IN SURINAME HEBBEN we vaker een berustende manier van doen. Regels en procedures komen heel vaak overweldigend over en dan gaan we maar akkoord. Dat geldt over de hele linie. Van de zorg tot de huizenbouw. We nemen informatie voor lief, schrijven niets op, bewaren onze bonnen niet, doen geen eigen administratie en ondersteunen geen maatschappelijke organisaties. Bovendien duren civiele rechtszaken in Suriname soms zo oneindig lang dat de burger ook als die benadeeld is, er maar niet aan begint.
Toch zijn maatschappelijke organisaties van groot belang om een tegengeluid te geven. Er zijn daar voldoende redenen voor. Terwijl de IDB een onderzoek heeft gedaan en daaruit blijk dat Suriname meervoudig arm is en grote delen van ons land geen ziektekosten kunnen betalen, lijken verzekeringsmaatschappijen wel steeds te besluiten dat de premies omhoog moeten.
Maar terwijl zij erop letten dat hun kosten niet te veel omhooggaan en de ziekhuizen proberen hun uitgaven ook te verminderen, zit daartussen geen extra externe controle op de kwaliteit van de dienstverlening. Mensen moeten steeds meer betalen voor kosten die ziekenhuizen hebben, maar er zijn geen patiëntenraden die meekijken om te zien wat we terugkrijgen voor het geld dat we betalen.
Hetzelfde geldt voor de woningbouwsituatie in Suriname nu. De overheid is met het briljant idee gekomen om verkavelaars tegemoet te komen en infrastructuur aan te leggen, en daardoor zou de burger die koopt een lagere prijs betalen voor de grond. Mooi bedacht, maar wie controleert of alles wel loopt zoals afgesproken.
‘De president zegt zo ondernemerschap te willen ondersteunen, maar moeten niet burgers ondersteund worden die het echt niet kunnen betalen?’
Waar zijn de woningbouwcoöperaties die inzicht krijgen in wat zo een verkavelingsproject allemaal zal kwijtschelden aan de overheid. Want terwijl de verkavelaar niet zelden de grond gratis van de overheid heeft gehad door grondhuur aan te vragen, komt diezelfde overheid die ondernemers weer tegemoet door de infrastructuur aan te leggen in ruil voor goedkopere kavels. Maar wie zegt en controleert wat de investering van die verkavelaar was?
De president zegt zo ondernemerschap te willen ondersteunen, maar moeten niet burgers ondersteund worden die het echt niet kunnen betalen? En wat zal de burger precies moeten betalen? Op basis waarvan is die prijs vastgesteld. We kijken zelden verder dan dat stukje 450 vierkante kilometer en het huis dat we erop bouwen. Daarmee uit het oog verliezend dat samen werken en bundelen krachtiger maakt.
En zo kunnen we maar doorgaan. Er zijn handelszaken die vooral in deze kerstperiode de soms koopzieke klant van alles aanprijzen. Vooral online is er geen controle. De klant koopt, de klant betaalt en als de klant niet krijgt wat hem of haar beloofd is, dan bekijkt die het maar. Er is voor lokale producten geen enkele manier om daar tegenin te gaan. We hebben de Consumentenkring, maar die is een roepende in de woestijn omdat lidmaatschap vrijwillig is en het in deze tijd geen doen is om zaken af te handelen op basis van goodwill.
Het is tijd dat we in Suriname gaan werken aan stevig maatschappelijk middenveld. Regelgeving moet dat ondersteunen, maar eerst moet het uit onszelf komen.