‘Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, 1975-1995; Bronnen en context’

Paul Faber feliciteert Suriname met het nieuwe boek dat hij heeft samengesteld met Chandra van Binnendijk.
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

19 December 2023 08:05

Voor mij lezen

Tekst Tascha Aveloo

Beeld Readytex Art Gallery/Tascha Aveloo

Paul Faber en Chandra van Binnendijk waren in 1995 de samenstellers van een tentoonstelling bestaande uit honderd kunstwerken van Surinaamse kunstenaars, gemaakt in de eerste twintig jaar van de onafhankelijkheid. Bij gelegenheid van die expo in Fort Zeelandia was ook de catalogus ‘Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, 1975-1995’ uitgegeven. Het was een veelbesproken evenement, dat plaatsvond in een beladen periode van de Surinaams-Nederlandse betrekkingen.

“De liefde en waardering waarmee deze mensen de kunst in hun huizen lieten zien zal ik nooit vergeten”

Het boek dat Faber en Van Binnendijk in het weekeind hebben gepresenteerd gaat aan de hand van tekstueel en visueel bronnenmateriaal dieper dan de catalogus van 28 jaar geleden. Het bestaat uit twee delen: een reconstructie van het project van 1995 en lange interviews uit 1995 met acht sleutelfiguren uit de Surinaamse kunstwereld.

Readytex-directeur Monique Nouh Chaia vertelde dat de uitgave van de catalogus zo goed in een grote behoefte voorzag dat er al heel gauw een herdruk moest komen. “Het werd een herziene druk. Tot de dag van vandaag vraagt men ernaar.”

Faber, die niet aanwezig kon zijn, sprak het publiek kort toe via een videoverbinding. Coauteur Van Binnendijk vertelde geanimeerd over de totstandkoming van de publicatie. “Paul heeft onder meer jaren gewerkt bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). We leerden elkaar kennen in 1992 toen de uitgeverij van het KIT ons vroeg of we samen wilden werken aan het boek: ‘Sranan, cultuur in Suriname’.” Drie jaar later werkten de twee weer samen, toen aan het opzetten van de kunstexpositie en catalogus ‘Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, 1975-1995’.

Relatie onder druk

Onderdeel van de presentatie zaterdag was een korte film waarin Surinaamse kunstenaars aan het woord komen tijdens de grote expositie in Nederland in 1995. Deze video is eerder niet vertoond in Suriname.

Het beginpunt voert terug naar 1995, het jaar waar Suriname zich opmaakt voor twintig jaar Srefidensi-herdenking. Het was een periode waarbij de relatie tussen Suriname en Nederland bijna tot een nulpunt was bekoeld. “De coup en de Decembermoorden in de jaren tachtig, hadden de relaties onder grote druk gezet. Er heerste wederzijds wantrouwen, maar tegelijkertijd was er behoefte aan een betere verstandhouding.”

Hans van Mierlo, de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, had als opdracht om de verstoorde verstandhouding te verbeteren en kwam in februari 1995 naar Suriname. Naast formele bezoeken afleggen, ging hij naar het toen beladen Fort Zeelandia, waar hij werd rondgeleid door Laddy van Putten, die toen waarnemend directeur was van het Surinaams Museum. “In 1982 had het leger het Fort opgeëist en het museum moest hals over kop vertrekken. Het fort werd tien jaar als een militaire vesting gebruikt.”

Na het vertrek van de militairen bleef het verwaarloosd en gehavend achter en ging gebukt onder de smet van de Decembermoorden. Van Mierlo besefte dat de twintigjarige herdenking van Srefidensi eraan kwam en besloot om namens de Nederlandse regering een gebaar te maken. Hij zegde tijdens zijn bezoek toe dat Nederland de restauratie van het Fort Zeelandia en het presidentieel paleis zou bekostigen. Na de restauratie zou het depot van het Surinaams Museum terugkeren naar het fort.

Beeld van kunstwereld

Er werd in Den Haag ook verder nagedacht over geschikte ‘niet politiek beladen cadeaus’ aan Suriname in het kader van de Srefidensi-herdenking. Van Binnendijk: “Er waren diverse ideeën. Zo werd het boek ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie’ geschreven over Surinaamse dichtkunst, samengesteld door Michiel van Kempen. Een ander idee was een tentoonstelling over Surinaamse beeldende kunst.”

Het Tropenmuseum kreeg de opdracht om dit laatste te doen en haalde Faber erbij. “Paul haalde op zijn beurt mij erbij. Binnen twee weken was het projectplan geschreven. Het zou een tentoonstelling worden van de beste honderd kunstwerken die door Surinaamse kunstenaars zijn gemaakt in Suriname tussen 1975 en 1995.”

Met deze opzet werd beoogd een beeld te scheppen van de specifieke kunstwereld van de jonge republiek. “Het resultaat lag vooral in het zichtbaar maken van deze jonge kunstgeschiedenis. Terugkijkend kan worden gezegd dat het een poging was om een soort canon op te stellen.”

De beste honderd werken selecteren was zeer arbitrair, maar wel de drijfveer om tal van collecties door te spitten, op zoek naar sleutelwerken. Intussen werd ook naarstig gezocht naar literatuur die vaak schaars of onvolledig was. Om de blanco plekken in het overzicht zo goed mogelijk proberen in te vullen, zijn acht sleutelfiguren uitgebreid geïnterviewd. “Deze lange interviews heb ik in augustus 1995 gemaakt en ze zijn integraal opgenomen in het nieuwe boek. Ze vormen een levendige en inzichtelijke bron van informatie over de periode waarin de moderne Surinaamse kunst, zich door een moeilijke fase heen vocht.”

Twee strategieën

Van Binnendijk: “Paul was er erg voor beducht om een ‘eurocentrische tentoonstelling van te maken. Hij luisterde naar lokale deskundigen. Er werd een Surinaamse klankbordgroep opgezet waarmee kon worden gediscussieerd over de ideeën van de opzet en aanpak van de tentoonstelling. Onze eerste strategie was ‘welke twintig werken mogen zeker niet ontbreken’.” De klankbordgroep bestond uit onder anderen Imro Themen (recensent bij de Ware Tijd), Rudy Getrouw (kunstdocent en -nestor) en Carla Tuinfort (galeriehouder). “Hun lijstjes van werken die niet mochten ontbreken in de selectie waren voor ons belangrijke richtsnoeren.”

De tweede strategie was het inventariseren van kunstwerken uit zoveel mogelijk collecties. “Gewapend met een polaroidcamera en een duimstok bezocht ik diverse collecties van bank- en bedrijfscollecties. Ik werd toegelaten tot privéverzamelingen van liefhebbers en verzamelaars. De liefde en waardering waarmee deze mensen de kunst in hun huizen lieten zien zal ik nooit vergeten.” Er ontstond een longlist en Roy Tjin en Cliff San A Jong fotografeerden de gekozen werken. Besloten was dat voor een betere diepgang van elke kunstenaar minimaal twee werken zouden worden meegenomen.

Van Binnendijk vertelt ook over het veelvuldige gebruik van de faxmachine waarvan enkele producties zijn opgenomen in het nieuwe boek. Ze noemt vooral de inzet van Themen en Getrouw zeer waardevol. Als beeldmerk van de tentoonstelling en het boek werd gekozen voor ‘De dansende vrouw’ van Erwin de Vries.

Op de cover van ‘Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, 1975-1995 – Bronnen en context’ staat ‘De dansende vrouw’, een schilderij van Erwin de Vries.

Veel belangstelling

Oktober en november waren koortsachtige maanden. Faber maakte in Nederland de catalogus af die nota bene ook in het Engels moest worden vertaald. “Het was een grootscheepse verhuizing van honderden schilderijen: inpakken, opladen, uitladen en dan een juiste plek vinden in het Fort”, herinnert Van Binnendijk zich.

Op 23 november vond de opening van de expositie plaats met veel buitenlandse gasten en delegaties die er op uitnodiging waren in verband met de Srefidensiviering. De expositie trok veel bezoekers en werd zelfs met een maand verlengd. “Al vroeg in het project werd bedacht dat de tentoonstelling ook in Nederland moest staan en dan liefst in een kunstmuseum. Het oog viel op het Stedelijk Museum in Amsterdam. Die wilde wel, maar zij wilden zelf nog enkele werken toevoegen. Het werden er ruim 35, waaronder van Remy Jungerman.”

“Deze lange interviews vormen een levendige en inzichtelijke bron van informatie over de periode waarin de moderne Surinaamse kunst zich door een moeilijke fase heen vocht”

Dat waren werken die eerder of later waren gemaakt door kunstenaars die in Nederland woonden. Faber was daar nogal pissig over omdat dit het beoogde doel en concept van de expositie enigszins voorbijstreefde. “Maar er waren juist kunstcritici die zeer verrast waren over onder meer de werken van Jungerman en het betekende in zekere zin ook de doorbraak van deze kunstenaar.”

Er werd veel en positief over de expo geschreven en velen daarvan zijn ook opgenomen in het nieuwe boek dat in een bescheiden oplage verschijnt. Het zal worden aangeboden aan vooral relevante bibliotheken en instellingen in Suriname en Nederland. Er zijn maar weinig exemplaren beschikbaar voor particulieren. Het is een specialistische publicatie voor wie zich interesseert voor de beeldende kunst van Suriname.

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel