie beschermd.
Volgens Patterzon heeft Suriname sinds 2014 belangstelling voor het verdrag van Escazú. Patterzon participeerde als juridisch medewerker bij het toenmalig ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) in voor gesprekken en onderhandelingen voor de totstandkoming van het akkoord.
Het proces werd daarna overgenomen door de coördinatie milieu op het kabinet van de president waar Patterzon verschillende memo’s opmaakte ter goedkeuring door de raad van ministers. Echter is het niet volledig van de grond gekomen.

Patterzon legt uit dat Suriname zal toetreden tot het akkoord wanneer het process geformaliseerd is en de ratificatie instrumenten zijn gedeponeerd bij het secretariaat van Escazú. Deze resideert onder de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (ECLAC).
Voor de formalisatie moeten de ministeries van ROM en BIBIS een memo opmaken en dit ter goedkeuring voorleggen aan de raad van ministers, de staatsraad en De Nationale Assemblee. Volgens Patterzon is dit sinds 2021 echter blijven liggen, maar niet op het niveau van de technische medewerkers.
In oktober vorig jaar heeft minister Marciano Dasai een positief gesprek gehad met de directeur Sustainable Development and Human Settlements van de Economic Commission for Latin America and Caribbean (ECLAC), Carlos De Miquel Ofis. De rode draad van dit gesprek was onder andere de stappen die Suriname tot zover genomen heeft om toe te treden tot de Escazú-verdrag en welke mogelijkheden er geboden worden voor technische assistentie bij de implementatie.
De officiële talen voor het akkoord zijn volgens Patterzon Engels, Spaans en Frans. Echter heeft de ECLAC toch besloten de overeenkomst in het Nederlands te laten vertalen. Deze versie is zowel met ROM als met BIBIS gedeeld. Er was overeengekomen dat BIBIS de vertaling zou doornemen en eventuele aanpassingen zou aanduiden, geeft Patterzon aan.