In memoriam — Eva Essed-Fruin (1929-2023)

Eva Essed-Fruin (r) en FRanklin Essed.
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

4 Januari 2024 17:07

Voor mij lezen

Ik heb altijd grote waardering gehad voor mijn oud-docent Nederlands, die ik heb leren kennen als een bijzonder aimabel persoon, iemand met het hart op de juiste plek. Aanvankelijk sprak ik haar aan met ‘mevrouw Essed’, maar in de loop der jaren werd het ‘Eva’ en zo zal ik haar nu ook duiden.

“Eva was namelijk niet alleen taalkundige, de Surinaamse letterkunde lag haar ook na aan het hart”

Ik leerde Eva kennen toen ik op de middelbare school zat. Wat mij uit die tijd goed is bijgebleven, is dat zij de eerste docent was die ons erop attent maakte dat ons Nederlands afweek van het standaard Nederlands, het Algemeen Beschaafd Nederland. Tot dat moment hadden wij als zestienjarigen daar geen moment bij stil gestaan.

Zij liet ons veel opstellen schrijven. Daar waren wij niet altijd even blij mee! Dus protest! Bij de nabespreking werd onze aandacht gevestigd op de zogenaamde Surinamismen in ons taalgebruik. Ze belette ons niet om die Surinamismen te gebruiken. Het tegendeel is waar, zij moedigde ons aan om vooral zo door te gaan en onze eigen taal te ontwikkelen, het Surinaams-Nederlands. Ze wilde wel dat wij ons bewust waren van deze keuze. Het was bewustwording, een eyeopener. Ze gaf ook aan wat acceptabel was en wat niet.

Veel later kwam ik er achter dat Eva al bij haar afstuderen aan de Universiteit van Amsterdam in 1956 een doctoraal scriptie had geschreven met als titel: ‘De Surinamismen. Een linguïstisch-didactisch probleem’. Ze was toen nog nooit in Suriname geweest.

Het schriftelijke materiaal dat ze voor haar onderzoek gebruikte, bevond zich in het archief van het Bureau voor Taalonderzoek in Suriname, te Amsterdam. Het waren opstellen geschreven door leerlingen bij het eindexamen van de Hendrikschool in Paramaribo. Als mondeling materiaal gebruikte ze Surinaamse informanten uit de hogere of middenklasse in Nederland.

Eén van de conclusies In haar scriptie is dat “het verbale systeem van het Nederlands in Suriname sterk afwijkt van het Europees-Nederlandse systeem en dat de afwijkingen sterk beïnvloed zijn door het verbale systeem van het Sranantongo”. Bij de publicatie van het boek ‘De Talen van Suriname’ in 1976 vroeg men haar toestemming de scriptie hierin op te nemen. Met enige aarzeling werkte ze hieraan mee. Maar al gauw bleek dat de conclusies van toen nog altijd van kracht waren. Een bewijs van de kwaliteit van haar scriptie.

In 1957 kwam ze met haar man, Frank Essed, in Suriname wonen en werd docent aan de Surinaamse Kweekschool en de Algemene Middelbare School. Ze had niet kunnen bedenken dat er toen een lange invloedrijke carrière voor haar lag. Tijdens deze carrière heeft Eva vele generaties Surinaamse middelbare scholieren en toekomstige leraren opgeleid. Zij heeft velen mogen motiveren en inspireren. Onder hen was de bekende schrijver Edgar Cairo, die ook enige tijd bij haar heeft gewoond.

Eva behoorde samen met Hein Eersel tot de generatie die het Surinaamse onderwijs grote diensten heeft bewezen. Zij was getuige van veel ontwikkelingen binnen het onderwijs en heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd.

Zo is zij één van de grondleggers geweest van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (1972) en is ze tot 1987 directeur geweest van deze instelling. Zij stond aan de basis van de lerarenopleiding Nederlands MO-A en -B. Het IOL, met een scala aan opleidingen, is voortgekomen uit de opleiding voor leraren Nederlands. Deze opleiding ontstond vanuit het Taalbureau in Suriname waarvan Eva jaren directeur is geweest.

De eerste cursussen werden aanvankelijk ook gegeven op het Taalbureau aan de Cattleyastraat. Haar vriend en collega Geert Koefoed vertelde mij dat hij daar de eerste lessen heeft gegeven aan een klein clubje studenten. In deze periode kwam ook de verzamelbundel ‘Wortoe d’e tan abra’, die werd geïntroduceerd op scholen, tot stand. Dit betekende een nieuwe fase in het literatuuronderwijs in Suriname, eindelijk een bundel van eigen bodem met prachtige poëzie. Deze bundel wordt tot vandaag gebruikt bij het literatuuronderwijs.

Tot 1994 bleef Eva cursusleider Nederlands bij het IOL. Zij maakte zich ook hard voor de vernieuwing van de didactiek van het talenonderwijs gezien tegen de achtergrond van de taalsituatie in Suriname.

Na haar terugkeer in Nederland bleef zij zich inzetten voor de Surinaamse taal en literatuur. Zo maakte zij vanaf 2005 deel uit van de redactie van OSO, het tijdschrift voor Surinamistiek. Hierin zijn veel artikelen en recensies van haar hand gepubliceerd.

Toen ik ging promoveren was Eva de eerste die mij een groot interview afnam bij de Verenging Ons Suriname. Het is gebruikelijk om bij het schrijven van een proefschrift meelezers te hebben, dus vroeg ik haar direct om meelezer te worden. Eva was namelijk niet alleen taalkundige, de Surinaamse letterkunde lag haar ook na aan het hart.

In 1962 schreef zij in het tijdschrift Soela: “Men klaagt vaak dat in Suriname weinig wordt gelezen, maar misschien is één van de oorzaken hiervan, dat we hier nog nauwelijks een eigen Surinaamse literatuur bezitten, dat de Surinaamse mens zichzelf niet terugvindt in de hoofdzakelijk Nederlandstalige letterkunde die hem wordt geboden.”

Zij pleitte voor een eigen literatuur en heeft het ontstaan meegemaakt van de Surinaamse literaire wereld waarvoor ze zich sterk maakte. De eerste bundel met Sranan-poëzie van Trefossa was in 1957 gepubliceerd, jonge aankomende schrijvers en dichters kwamen regelmatig langs bij het Bureau Volkslectuur, later het Taalbureau: Dobru, Slagveer, Shrinivási, Bea Vianen, Frits Wols en vele anderen. Zij heeft de meeste schrijvers persoonlijk gekend en was niet alleen op de hoogte van hun werk. Ze begeleidde hen, las en redigeerde hun werk.

Ik had me voor mijn proefschrift geen betere meelezer kunnen wensen en ik deed mijn voordeel met haar kritische kanttekeningen. En kritisch was ze, dat vond ook mijn promotor.

Door haar huwelijk met politicus Frank Essed was ze ook goed op de hoogte van de ins en outs binnen de Surinaamse politiek. Dat kwam goed van pas omdat mijn onderwerp: Robin Raveles, Dobru, niet alleen auteur maar ook politicus bleek te zijn. Op zeer consciëntieuze wijze heeft ze meer dan vierhonderd pagina’s van mijn boek doorgewerkt, geen sinecure. Ik mocht haar daarna het eerste exemplaar van de handelseditie overhandigen.

Het contact tussen ons bleef bestaan, omdat we een gemeenschappelijke interesse hadden: het theater. We bezochten met enige regelmaat theatervoorstellingen en zijn dat blijven doen zolang het kon.

Toen ik haar één van de laatste dagen vóór haar overlijden bezocht en vroeg hoe ze zich voelde, antwoordde zij: “Afu… afu…”. Ik dacht eerst dat ik het niet goed had gehoord en vroeg wat zeg je? Maar ze herhaalde zacht: “Afu…Afu…” Ze dacht in het Sranantongo, heel bijzonder!

“Eva behoorde samen met Hein Eersel tot de generatie die het Surinaamse onderwijs grote diensten heeft bewezen”

Sociolinguïsten zeggen meestal dat zodra emoties een rol spelen, de mens teruggrijpt naar de moedertaal. In dit geval dus niet. Voor mij toont dit Eva’s verbondenheid met Sranan en het Sranantongo.

Als ik aan Eva denk is dat met een gevoel van dankbaarheid. Dankbaarheid voor de persoon die ze is geweest, voor alles wat ze heeft betekend voor de Surinaamse samenleving, het Surinaamse onderwijs, maar bovenal de Surinaamse taal- en letterkunde. Ik heb het voorrecht gehad haar dat, bij mijn laatste bezoek, te kunnen vertellen. Ze keek mij aan en knikte.

Dr. Cynthia Abrahams-Devid

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel