De 15-jarige J. is door de jeugdrechter veroordeeld voor inbraak in de woning van zijn buurvrouw. Hij heeft eveneens het matras van zijn moeder in brand gestoken met als gevolg dat het huis in vlammen opging.
Op 9 juli van dit jaar ontdekte de benadeelde dat drie shutters van haar wc weggehaald waren en op de schutting geplaatst. Ze liep snel haar woning binnen en zag dat de bad- en wc-ruimte vol zand zat. De overbuurman werd gemeld wat haar was overkomen en bij het bekijken van zijn camerabeelden zag hij dat het om hun buurjongen J. ging.
J. ging vaker naar het adres om met de kinderen te spelen. Hij was bekend bij de buren.
Zijn moeder werd in kennis gesteld van de camerabeelden en die gaf aan dat zij moe was van het gedrag van haar zoon en alle klachten van de buren. Ook van haar nam hij steeds geld weg.
De benadeelde kon op dat moment niet ontdekken wat J. had weggenomen, maar de volgende dag ontdekte ze dat SRD 1000, dat ze in haar portemonnee boven de klerenkast had bewaard, was weggenomen.
J. die kort daarna door de politie werd aangehouden gaf toe in de woning te zijn geweest. Samen met zijn broertje stond hij bij de benadeelde, van buiten naar de televisie te kijken. Toen zij door hun moeder werden geroepen gingen ze weer naar huis.
Echter moesten de twee broers van hun moeder buiten slapen. J. besloot weer bij de buren te gaan, maar intussen was het raam dichtgemaakt waarna hij op het erf liep, schutters weghaalde en in het huis klom.
In de keuken zag hij brood en SRD 250 wat hij wegnam. Daarna liep hij naar zijn zus waar hij in een onbewoond pand de nacht doorbracht.
De volgende dag toen hij weer naar huis ging hoorde hij van zijn broers dat zijn moeder hem daar niet wilde wat aanleiding was om een brandende lucifer op het matras van zijn moeder te gooien met als gevolg dat het huis in vlammen opging.
Met het weggenomen geld, zei de verdachte, heeft hij in de winkel bol en sap gekocht. Aan zijn broertjes gaf hij ook wat, omdat die ook honger leden.
De officier van justitie eiste voor de gekwalificeerde diefstal een strafmaatregel van 12 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met aftrek, een proeftijd van 2 jaar en psychologische begeleiding. De verdachte werd voor de brandstichting niet vervolgd.
De rechter ging mee met het voorstel en veroordeelde de jeugdige J. conform. Hij zal met deze uitspraak in mei volgend jaar weer in vrijheid worden gesteld.