‘Probleem is het management van de Marowijnerivier’
Tekst Euritha Tjan A Way
De afdeling Juridische Ondersteuning van De Nationale Assemblee (DNA) heeft geadviseerd om het protocol grensbepaling en gezamenlijk management van de grens met Frans-Guyana goed te keuren, maar het college is nog niet zover. Dat bevestigt de voorzitter van de commissie van rapporteurs Obed Kanape in gesprek met de krant. “Het is inderdaad zo dat de regering haar werk al heeft gedaan en heeft getekend met de Fransen. Maar nu is DNA, de wetgevende macht, aan de beurt om het verdrag dat de grens regelt te bekrachtigen en wij zijn nog niet zover”, legt Kanape uit.
Er is in commissieverband besloten om het protocol in eerste ronde alvast te behandelen, maar het is volgens Kanape noodzaak dat de gemeenschappen in de grensgebieden geconsulteerd worden. “Dat heeft plaatsgevonden bij het bepalen van de grens in 2018 en 2019. Maar nu moet DNA zich ervan vergewissen dat de mensen weten wat er is besloten en dat ze weten wat dat voor hen zal betekenen”, vindt de politicus.
“De inheemsen bijvoorbeeld klaagden dat de Fransen hun gerookte vis die ze brachten naar de overkant voor verkoop, in de rivier gooiden“
Getekend in 2022
In maart 2022 ondertekenden minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking en zijn Franse collega Jean-Yves Le Drian het grensprotocol, dat een aanvulling is op het 1915-Verdrag van Parijs. Ook werden enkele samenwerkingsgebieden en voornemens bekrachtigd in een document met de Franse minister Sébastien Lecornu van Overzeese Gebieden. Dit is tot stand gekomen na een consultatieronde van zowel traditionele gezagdragers als lokale autoriteiten die werken in het gebied.
In documenten waarop de Ware Tijd de hand heeft weten te leggen blijkt dat toen al, in 2018 de lokale bevolking problemen had met het vaststellen van de grens en de gevolgen die mogelijk daaruit zouden voortvloeien. De inheemsen bijvoorbeeld klaagden dat de Fransen hun gerookte vis die ze brachten naar de overkant voor verkoop, in de rivier gooiden. Daarnaast stelden de inheemsen zich op het standpunt dat ze veel familie in Frans-Guyana hebben. “We zijn een volk, de grens is getrokken toen zonder ons te consulteren. Maar we hebben familie daar en moeten vrij op en neer kunnen gaan”, liet een kapitein optekenen.
Ook bij de VHP-fractie in DNA is naar verluidt niet iedereen blij met een klakkeloze goedkeuring van het protocol genaamd: ‘Protocol tussen de Republiek Suriname en de Franse Republiek met het oog op de Regeling van de Grens tussen Suriname en Frans-Guyana over de Marowijne- en Lawarivier bij het Verdrag getekend in Parijs op 30 september 1915 tot het vaststellen van de Grens in het deel van de grensrivier inclusief de Gezamenlijke Verklaring aangaande het gezamenlijk management van de Marowijne en Lawarivier, en de gezamenlijke ontwikkeling van het grensgebied’.
Gezondheidszorg en onderwijs
Hoewel Kanape duidelijk maakt dat als DNA het protocol niet bekrachtigt, het werk van de Grenscommissie helemaal opnieuw moet beginnen, zegt hij ook dat het probleem niet zozeer ligt in de bepaling van de grens. “Bij dat proces is genoegzaam rekening gehouden met de realiteit van de mensen. Zo zijn eilanden waar Surinaamse talen gesproken worden en waar meer Surinamers wonen werkelijk aan Suriname toegewezen. Ons probleem ligt in het management van het gebied. Daarbinnen moeten we reserves maken. De consultaties met de lokale gemeenschappen zullen bepalen wat die reserves precies zullen zijn”, zegt Kanapé.
“Ons probleem ligt in het management van het gebied. Daarbinnen moeten we reserves maken. De consultaties met de lokale gemeenschappen zullen bepalen wat die reserves precies zullen zijn“
Hij noemt daarbij zaken als gezondheidszorg en onderwijs. “Er zijn mensen aan weerszijden van de grens die gebruik maken van deze diensten in een ander land. Soms wonen mensen in Suriname maar ze maken gebruik van de gezondheidszorg van de Fransen of andersom. Dan weer onderwijs. Kinderen die in Suriname wonen en in Frans-Guyana naar school gaan. We moeten rekening houden met de sociaal-culturele realiteit in de gebieden en daaromheen reserves inbouwen bij de managementplannen van de grens.”
Overleg
Er is volgens Kanapé ook een verschil in wettelijke bepalingen tussen de twee landen. “Frans-Guyana zegt dat kleinschalige mijnbouw illegaal is op de rivier. Maar dat is voor onze mensen een middel van bestaan. Hoe gaan we daarmee om?” werpt de commissievoorzitter ook op. Hij zegt ook dat de politie in het gebied onvoldoende toegerust is om het niveau van handhaving en controle van de Fransen te kunnen evenaren. “We willen niet het verwijt krijgen dat we ons deel niet doen, terwijl we wel willen, maar er is geen geld om de politie daarvoor gereed te maken. Als we de grens zo willen managen dan moet de politie-uitrusting bij de grens ook prioriteit zijn op de begroting”, aldus Kanapé.
De commissievoorzitter denkt dat het horen van de lokale bevolking in het Marowijnegebied in januari kan geschieden. Daarbij zal de mensen gevraagd worden om centraal te Langatabiki en Stoelmanseiland te komen voor overleg. “We moeten de data nog nader bepalen omdat we ook rekening moeten houden met de traditionele gebruiken van de mensen in januari.”