Behoud maritiem erfgoed biedt mogelijkheden voor duurzaam toerisme

Behalve veel theorie over onderwater metingen, fotografie en tekenen was er ook de mogelijkheid om dit in praktijk te oefenen tijdens de training op Tobago.
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

30 December 2023 05:45

Voor mij lezen

“Rivieren zijn de snelwegen van het verleden en nu nog steeds als het gaat om snel naar het binnenland gaan. En je kan dan boten vinden in de rivieren, maar ook slijpgroeven van de inheemsen waar men bijlen sleep. Ook tekeningen op rotsen in de rivier of oude pompgemalen die op de plantages werden gebruikt en bruggen.” Dit vertelt archeologe Irene Meulenberg van het directoraat Cultuur, afdeling Archeologische dienst, aan de Ware Tijd.

Tekst Tascha Aveloo

Beeld Unesco Caribbean

Meulenberg heeft Suriname vertegenwoordigd tijdens een training over bescherming en beheer van onderwater cultureel erfgoed van de Unesco Foundation. Deze vond van 20 november tot en met 8 december plaats op het eiland Tobago. Er waren dertien deelnemers uit het Caribisch Gebied en Latijns-Amerika. “Ik heb collega’s leren kennen uit Honduras, Colombia, Mexico, Aruba, Curaçao en vele andere landen uit het Caribisch gebied. Sommige met veel ervaring en anderen weer met heel veel ervaring.”

“In Suriname hebben we die mogelijkheid niet dus ging er echt een wereld voor mij open”

De groep leerde (meer) over het management van scheepswrakken in de plaatselijke Rockley Bay. “We hebben verschillende begrippen binnen de erfgoed- en archeologische sector, zoals onderwaterarcheologie en maritieme archeologie, geleerd. We vinden in Suriname ook verdronken landschappen. In de Surinamerivier vinden we afzettingen van stenen bijlen en complete aarden werken potten.”

Onderwater- en maritieme archeologie

Onderwaterarcheologie gaat over de relatie tussen de mens en het water. Dat kunnen alle waterwegen zijn: van kreken en meren tot hydrologische meren, dammen door volken aangebracht in het kustgebied en het achterland. “Dat verhoudt zich tot archeologie omdat mensen vroeger op het water gevaren hebben.”

De archeologische vondsten in de Surinamerivier geven volgends haar aan dat mensen in vroegere tijden waarschijnlijk dichterbij de rivier hebben geleefd dan wordt gedacht of dat die rivier iets anders liep dan nu.

Een bekend typisch voorbeeld van verdronken landschap is uiteraard in het Brokopondo-stuwmeer, waar dorpen van marrons en inheemse liggen. “Op de eilandjes in het stuwmeer worden er nog gebruiksvoorwerpen gevonden. In principe zouden we kunnen duiken en dingen gaan zoeken, maar dat is een ander verhaal.”

Maritieme archeologie handelt meer over de relatie van de zee met de oceaan, in relatie tot het varen op zee en de grondstoffen die gehaald worden uit de zee. Daar zijn het voornamelijk scheepswrakken van handels- en slavenschepen, zoals het slavenschip Leusden. “Er is een beperkte database van schepen die voor onze kust zijn vergaan. Die zijn nog niet goed in kaart gebracht, maar ook duikboten”, licht Meulenberg toe.

In de drie weken hebben enkele deelnemers leren duiken. “In Suriname hebben we die mogelijkheid niet dus ging er echt een wereld voor mij open. Vervolgens hebben we methoden en technieken geleerd over hoe je onder watermetingen moet doen. Je leert beheerst ademen, je leert over de variabelen onder water en hoe dingen daar mogelijk zijn aangetast door het zout in het water en hoe je daarmee moet omgaan. Er waren collega’s bij die in hun carrière al vijfhonderd keer hebben gedoken in vergelijking met mijn vier keer.”

Praktijk en theorie

Volgens Meulenberg hebben de collega’s ook heel veel van elkaar geleerd. Er is naast de praktijk, theorie geweest over meet- en duikmethoden, onderwaterfotografie, digitalisatie daarvan en tekenen onder water. “We hebben gedoken naar ‘Huis te Kruiningen’, een oorlogsschip dat is gezonken in de haven van Scarborough in de Caribische zee bij Tobago.”

Dat gebeurde tijdens de ‘Eerste Slag bij Tobago’ van 3 tot en met 12 maart 1677. Het strategische gelegen eiland vormde destijds de Nederlandse kolonie Nieuw Walcheren en de Fransen wilden het veroveren. Deze slag is enkel bekend uit geschreven bronnen, maar met de opgravingen onder water komt daar nu ook feitelijke informatie bij.

Het eiland Tobago was van 1628 tot 1677 een kolonie van de West-Indische Compagnie. “Er zijn heel veel schepen verloren gegaan aan Nederlandse zijde, alhoewel ze die slag in eerste instantie hadden gewonnen. Er waren heel veel doden onder de Nederlanders omdat ze alle vrouwen, kinderen en slaven op de schepen hadden gezet voor de ‘veiligheid’. Heel wat van juist die schepen zijn tot zinken gebracht.”

‘Huis te Kruiningen’ is gezonken nabij een koraal bed en in de duiksessie van het seminar heeft de groep zes kanonnen geïdentificeerd. “We hebben ook veel glazen flessen gezien en enkele kanonkogels. Ze zijn wel anders dan als je ze op land zou tegenkomen.” Zo zit er koraal op, het metaal is aangetast en de details erop zijn niet te zien. “Al met al was het een mooie oefening om die voorwerpen te meten, fotograferen en onder water tekenen te oefenen.”

Toeristische mogelijkheden

Volgens Meulenberg waren deelnemers verdeeld in twee groepen die elk een managementplan moesten schrijven voor het beheer van deze plek. Er moest vervolgens een presentatie worden gegeven en een poster worden ontworpen. “De ene groep moest het schip beschrijven en de andere de archeologische plek en hoe die in context staat met de rest van de omgeving. Mijn groep heeft aangegeven dat het schip op zijn plek moet blijven, in context tot de omgeving, omdat het heel veel geld gaat kosten om al die objecten één voor één naar boven te brengen.”

Meulenberg legt uit dat opgedoken stukken naar de oppervlakte brengen ook een negatief effect kan hebben op het stuk, omdat niet altijd waarneembaar is wat de staat van het materiaal is. “Metaal zal bijvoorbeeld behandeld moeten worden om de roest ervan af te krijgen, omdat het stuk al honderden jaren in de zee ligt. Je kan het aan wal brengen en het stuk valt uiteen.”

Door alles op de plek te laten, zou er dus juist een link kunnen worden gemaakt met de geschiedenis en het heden. “Je zou het tot een toeristische erfgoedplek kunnen maken voor duikers. Het koraal is in heel goede staat ondanks dat het dicht bij een cruiseterminal staat. Die boten zorgen voor de aanwas van zout en verminderen het zicht en dan nog was het heel goed duiken met veel mooie vissen en schildpadden.”

Volgens de archeologe is het hebben en beheren van goede archeologische maritieme erfgoedduikplekken ideaal voor de ontwikkeling van duurzaam toerisme. “Het creëert werk voor de omgeving en voor duikers die als gids kunnen dienen, maar ook voor touroperators die gasten voor zo een duik kunnen interesseren en het verhaal daarover kunnen vertellen. Je kan kleine maquettes maken van het schip om te verkopen als souvenir.”

In relatie tot Suriname geeft Meulenberg toe dat er in Surinames vaak donker water niet echt kan worden gedoken. “Maar toch zijn er toeristische mogelijkheden die goed kunnen worden doorgedacht rondom archeologische plekken. Het moet gewoon heel goed worden beheerd”, zegt ze.

De training werd verzorgd onder begeleiding van de coördinatoren Chris Underwood, voorzitter van de Internationale Commissie voor onderwater cultureel erfgoed en Martijn Manders van de Nederlandse Rijksdienst voor het cultureel erfgoed. Ze werden bijgestaan door trainer-stagiairs Jasinth Simpson en Cimberly Symister.

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel