DE REHABILITATIEWERKZAAMHEDEN IN de Palmentuin zullen in februari volgend jaar van start gaan en ongeveer vier maanden in beslag nemen. Dat is goed nieuws voor dit unieke stukje natuur in de stad, waar menig bewoner in de vrije uurtjes vertier of ontspanning zoekt. De laatste jaren is de Palmentuin – mede door het ontbreken van een consistent beleid – meer gesloten dan open geweest voor het publiek omdat het steeds weer moest worden opgeknapt.
De historische plek die oorspronkelijk tot de achtertuin van het voormalige gouverneurshuis (het huidige presidentieel paleis) behoorde, werd in 1685 opengesteld voor het publiek. Dat gebeurde in opdracht van gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, die de honderden koningspalmen ter ere van zijn overleden vrouw had laten planten. Maar in 1688 werd de Palmentuin weer gesloten, na de moord op de gouverneur. Het zou vervolgens nog twee eeuwen duren voordat het weer voor Jan en Alleman toegankelijk werd en uitgroeide tot één van de belangrijke toeristische trekpleisters van Paramaribo.
Om herhaling te voorkomen dat na het nodige ‘lapwerk’ het weer bergafwaarts met de wandeltuin gaat, is er een onderhouds- en beheersplan opgesteld
Echter, in de afgelopen decennia sloeg het verval toe. Het interesseerde politici niet en het onderhoud verslapte. De bijna duizend palmbomen werden nauwelijks onderhouden en als dat wel gebeurde dat was dat niet met de deskundigheid die daarvoor nodig was. Dat zorgde voor levensgevaarlijke situaties, met als dieptepunt de dood van een toerist uit Nederland die werd getroffen door een palmtak. Bovendien namen zwervers en criminelen de tuin over, waardoor bezoekers zich niet meer veilig voelden. Regelmatig werden daar mensen, onder wie toeristen, beroofd.
Eén van de weinige goede ontwikkelingen was de opzet van Waka Pasi op initiatief van de vorige first lady. De standjes met hoofdzakelijk lokale producten en etenswaren trekken vooral op hoogtijdagen duizenden bezoekers. Maar voor de rest is de Palmentuin een plek die menigeen liever mijdt. Echter, in het kader van het Paramaribo Urban Rehabilitation Program (Purp) wordt een serieuze make-over nu grondig aangepakt. Dit wordt bekostigd uit de twintig miljoen US dollar die de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) voor Purp beschikbaar heeft gesteld.
Een internationaal team van boomspecialisten uit Colombia werd ingevlogen en onder hun toeziend oog werden door het directoraat Openbaar Groen en Afvalbeheer van het ministerie van Openbare Werken alvast de belangrijkste opschoningswerkzaamheden uitgevoerd. Van de 954 koningspalmen werden er 52 gekapt, omdat ze dood waren. Om herhaling te voorkomen, dat na het nodige ‘lapwerk’ het weer bergafwaarts met de wandeltuin gaat, is er een onderhouds- en beheersplan opgesteld. Dat was een belangrijke voorwaarde voor de financiering, die mede op voorspraak van de Unesco is verstrekt. Bij die organisatie begrijpt men ook dat Surinamers het onderhoud anders laten versloffen.
Door die gestelde eisen duurt het rehabilitatieproces veel langer dan oorspronkelijk de bedoeling was. De liefhebbers van de Palmentuin moeten daardoor nog even wachten, voordat ze in ‘hun’ tuin weer onbezorgd kunnen verpozen. Maar voor hun geduld zullen ze wel wat terugkrijgen. Dankzij de buitenlandse steun worden de komende tijd verharde paden, nieuwe banken en verlichting aangebracht en er komen kunstwerken in de tuin. Met een beetje geluk keert de veiligheid dan ook weer terug.