Twee neven, M. en J., beiden 14 jaar oud, besloten in te breken in het huis van een naaste familie, die op dat moment niet thuis was. Die avond zijn ze twee keer in het huis geweest en hebben onder andere een pak patat, een doos nuggets en een fles stroop weggenomen.
De twee jeugdigen zijn in de nacht van 13 juni met hun buit weer naar huis gegaan, waar ze de patat en nuggets hebben gebakken en gegeten. Hierna zijn ze voor een tweede keer de woning binnengedrongen en namen kapotte telefoontoestellen, wat geld en een gouden ring weg. De volgende dag hebben ze de kapotte telefoon als sloop verkocht en met het geld werd er voedsel gekocht.
De gouden ring hebben ze op een hoopje vuil langs de weg gegooid omdat ze dachten dat die geen waarde had. Na goed speurwerk werden de jongens na 4 dagen in beeld gebracht en aangehouden.
Bij de politie bekenden ze de inbraak te hebben gepleegd omdat ze geen geld hadden om naar Parima te gaan. Op aanwijzing van de jeugdigen werd de gouden ring gevonden.
Tijdens de rechtszitting eiste de officier van justitie voor de gekwalificeerde diefstal een strafmaatregel van 9 maanden, waarvan 6 maanden en 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechter nam de strafeis over, waardoor de M. en J. niet meer in de gevangenis hoefden te gaan. Ze waren eerder door de rechter voorlopig in vrijheid gesteld.