door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Het Hof van Justitie is in hoger beroep woensdag niet meegegaan met de eis van het Openbaar Ministerie (OM) om de ex-militairen Stephanus Dendoe, Benny Brondenstein, Iwan Dijksteel en Ernst Geffery tot twintig jaar gevangenisstraf te veroordelen voor hun aandeel in de decembermoorden. Alle vier gedaagden werden veroordeeld tot vijftien jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Kort daarvoor werd hoofdverdachte Desi Bouterse veroordeeld tot twintig jaar cel.
De driekoppige kamer die deze zaak heeft behandeld heeft de vordering van het OM voor gevangenneming van alle vijf personen verworpen. De rechters zijn van oordeel dat de vervolging onvoldoende heeft onderbouwd waarom gevangenneming is gevorderd. Rechter Dinesh Sewrattan, die het vonnis heeft voorgelezen, merkte op dat het Openbaar Ministerie nu aan zet is.
“Zij kregen een lagere straf dan Bouterse omdat zij zijn ondergeschikten waren tijdens het plegen van de strafbare feiten”
Het OM zal met gebruikmaking van de wettelijke regels ervoor moeten zorgen dat de opgelegde straf ten uitvoer wordt gelegd. De verweren van Dendoe, Brondenstein, Geffery en Dijksteel werden door het Hof verworpen. Volgens de rechtbank is wettelijk en overtuigend bewezen dat zij in nauwe en bewuste samenwerking met Bouterse de strafbare feiten waarvoor ze zijn aangeklaagd hebben gepleegd.
Onder andere is geput uit getuigenverklaringen die erop duiden dat ze op verschillende momenten in Fort Zeelandia zijn gesignaleerd in de periode 7, 8 en 9 december 1982 en zelfs op de momenten toen sommige slachtoffers standrechtelijk werden geëxecuteerd. Getuige Onno Flohr die deel was van een van de vuurpelotons die op slachtoffers heeft geschoten heeft onder andere verklaard dat Dendoe achter het vuurpeloton was, waar hij deel van uitmaakte. Dijksteel zou volgens getuigen in het OP Savanne hebben deelgenomen aan schietoefening van de Groep van 16 daags voor de moorden.
Ook zou hij zelf hebben geschoten op sommige verdachten en latere slachtoffers ook hebben opgehaald en overgebracht naar het Fort Zeelandia waar de moorden hebben plaatsgevonden. De rechtbank vond een gevangenisstraf van vijftien jaar “passend en geboden” voor deze vier verdachten. Zij kregen een lagere straf dan Bouterse omdat zij zijn ondergeschikten waren tijdens het plegen van de strafbare feiten. Alle vier zijn veroordeeld wegens medeplegen van moord.