Tekst en beeld Audry Wajwakana
PARAMARIBO — Het was een lange weg voor Christine van Russel-Henar, maar toen eindelijk het boek ‘Koto fu prodo’ in oktober uitkwam, voelde ze alleen dankbaarheid. Het onderzoek naar de Afro-Surinaamse klederdracht, waarvoor haar moeder Ilse Henar-Hewitt (1922-1996), kenner van de angisa en koto, in de jaren zestig de basis heeft gelegd, kon zij voortzetten en vastleggen in het boek.
In ‘Koto fu prodo’ heeft Van Russel-Henar onderzoek vastgelegd naar de culturele waarde van de koto, waarbij ze meer in de diepte gaat dan de klederdracht alleen. Bij deze dracht horen namelijk ook sieraden. Ze heeft daarom gesproken met juweliers en pokuman. “Achter elk sieraad zit een mooi verhaal. De pokuman konden vertellen over de vrouwen bij de kotodansi. Als je dat alles bij elkaar brengt, besef je dan: ‘dit is van ons’”, zegt de gepassioneerde bewaarder van het Afro-Surinaamse erfgoed tegen de Ware Tijd.
Met moeder op zoektocht
De kennis over de Afro-Surinaamse klederdracht kreeg Van Russel-Henar al als vijftienjarige toen ze door haar moeder werd meegenomen op diens zoektocht op plantage Vierkinderen in district Para, waar haar onderzoek was begonnen. Daar zag ze hoe de dragers van de kleding er met veel liefde over spraken. Op een gegeven moment ging ze ook mee naar de kotoshows.
In de jaren tachtig bracht haar moeder een boek uit over de Surinaamse koto en angisa, maar ze bleef onderzoek ernaar doen. In de jaren negentig moest ze vanwege haar gezondheid stoppen, maar koesterde hoop dat iemand ermee verder zou gaan. “Ik pakte het op en had aan mijn linkerzijde mijn moeder en aan mijn rechterzijde sisi Slijngaard, een pracht van een vrouw die heel veel wist”, zegt Van Russel-Henar.
Gomma
‘Koto fu prodo’ is haar tweede publicatie. In 2008 verscheen ‘Angisa Tori, de geheimtaal van de Surinaamse hoofddoeken’. De nieuwe ontwikkelingen van de koto zijn haar niet ontgaan. Maar voor het boek werd ze meer gedreven om het authentieke vast te leggen. De moderne koto’s zijn dagelijks al te zien. Het bijzondere van het onderzoek vond ze in de wijsheid waarbij de koto met het conserveringsmiddel gemaakt uit bittere cassave werd gesteven.
Het conserveringsmiddel tevens stijfsel wordt in de volksmond gomma genoemd en Van Russel-Henar deed er onderzoek naar. Een Braziliaanse docent testte het middel in een lab, waar insecten op het middel werden losgelaten. Ze kwamen niet aan het textiel. “Dit heb ik in het boek genoemd als een wijsheid die onze afo en trotro ons hebben nagelaten. Wij moeten beseffen dat dit van ons is, ontstaan in een tijd van kolonie-zijn. Niet in de tijd van slavernij”, zegt de kotokenner.
Onafhankelijkheid Surinaamse vrouw
‘Koto fu prodo’ is op 17 december feestelijk gelanceerd. Bij die gelegenheid prees dominee Edgar Loswijk de auteur als een trendsetter om op een positieve manier de creoolse cultuur zowel in Suriname als internationaal uit te dragen. “Toen velen deze cultuur niet zagen zitten, hebt u getoond dat ze wel inhoud heeft”, complimenteerde hij Van Russel-Henar.
Harrold Sijlbing noemt het boek een “absoluut juweel” vanwege een aantal redenen. “Er is geen enkel Surinaams erfgoedelement dat zo diepgaand is onderzocht, geïnventariseerd en beschreven als de koto”, zegt hij. Ook vindt hij dat er geen enkel ander Surinaams element dan de koto is dat de onafhankelijkheid van de Surinaamse vrouw etaleert en uitstraalt.
De koto staat daarom voor hem als het symbool van de onafhankelijkheid van de Surinaamse vrouw. Hij legde het verband van de klederdracht als immaterieel erfgoed. In 2017 ratificeerde de Surinaamse overheid de Unesco-conventie die handelt over het conserveren van het immaterieel erfgoed. En hoewel Naks al een inventarisatie heeft gemaakt van het Afro-Surinaams immaterieel erfgoed vindt hij “het een jammerlijke realiteit dat deze lijst nog niet door de overheid is ingesteld”.
Ondersteuning
Het boek is tot stand gekomen door inzet van de stichting Memre wi afo, die sponsoring zocht voor het financieren van het project. De stichting is in 1997 opgericht om onder meer het werk dat door Henar-Hewitt over de Surinaamse klederdracht is geïnitieerd voort te zetten en verder te ontwikkelen. Dit gebeurt door het organiseren van kotoshows, culturele manifestaties, trainingen, seminars, workshops en publicaties. Informatie wordt sinds 2009 gegeven toen het eerste Koto en angisa museum werd geopend.