Advocaten pleiten ervoor dat verdachten die worden gedagvaard om voor de rechter te verschijnen, maar niet aanwezig zijn – al worden zij vertegenwoordigd door een advocaat – dezelfde rechten krijgen als verdachten die wel naar de zitting komen. In de regel gaan het Openbaar Ministerie (OM) en ook sommige rechters ervan uit dat, volgens artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (WvS), verdachten die niet verschijnen, met of zonder juridische vertegenwoordiging, een verstek behandeling krijgen.
Tekst Wilfred Leeuwin
Beeld dWT archief
En verstek behandeling heeft gevolgen voor de verdachte, die volgens de opvatting van het OM dan geen gebruik kan maken van rechtsmiddelen. Gedacht kan worden aan het wraken van een rechter, opwerpen van een verweer of zelfs hoger beroep aantekenen tegen een door de rechter gewezen vonnis.
“Door de advocaten is gevraagd dat het proces tegen de cliënten, die niet op de zitting verschijnen, ‘op tegenspraak’ wordt behandeld en niet als een verstekzaak”
Wetgeving verouderd
Volgens de advocaten is artikel 261 niet meegegaan met de moderne rechtsontwikkeling. Ook stellen ze dat op basis van een toetsing van dit artikel door het Constitutioneel Hof op 23 augustus van dit jaar het artikel onverbindend is verklaard. Hiermee is er geen enkele wettige verplichting dat een verdachte moet verschijnen voor de rechter bij de behandeling van zijn zaak.
Met deze toetsing zou volgens de juristen het Constitutioneel Hof hebben aangetoond dat dit artikel in strijd is met het Internationaal Verdrag Burgerlijke en Politieke Rechten, het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Grondwet van Suriname. Alle drie gaan uit van het gelijkheidsbeginsel, het recht om niet te worden gediscrimineerd en het recht op een eerlijke behandeling van hun rechtszaak.
SPSB-rechtszaak
In de rechtszaak van de Surinaamse Postspaarbank (SPSB), die inhoudelijk nog niet is begonnen – de vooraf opgeworpen verweren worden behandeld – verschijnen de verdachten Joy ten Berge, Robert Putter en Wantley Sardjo niet op de zitting omdat zij in het buitenland vertoeven. Zij staan samen terecht met voormalig SPSB-directeur Ginmardo Kromosoeto, Gardelito Hew A Kee en Bryan Jurgens, die in voorarrest zitten en bij elke zitting worden meegebracht.
Ten Berge, Putter en Sardjo laten zich vertegenwoordigen door een advocaat. Rechter Daniëlle Karamatali, die werd gewraakt door alle zes verdachten, en ook het OM hebben eerder besloten dat dit trio een verstek behandeling moet krijgen. Hiertegen hebben hun advocaten, Nailah van Dijk, Raoul Lobo en Guno Castelen, verweer opgeworpen.
Op tegenspraak
Nadat rechter Ishwarpersad Sonai, als gevolg van het wraken van zijn collega, deze rechtszaak is begonnen, is door de advocaten gevraagd dat het proces tegen de cliënten, die niet op de zitting verschijnen ‘op tegenspraak’ wordt behandeld en niet als een verstekzaak. Hiertegen verzet het OM zich door zich te beroepen op artikel 261.
De advocaten wijzen er niet alleen op dat zij bij deze zaak alle volmachten hebben overgelegd als te zijn de juridische vertegenwoordiging van de verdachten, maar ook dat het in persoon verschijnen van de verdachten een recht is en geen plicht. Ook in de mensenrechtenverdragen is er volgens hen geen verschijningsplicht aan de verdachten opgelegd. Uit deze verdagen en andere rechtsbronnen vloeit verder voort dat de verdachten het recht hebben zelf te kiezen hoe zij zich laten vertegenwoordigen op de zitting van hun proces: in persoon of door een gemachtigde advocaat, wat in dit geval is gebeurd.
Nederlandse rechtspraak
De advocaten weerleggen ook de zienswijze van het OM dat verwijst naar de Nederlandse rechtspraak in gevallen waar sprake is van verstek en wat de juridische consequenties zijn van een gevolmachtigde raadsman die de verdachte die niet in persoon verschijnt vertegenwoordigt. In de Nederlandse wetgeving is volgens de advocaten onomstotelijk duidelijk dat een niet in persoon verschenen verdachte die zich laat vertegenwoordigen door een raadsman recht heeft op een behandeling ‘Op tegenspraak’.
Slechts in bijzondere gevallen die in de Nederlandse wet staan, is de aanwezigheid van de verdachte verplicht. De vertegenwoordiging door een advocaat kan dan worden afgewezen en de aanwezigheid van de verdachte kan worden gelast. In dat geval wordt het onderzoek ter rechtszitting voor een bepaalde tijd geschorst.
Maar ook in dat geval, wanneer de verdachte geen gevolg geeft aan de verschijningsplicht en medebrengen door de politie niet lukt, zal de rechter de gevolmachtigde advocaat moeten toelaten als vertegenwoordiger van de verdachte. Er zal pas sprake zijn van een verstek behandeling wanneer de verdachte niet in persoon verschijnt en wanneer er ook geen gevolmachtigde juridische vertegenwoordiging aanwezig is.
De advocaten van Ten Berge, Putter en Sardjo hebben op 19 december hun standpunt verdedigd. Hierbij is erop gewezen dat hun volmachten al aan het begin van het proces zijn erkend en aangenomen. Dit houdt in dat de uitspraak van het Constitutioneel Hof in overeenstemming is met de Nederlandse rechtspraak en dat niets de rechter in de weg staat te beslissen dat in de SPSB-zaak er sprake moet zijn van een proces ‘Op tegenspraak’ en niet van verstek.