INGEZONDEN
Surinamers zijn soms jaloers op Surinaamse Nederlanders (Surineds) die met vakantie zijn in Suriname. Zo wordt er beweerd dat Surineds met een bijstandsuitkering de show komen stelen met mooie kleren, schoenen en dergelijke. Zij zouden zich daarvoor zelfs in de schulden steken.
Wel, een uitkering op grond van de Participatiewet (voorheen Bijstandsuitkering) is echt geen vetpot. Banken zijn ook echt niet zo gek dat men een lening kan krijgen met zo een uitkering. Neen, Nederlanders zijn echt niet zo dom, zoals diehard nationalisten Surinamers willen laten geloven. Er zijn zelfs voedselbanken in Nederland voor mensen met een lage uitkering. Daar kan men terecht om wat levensmiddelen te verkrijgen. Indien men tenminste bewijst dat men daarvoor in aanmerking komt.
Om met vakantie gaan met een uitkering moet men voldoen aan bepaalde voorwaarden. Men moet er toestemming voor vragen en de vakantie moet een bepaalde, korte, tijd duren. Surineds gaan naar Suriname omdat zij een bepaalde band hebben met Suriname. Zij ondersteunen familie en vrienden in Suriname. In deze tijd met stijgende prijzen in Suriname en nauwelijks stijgende lonen en salarissen is dat meer dan noodzakelijk. In Nederland stijgen de prijzen ook, maar uitkeringen, lonen en salarissen worden aangepast aan prijsstijgingen.
In Suriname zie ik soms met goud omhangen jongemannen rondlopen die schitteren in de zon. Niet zeden ook met gouden tanden. Mensen willen blijkbaar tonen dat zij welvarend zijn. Daarmee is niets mis, zolang men zich er maar van bewust is dat men daarmee ook dieven uitnodigt en zeker indien men uit Nederland komt. Zo worden gouden sieraden weleens getrokken van de hals en arm van mensen en worden vakantiegangers ’s nachts beroofd in een gehuurd huis.
Er is mij in Nederland weleens gezegd: “yu e teki Sranan leki Ansu”; je beschouwt de afstand met Suriname als die tussen Paramaribo en Meerzorg. Dat was toen de brug over de Surinamerivier nog niet was gebouwd. Een meesterwerk en een toeristische trekpleister. Ik hoop dat de brug goed wordt onderhouden en niet te zwaar wordt belast.

Toerisme is belangrijk voor een land omdat het ook geld binnenbrengt. Een brug over de Marowijnerivier naar Frans-Guyana zal om die reden ook goed zijn. Een brug bouwen over de Corantijnrivier om Suriname te verbinden met Guyana is een nogal twijfelachtige zaak indien Suriname en Surinamers het gelag moeten betalen.
Zoals het er nu naar uitziet, moet er er tol worden betaald om over de brug te gaan. Bovendien wordt Guyana heel veel zeggenschap gegeven bij de bouw van de brug, terwijl de Corantijnrivier volledig Surinaams grondgebied is. Dan rijst ongetwijfeld de vraag wat er allemaal achter steekt. Waarom geeft de regering-Santokhi zoveel zeggenschap uit handen? Wie gaan er allemaal aan verdienen of heeft er al aan verdiend? Een zaak voor onderzoeksjournalisten.
En laat u niet wijsmaken dat Suriname geen geld daarvoor heeft. Dan had men ook kunnen denken aan grondconversie in euro’s. Nog afgezien daarvan kost het bouwen van de brug nauwelijks iets omdat men de kosten zal verhalen met tolgeld. Wie neemt nou wie in de maling?
Intussen lijkt het noodzakelijk het zwerversvolk in Paramaribo te reguleren. Dat schrikt toeristen af, al zijn Surineds geen echte toeristen. Maar er komen ook echte toeristen en die willen zorgeloos weer vertrekken en als het even kan weer terugkeren naar Suriname omdat zij het fijn hebben gehad.
De rehabilitatie van de Waterkant in Paramaribo zal ook meer toeristen aantrekken. Hetzelfde geldt voor de Palmentuin waarvan de rehabilitatie, naar ik onlangs uit uw krant heb begrepen, in februari 2024 zal beginnen.
Rinaldo van Rhemen
De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.