door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Ook zonder het Internationaal Monetair Fonds (IMF) had het economische herstelprogramma succesvol kunnen worden uitgevoerd. Het zou alleen een stuk moeilijker zijn geweest om internationaal kapitaal te mobiliseren, meent minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking.
Hij stelt in gesprek met de Ware Tijd verder dat 2024 voor de samenleving – vooral als aanloop naar de verkiezingen van mei 2025 – veel crucialer wordt dan het afgelopen jaar. In de afgelopen periode zijn heel moeilijke en complexe vraagstukken aangepakt die als resultaat zullen hebben dat de samenleving het dit jaar makkelijker zal hebben. “Men denkt dat 2024 een belangrijk jaar wordt, maar als we praten over een cruciaal jaar dan is 2023 waarschijnlijk crucialer dan 2024”, vindt de bewindsman.
“Theoretisch hadden we ons herstelprogramma ook zelf kunnen uitvoeren, maar het mobiliseren van kapitaal zou moeilijker zijn”
‘Praktischer’
Dit jaar wordt het volgens hem oogsten wat vooral het afgelopen jaar is gezaaid. De samenleving zal verder worden ondersteund en er zullen maatregelen worden genomen om de productie- en verdiencapaciteit te vergroten.
De prioriteiten die president Chandrikapersad Santokhi heeft uitgezet, zullen worden uitgevoerd. Dit is “wat praktischer” dan wat in 2023 is gedaan, aldus Ramdin. Hij voegt toe dat qua complexiteit van de vraagstukken “2023 veel ingewikkelder” was dan wat dit jaar dient te worden gedaan.
De minister wijst daarbij op de onderhandelingen en besprekingen met de sociale partners en het positioneren van Suriname in de geopolitiek. Bij het buitenlandbeleid is de regering er volgens hem in geslaagd om binnen drie jaar te realiseren wat in het regeerakkoord is opgenomen.
De banden met internationale organisaties en andere landen zijn behoorlijk hersteld en internationaal neemt het vertrouwen in het land toe. Dat blijkt onder andere uit de buitenlandse bezoeken die de president heeft afgelegd, de uitnodigingen die hij kreeg en voor dit jaar nog in te vullen heeft en ook bezoeken die hoge vertegenwoordigers van landen en buitenlandse organisaties aan Suriname zullen afleggen.
Voorbeeld
In februari komen een hoge functionaris van het Amerikaanse ministerie van Defensie en de deputy managing director van het IMF en in maart de vicepresident van de Wereldbank. De mensen van deze twee organisaties komen volgens de minister niet vanwege de omvangrijkheid van de hulpprogramma’s met Suriname, maar omdat het land een voorbeeld zou zijn van hoe binnen korte tijd een economisch herstelprogramma succesvol is uitgevoerd. “De uitvoering is niet makkelijk geweest”, geeft Ramdin toe.
Hij benadrukt dat het om een door Suriname opgesteld herstelplan gaat en wijst erop dat de regering maanden voordat het met het IMF in zee ging, al begonnen was met de uitvoering. Dat het IMF erbij is betrokken, had als voordeel dat discipline bij de uitvoering werd ingebracht, een onafhankelijke derde de zaak in de gaten hield en internationaal aanzien en vertrouwen werd gecreëerd bij internationale investeerders en landen voor ondersteuning van het beleid van de regering.
Daardoor kon internationaal ook meer geld worden gemobiliseerd, waaronder bij de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. “Theoretisch hadden we ons herstelprogramma ook zelf kunnen uitvoeren, maar het mobiliseren van kapitaal zou moeilijker zijn”, aldus de bewindsman. Hij voert aan dat na het aantreden van de regering het herstelprogramma ruim vijftien maanden is uitgevoerd “met Surinaamse middelen en Surinaamse expertise”.
Minder uitgaven
Dat de macro-economische situatie is verbeterd, de wisselkoers is gestabiliseerd en de monetaire reserve flink is toegenomen, zijn voor de minister indicatoren dat het afgelopen jaar heel cruciaal is geweest. Er is fors bezuinigd, wat heeft geleid tot zeker 25 procent minder uitgaven op de begrotingen van de ministeries. Deze bedragen zijn gekanaliseerd naar sociale steun en koopkrachtversterking.
Door de afschaffing van subsidies kon de bevolking ook meer worden ondersteund. “Dat is in geen enkel Caribisch land gebeurd.” In andere landen is men er volgens de bewindsman verbaasd over dat de regering in staat is geweest een programma uit te voeren dat tegelijkertijd was gericht op economische hervorming, armoedebestrijding en ontwikkeling.