De verdachten Dieter W. (34 jaar) en Mase ‘Max’ A. (18 jaar) besloten op 13 juli een hydraulische Jack Hammer die zij op het landgoed van B. zagen, weg te nemen en als oud ijzer te verkopen. Dit wilden ze doen omdat ze in geldnood verkeerden.

Max werd door Dieter benaderd, omdat hij wist dat Max in geldnood verkeerde; Max had geen geld om zijn overleden vader te begraven. Toen Max wilde meedoen, werden G. en K. betaald om de Jack Hammer van Pasi naar Brokopondo centrum te vervoeren.

Terwijl G. en K. de Jack Hammer vervoerden, werd de politie door een anonieme beller getipt en werd het kentekennummer van de vrachtwagen doorgegeven. De politie rukte meteen uit en trof op de Afobakaweg inderdaad de vrachtwagen aan. G. en K. gaven aan dat ze slechts vracht vervoerden en dat de opdrachtgever in een blauwe auto voor hen reed. Het lukte de politie om ook deze wagen aan de kant te zetten, waarin Max en Dieter bleken te zitten.

Dieter bekende samen met Max tot de snode daad te zijn overgegaan vanwege de economische situatie in het land, waardoor hij niet meer rondkwam met zijn salaris. Hij zou de Jack Hammer als oud ijzer of schroot verkopen bij een schrootbedrijf.

De officier van justitie eiste voor gekwalificeerde diefstal een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en gevangenhouding. In hun laatste woord gaven beide verdachten aan dat zij spijt hadden en zich nooit meer schuldig zouden maken aan een strafbaar feit. Max zei dat hij niet had gedacht dat hij voor zo’n feit opgesloten zou worden.

De kantonrechter week af van het strafvoorstel en legde aan beide verdachten een gevangenisstraf op van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek en een proeftijd van twee jaar.