‘Ik heb erg veel moeite met onrecht’
Het is nog geen vijftien jaar geleden dat Chandrikapersad Santokhi als minister van Justitie en Politie de reputatie van crimefighter had opgebouwd. Criminelen deden het in die periode bij wijze van spreken in hun broek voor hem en de klad was in de cocaïnetransporten gekomen. Maar nu hij president is, lijkt Suriname juist overgeleverd aan het geboefte, dat zelfs deel uitmaakt van zijn team. Het land heeft nu veel weg van een schurkenstaat, zeker in de ogen van het buitenland.
Tekst Armand Snijders
Illustratie Maarten Wolterink
Santokhi had sinds 1982 – na zijn terugkeer uit Nederland – al een behoorlijke staat van dienst binnen het Korps Politie Suriname opgebouwd toen hij op 1 augustus 2005 door president Ronald Venetiaan werd benoemd tot minister van Justitie en Politie. Al snel kreeg hij in die hoedanigheid van verschillende kanten het predicaat ‘crimefighter met lef’ opgeplakt.
“Ook huidig vicepresident Brunswijk was op de Brownsberg actief en zijn gewapende mensen hielden pottenkijkers op afstand”
Hij voerde een strak no-nonsense beleid op het gebied van naleving van wet en recht en liet geen steen op de andere liggen. Zelfs binnen zijn eigen ministerie zette hij veel, zo niet alles op zijn kop. Over dat opgeplakte predicaat zei hij destijds in een interview: “Het is een levensopvatting die je gaandeweg gaat ontwikkelen. Ik ben iemand die erg veel moeite heeft met onrecht.”
De criminaliteit werd onder zijn bewind hard aangepakt. Vooral de grote drugsbazen hadden het flink te verduren en durfden nauwelijks meer cocaïnetransporten vanuit Suriname naar het buitenland te organiseren; de pakkans was te groot. De prijs van het witte goud dropte op de lokale markt naar een absoluut dieptepunt omdat de handelaren het aan de straatstenen niet meer kwijt konden.
Nervositeit in de drugswereld
In die periode beweerde een vertrouweling van ex-dictator Desi Bouterse dat die in flinke financiële problemen verkeerde omdat hij met een partij van driehonderd kilo Colombiaanse cocaïne zat die hij door het beleid van Santokhi niet meer naar Europa kon verschepen. De nervositeit in de drugswereld was in ieder geval groot en leidde tot onderlinge afrekeningen.
Ook de goudbusiness had het fors te verduren. Veel illegale goudvelden werden door politie en leger schoongeveegd in de op last van Santokhi opgezette Clean Sweep-operaties. In het beschermde Brownsberg-reservaat werden tientallen illegale Braziliaanse goudzoekers opgepakt en hun kampen vernietigd.
Aan de andere kant was Santokhi toeschietelijk naar illegale mensen die in Suriname vertoefden. Zij konden betrekkelijk eenvoudig gebruik maken van een generaal pardon, zonder dat hen het vel over de oren werd getrokken (zoals enkele jaren later door de regering-Bouterse die zo’n drieduizend US dollar per aanvrager vroeg). Meer dan tienduizend mensen maakten dankbaar gebruik van de geboden mogelijkheid om hun verblijf te legaliseren.
‘Pablo Escobar van Guyana’
De al jaren voortvluchtige beruchte Guyanese drugsbaron Roger Khan werd op 15 juni 2006 in Paramaribo gearresteerd tijdens een anti-drugsoperatie. Die actie zou volgens Santokhi lange tijd zijn voorbereid. Bij de inval in zijn schuilplaats werden zo’n tweehonderd kilo cocaïne en vuurwapens aangetroffen.
De naam van de ‘Pablo Escobar van Guyana’ wordt genoemd in meer dan tweehonderd moordzaken in Guyana en hij stond langer dan tien jaar op de internationale opsporingslijst van de Verenigde Staten wegens grootschalige import van drugs naar dat land. De Amerikaanse justitie was maar wat blij met zijn aanhouding en zette alles op alles om hem zo snel mogelijk uitgeleverd te krijgen, ook al moest een niet meer actief verdrag uit de koloniale periode van Suriname geheractiveerd worden om dat voor elkaar te krijgen.
Uiteindelijk werd Khan op 30 juni van dat jaar in het diepste geheim en in opdracht van Santokhi op het vliegtuig gezet naar Amerika. De toenmalige minister beargumenteerde dit besluit door te zeggen dat Khan een serieuze bedreiging vormde voor de openbare orde en veiligheid van Suriname. Ook zou hij aanslagen hebben voorbereid op enkele – niet nader genoemde – Surinaamse topfunctionarissen.
Doodseskader Phantom Squad
De uitzetting zorgde in zowel Guyana als Suriname voor veel ophef, omdat in Surinaamse wetgeving staat dat een crimineel bij eventuele uitzetting moet worden uitgezet naar het land van herkomst. En Guyana had hem graag zelf willen berechten. Ook de manier waarop Khan Suriname zou zijn uitgezet, zorgde voor wat vraagtekens.
Parlementariër Ronnie Brunswijk zei zelfs aanwijzingen te hebben dat Amerikaanse DEA-agenten Khan in de gevangenis te Santo Boma hadden opgehaald en hem geblinddoekt naar de Johan Adolf Pengel luchthaven hadden geëscorteerd. Uiteindelijk werd hij in oktober 2009 tot veertig jaar celstraf veroordeeld voor onder meer het smokkelen van grote hoeveelheden cocaïne in de Verenigde Staten.
In 2011 bleek uit uitgelekte vertrouwelijke Amerikaanse documenten, gepubliceerd door WikiLeaks, dat Bouterse en Khan in 2006 een samenwerking waren aangegaan in de cocaïnehandel. Khan was naar verluidt leider van het Guyanese doodseskader Phantom Squad. Bouterse had Khan gevraagd om huurmoordenaars te leveren om Santokhi en toenmalig procureur-generaal Subhas Punwasi te liquideren. Ook zou president Venetiaan gegijzeld worden. In de Amerikaanse diplomatieke documenten werd Santokhi ‘de grootste Surinaamse bondgenoot van de VS’ genoemd.
Decemberstrafproces
Maar het meest nog wordt de toenmalige Justitieminister ongetwijfeld herinnerd als de man die er voor een belangrijk deel voor heeft gezorgd dat het strafproces rond de Decembermoorden van 1982 op 30 november 2007 eindelijk van start kon gaan en hoofdverdachte Desi Bouterse en de anderen verdachten zich voor de rechter moesten verantwoorden.
Bouterse, die de zaak altijd een ‘politiek proces’ heeft genoemd, heeft regelmatig de spot met Santokhi gedreven en hem bestempeld als ‘Sheriff’, een andere bijnaam die Santokhi sindsdien werd opgeplakt. Ondanks alle tegenwerkingen vanuit het kamp-Bouterse, zal hij op 20 december eindelijk definitief zijn straf horen. Dat is dus onder meer aan Santokhi te danken, die nu als president ook het toekomstige lot in handen heeft van de ex-dictator: gaat hij de cel in of krijgt hij toch gratie van de man die hij ruim tien jaar geleden nog wilde vermoorden?
“De nervositeit in de drugswereld was in ieder geval groot en leidde tot onderlinge afrekeningen”
Ongrijpbare invloeden
Terwijl het Decemberstrafproces tot de successen van Santokhi gerekend mag worden, is niet alles wat hij als minister heeft opgestart zo goed geëindigd. De operatie Clean Sweep bijvoorbeeld werd ondanks de wervelende start een mislukking. Vrijwel alle illegale goudzoekers keerden na verloop van tijd terug en gingen vrolijk verder waar ze altijd al mee bezig waren: het omspitten van grote stukken van het Surinaamse natuurschoon in hun zoektocht naar het blinkende goud.
Ook huidig vicepresident Brunswijk was daar actief en zijn gewapende mensen hielden pottenkijkers op afstand. Zo leerde Santokhi dat hij ook met zijn macht moest buigen voor ongrijpbare invloeden van buitenaf. Desondanks fluisterden veel mensen in 2010 hoopvol: als hij nou eens onze president zou kunnen worden, dan gaat het vast goedkomen met Suriname.
Het zou nog tien jaar duren voordat die hoop bewaarheid zou worden. Hoe het uiteindelijk is gekomen dat hij als staatshoofd vreselijk teleurstelt en het er op lijkt hoe de crimefighter van weleer nu vooral criminelen laat lopen, leest u in het volgende deel.