GANGA / Sharda Ganga
Soms mis ik Covid. Ja, echt. Zoals nu, nu ik dagen en nachtenlang mijn ziel en zaligheid uithoest vanwege een vervelende griep. Drie jaren lang was het gelukt om zonder een verkoudheid of griep door het leven te gaan en binnen dit eerste Covid-luwe jaar ben ik al twee keer gevloerd.
Ik had het kunnen voorspellen. Vóór Covid was het al een soort eindejaarsritueel dat ik in de laatste weken van het jaar de overdraagbare ziekte die dat jaar in de mode was opliep. Van Mexicaanse griep tot zika en alles daartussenin: als het in december op bezoek is in Suriname zal het me vinden.
Een kwestie van verminderde weerstand na hectische tijden, de neiging van alles en iedereen om nog in december allerlei workshops en meetings te organiseren, want: ‘het geld moet op’. Zo raar werkt het namelijk; als je als organisatie, of je nu een afdeling bent van de Verenigde Naties, een kleine NGO of een overheidsinstelling dat een project heeft lopen, je geld niet op hebt gekregen vóór 31 december, dan moet je het teruggeven.
Het gevaar is dat je voor een volgende aanvraag minder geld krijgt, omdat je niet genoeg hebt uitgegeven het jaar ervoor. Geld uitgeven wordt dan een doel op zich en de zinnigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteit is vaak ver te zoeken. Maar ik dwaal af.
De uitspraak in het 8 decemberproces heeft een klein beetje geloof terug doen keren, maar bij lange na niet genoeg om tevreden achterover te leunen.
Als ik weet dat ik altijd in december een virus of zo oploop, waarom ben ik dan zo verbaasd en verontwaardigd dat ik ook nu ben gevloerd? Omdat de mens een onredelijk wezen is. We doen dezelfde dingen en hopen dat er een andere uitkomst zal zijn; de definitie van waanzin, volgens een bekend gezegde van Albert Einstein. Alleen: het is geen quote van Albert Einstein, ik ben het even gaan factchecken.
U zult het me vergeven dat dit daarom een uitermate korte en weinigzeggende column is geworden. Zeker als jaarafsluiting voel ik me behoorlijk bezwaard door mijn gebrek aan inspiratie. Maar het is niet geheel mijn schuld, het is de schuld van de snotfabriek in mijn luchtwegen.
U ziet dat ik gebruik maak van een goede Surinaamse politieke traditie: geef altijd iets anders de schuld van jouw falen. Net zoals in de alinea hierboven ik de werkwijze van opeenvolgende regeringen heb samengevat. Evenals in de alinea daarboven.
Dit jaar was weer zo een jaar dat er nog meer deuken zijn gekomen in mijn ooit rotsvast vertrouwen dat het goed zal komen met ons land. De uitspraak in het 8 decemberproces heeft een klein beetje geloof terug doen keren, maar bij lange na niet genoeg om tevreden achterover te leunen.
In de aanloop naar de verkiezingen van 2025 verwacht ik grotere tegenstellingen, grovere vormen van machtsmisbruik, nog meer onrust. Daarom is mijn wens voor het Nieuwjaar heel simpel: dat het een oersaai jaar mag worden.-.