GANGA / Sharda Ganga
Het is bijna kerst en ik kijk al enige tijd naar de tv-serie ‘Narcos’ over de jacht op Pablo Escobar. Wie weet, misschien is het een onbewuste daad van verzet tegen al die mierzoete kerstfilms. Het is niet dat ik iets heb tegen de feestdagen hoor, het is alleen dat, naarmate ik ouder word, ik er steeds onverschilliger tegenover sta. Ik raak vooral opgewonden bij de gedachte aan twee weken vergaderloos zijn, met tijd voor het uitmesten van klerenkasten, terwijl buiten het gezellig motregent.
Het is wel een grote sprong van verzet tegen de misselijkmakende zoetigheid van kerstfilms naar het bloedvergieten van ‘Narcos’, maar ik vaar er wel bij. Waarom? Omdat de tv-serie mij zoveel leert. Het was al bij de eerste aflevering dat ik dacht: ‘wacht, wat hebben we hier? Dit is zo ontzettend herkenbaar!’ Het was alsof ik een deel van de recente geschiedenis van Suriname bekeek, maar dan in het Spaans.
“In de wanhoop van armoede is men al gauw bereid alle risico’s te nemen voor een paar honderd dollar”
We zien hoe Escobar van een ‘doodnormale’ smokkelaar binnen de kortste keren uitgroeit tot de grootste cocaïnehandelaar van het continent. En naarmate het geld binnenstroomt, groeit het ego en ontstaat er een parallelle werkelijkheid. Hij wordt omringd door mensen die hem niet tegenspreken, want iedereen vaart er wel bij, maar bovenal zijn ze allemaal doodsbenauwd voor zijn ontoerekeningsvatbaarheid. Het ene moment is hij je beste vriend, het andere moment knalt hij je neer als hij denkt dat je aan zijn geld bent gekomen.
En binnen een paar jaar zijn de coca-dollars niet genoeg om het ego te stillen. Het moet niet alleen meer en groter worden, er moet ook maatschappelijk aanzien zijn. Eerst wordt dat nog geleverd door Robin Hood te spelen – en daar zag ik op mijn tv-scherm het ons welbekend plaatje van geld uitdelen overal waar hij ging.
Het gemene van dit soort zogenaamde Robin Hood-figuren is dat wat ze aan de ene kant geven, nog geen duizendste procent is van wat ze van die arme mensen ontnemen. Alle geld wat gaat in het aanvechten van de drugscriminaliteit is geld dat niet gaat naar onderwijs, gezondheidszorg. En dat is nog het minste, want in de jacht op Robin Hood vallen er ook veel onschuldige slachtoffers, en in de wanhoop van armoede is men al gauw bereid alle risico’s te nemen voor een paar honderd dollar. Het is allemaal zo bekend.
Natuurlijk stijgt die adoratie Pablo naar zijn hoofd. Natuurlijk gaat hij zelf geloven dat hij een goed mens is, de redder van arme mensen. Natuurlijk is dan die adoratie al gauw niet meer genoeg. Respect wil hij hebben van al die mensen die hem dat respect niet geven: de politieke en economische elite. Dus zet hij zijn zinnen op de politiek, de beste weg om een dikke middelvinger op te steken naar de mensen die weigeren je toe te laten tot hun club. Maar ook de beste weg om je eigen drugsimperium veilig te stellen. En als hij wordt gedwarsboomd betaalt Colombia een hoge prijs. Zei ik al dat het zo bekend klonk?
In ‘Narcos’ zien we een land dat tot het uiterste wordt getergd. Wat vooral stof tot nadenken geeft, zijn al de ‘unholy alliances’, in de strijd tegen Escobar. Samenwerking tussen terroristen en drugskartels, tussen veiligheidsdiensten (in dit geval van de VS) en drugskartels. We zien morele grenzen die worden overschreden. Want als je met de rug tegen de muur staat, dan wil je soms dingen doen die even erg zijn als wat de mensen die je bestrijdt doen. Maar keer op keer blijkt: als je eenmaal de grens overgaat, is het heel moeilijk de beer weer in de kooi te krijgen. Hoe Surinaams, denk ik daarom steeds. Voor uw gemoedsrust raad ik u aan om het te houden bij ‘Home Alone’ deel 342 deze Kerst. ‘Narcos’ is te dicht bij huis.