Het is nog geen vijftien jaar geleden dat Chandrikapersad Santokhi als minister van Justitie en Politie de reputatie van crimefighter had opgebouwd. Criminelen deden het in die periode bij wijze van spreken in hun broek voor hem en de klad was in de cocaïnetransporten gekomen. Maar nu hij president is, lijkt Suriname juist overgeleverd aan het geboefte. Het land heeft nu veel weg van een schurkenstaat, zeker in de ogen van het buitenland.
Tekst Armand Snijders
Beeld dWT archief
Bij de verkiezingen van mei 2010 werd Santokhi, wiens populariteit binnen de VHP en in het land behoorlijk was toegenomen, door toedoen van de toenmalige voorzitter van de oranje partij, Ram Sardjoe, niet zoals iedereen had verwacht de lijsttrekker in Wanica. Sardjoes argument was dat Santokhi beter kon dienen als lijstduwer. Hij haalde in ieder geval genoeg stemmen om te worden gekozen.
“Voor iedereen die had gedacht dat Santokhi ook in zijn hoedanigheid als staatshoofd korte metten zou maken met criminele activiteiten en de plegers, is zijn presidentschap tot nu toe één grote deceptie”
Echter, het was een bittere pil voor hem dat het Nieuw Front – waar de VHP deel van uitmaakte – slechts veertien zetels behaalde en de NDP/Megacombinatie samen met onder meer de ACombinatie van Ronnie Brunswijk 36. Daardoor had Santokhi, die door het Nieuw Front was voorgedragen voor het presidentschap, het nakijken.
Decembermoorden
Hij belandde dus in de oppositiebanken. Korte tijd later werd hij wel voorzitter van de VHP. In de oppositie viel hij nauwelijks op, totdat president Desi Bouterse in mei 2012 de Amnestiewet wilde wijzigen, waardoor hij niet meer zou kunnen worden vervolgd voor zijn rol bij de Decembermoorden van 1982.
Santokhi reageerde woest, maar kon er in het parlement weinig tegenin brengen. Voor de camera van het Nederlandse actualiteitenprogramma ‘EenVandaag’ beloofde hij plechtig de wet te zullen intrekken, zodra hij president zou zijn. Maar ruim een jaar later was hij in een interview met Parbode naar de verkiezingen van 2015 een stuk minder stellig in zijn afkeer naar de NDP en met name Bouterse toe.
Hoewel tijdens dat gesprek vooral de doofpotaffaires, de ordening van de goudsector, de drugscriminaliteit en andere onfrisse zaken centraal stonden, zette hij ook alvast de deur op een kier voor een eventuele toekomstige samenwerking met de NDP. Ook al zou Bouterse daar nog aan de touwtjes trekken, hij stond daar vooraf best voor open. “Maar als mijn achterban daarom vraagt, zal ik haar wel uitleggen waarom dat moeilijk ligt”, zo zei hij cryptisch. Echter, het was toen al duidelijk dat hij heel veel concessies zou willen doen om de macht te krijgen.
Maar de verkiezingen van 2015 liepen voor Santokhi en de VHP weer op een deceptie uit. De NDP haalde een grote overwinning en verkreeg zelfs een meerderheid in het parlement. Echter, in 2020 lukte het Santokhi wel, nota bene geholpen door de NDP. Die partij werd afgestraft omdat ze een zooitje van ’s lands financiën had gemaakt en vrijwel niemand die partij weer in het machtscentrum wilde. Santokhi en de VHP waren eigenlijk het enige alternatief; ze sleepten deze keer op hun sloffen een – weliswaar bescheiden – overwinning binnen.

Deuk in onkreukbaar imago
Voor iedereen die had gedacht dat Santokhi ook in zijn hoedanigheid als staatshoofd korte metten zou maken met criminele activiteiten en de plegers, is zijn presidentschap tot nu toe één grote deceptie. Om ervoor te zorgen dat hij het hoogste ambt kon gaan bekleden, moest hij wel een coalitie vormen met Abop van oud-rebellenleider Ronnie Brunswijk, die op de opsporingslijst staat van Interpol vanwege zijn veroordelingen wegens drugshandel in Nederland en Frankrijk. Daarmee was de toon gezet voor wat nog komen zou.
Santokhi zwichtte zelfs voor de druk van de Abop-voorzitter en accepteerde dat deze vicepresident werd. Daardoor werden ook in het buitenland de nodige wenkbrauwen gefronst, want daar was gehoopt dat Suriname na tien jaar Bouterse met een compleet schone lei zou beginnen. Dat was met Brunswijk absoluut niet het geval. Het was in ieder geval de eerste deuk in het onkreukbare imago van Santokhi.
“Iedere president zou willen weten wie die foute politici zijn, maar vanuit Suriname is nooit opheldering gevraagd bij de Braziliaanse autoriteiten”
Toename aantal cocaïnevondsten
Er zouden vervolgens nog vele nieuwe deuken in zijn imago volgen: allereerst is er sinds zijn aantreden in de havens van Rotterdam, Vlissingen en Antwerpen een behoorlijke toename van het aantal cocaïnevondsten die via Suriname waren verscheept. Volgens de Europese autoriteiten omdat de controle in de Surinaamse haven ernstig tekortschiet.
En de Franse autoriteiten klagen steen en been dat ze worden overspoeld met bolletjesslikkers die via Suriname cocaïne op de vluchten van Cayenne naar Parijs proberen te smokkelen. Twintig procent van de totale cocaïnebehoefte in de Franse hoofdstad zou inmiddels op die manier via Suriname worden geleverd.
Heb je het over drugssmokkel en Frankrijk, dan komt al snel de naam van Abop-ondervoorzitter Joël ‘Bordo’ Martinus naar boven drijven. Die werd door Santokhi, ondanks een veroordeling bij verstek door een Franse rechter, aangesteld als directeur van de Anthony Nesty Sporthal. Iedereen vond dat onbegrijpelijk, maar Santokhi’s argument zal zijn geweest dat hij dit onder zware druk van Brunswijk moest doen.
Voortvluchtige drugscrimineel
‘Bordo’ presteerde weinig en bovendien wilde de Surinaamse justitie hem vorig jaar november oppakken op verdenking van onder meer moord en drugshandel. Maar hij wist uit handen van de sterke arm te blijven, omdat hij was getipt. Niemand vroeg zich af hoe dat mogelijk was, ook Santokhi niet. Die heeft nog nooit op de heikele kwestie gereageerd.
Zoals hij ook nooit een reactie heeft gegeven op het feit dat zijn vicepresident de in Nederland veroordeelde en destijds voortvluchtige drugscrimineel Piet Wortel jarenlang een veilig onderkomen bezorgde in Suriname en deze zelfs een grote hoeveelheid goudstaven voor Brunswijk in bewaring kon nemen. Datzelfde geldt voor de Braziliaanse onthullingen van nog geen twee jaar geleden over de banden die vijf actieve en vooraanstaande politici uit Suriname zouden hebben met drugsbonzen bij de zuiderburen. Iedere president zou willen weten wie die foute politici zijn, maar vanuit Suriname is nooit om opheldering gevraagd bij de Braziliaanse autoriteiten.
Suriname een narcostaat
Verder blijkt Suriname een paradijs te zijn voor piloten van drugsvliegtuigjes die hun illegale lading willen dumpen. Daarvoor zijn er zo’n veertig heimelijk aangelegde airstrips in het regenwoud, zo is uit onderzoek van Le Monde gebleken. De Franse krant had zich op Suriname gestort na de overdreven reactie die minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking had gegeven na de verschijning van de Netflix-serie ‘Narco Saints’. Daar wordt Suriname in weggezet als een narcostaat, wat het land volgens hem niet meer is. De stampij die hij daarover maakte, trok internationaal de aandacht.
Maar er waren ook kwesties die niets met cocaïne te maken hadden, maar waarbij wel mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd, de zogenaamde witteboordencriminaliteit. Zoals de dubieuze oprichting van New Surfin en het schandaal rond de Deense Hybrid Power System Group, die miljarden US dollars zou investeren in onder meer een waterstoffabriek. Vooral bij de rol van Ramdin en zijn toenmalige collega Armand Achaibersing van Financiën en Planning werden vraagtekens gezet, maar het Openbaar Ministerie heeft hun betrokkenheid bij beide zaken nooit echt onderzocht.
Doofpotaffaires
Santokhi zelf heeft naar verluidt zijn invloed aangewend om te voorkomen dat de directeur van de Hakrinbank, Rafiek Sheorajpanday, zou worden vervolgd vanwege ongewenste gedrag jegens vrouwelijke medewerkers. Santokhi wilde dolgraag dat hij ongestoord mocht blijven zitten omdat de bankman zorgde dat de overheid kon blijven lenen om de staatsfinanciën draaiende te houden. Dat was belangrijker dan het rechtsgevoel van de getroffen vrouwen.
En dan zijn er nog de criminele activiteiten bij Suri-Change in Nederland. Die leidden onlangs zelfs tot de ondergang van het ooit gerenommeerde bedrijf, dat nauw verbonden is met Surichange Bank. Ondanks dat er vermoedens zijn dat de bank ook in Suriname betrokken zou zijn bij duistere praktijken, heeft de regering nooit om opheldering gevraagd.
Al deze zaken bij elkaar, tezamen met de veel andere doofpotaffaires, hebben Suriname inmiddels het imago van een schurkenstaat gegeven. Het wordt nog niet hardop gezegd om de regering niet tegen het hoofd te stoten, maar vooral in de buitenlandse wandelgangen wordt er uitgebreid over gesproken. Dat is iets dat Santokhi – die de reputatie van crimefighter al lang van zich heeft afgeworpen – zich heel goed moet realiseren en zichzelf zeker mag aanrekenen.