Op 25 november 2023 was Suriname 48 jaar een onafhankelijk land. Die dag werd door het grootste deel van de samenleving in armoede herdacht. Op dit moment wordt de gemeenschap beloofd dat de inkomsten uit de oliesector op zee haar zullen verlossen van de armoede. Dat houdt in dat zij met een beetje geluk nog minimaal vijf jaar in armoede zal moeten leven.
Tekst Kenneth Sukul
Beeld CBvS/Kenneth Sukul
Echter, de samenleving hoeft zich dat niet te laten overkomen. Ze zal haast moeten maken om de juiste formule te kiezen nu het nog kan. Want de tijd staat niet stil en de ontwikkelingen op de wereld vinden onafhankelijk van Suriname plaats.
Investeringen
Degenen die het beleid de afgelopen 48 jaar hebben bepaald of invloed daarop hadden, kwamen niet verder dan theorieën die misschien in andere economieën werken, maar in Suriname niet van toepassing zijn. Het land kan zich alleen ontwikkelen middels buitenlandse investeringen en door er alles aan te doen om investeerders aan te trekken (zie West-Suriname na 1975). De staat mag zich niet bezighouden met de productie.
“Daar het onderwijs in de afgelopen 48 jaar nauwelijks ambitieuze managers en werkers heeft voortgebracht zal Suriname naar een ‘shortcut’ moeten zoeken om de groei op gang te brengen”
Belangrijk zijn ook de open marktoperaties (OMO’s) van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), die de koers zouden moeten stabiliseren. De koers was al stabiel op SRD 24. Echter, ze sloeg op hol en de aandeelhouders van de handelsbanken werden ruim SRD 4,5 miljard rijker gemaakt, terwijl de hout-, vis- en rijstsector niet aan geld kunnen komen om de productie te verhogen en de verwerking aan te pakken. Erger nog: Suriname loopt elk jaar ruim zeshonderd miljoen US dollar uit de kleinschalige goudsector mis, omdat volgens de regering er geen geld is om deze sector te ordenen.
Suriname benadeeld
Vanaf 2017 heeft Suriname een overschot op de handelsbalans (export-import) van gemiddeld 750 miljoen US dollar (zie grafiek 1). Daarbij wordt het aanbod van US dollars uit de illegale handel buiten beschouwing gelaten. En toch daalde tussen 2020 en 2023 de waarde van de Surinaamse dollar (SRD) met 400 procent ten opzichte van de US dollar.
Suriname werd bij elke overeenkomst met buitenlandse bedrijven benadeeld. Voorbeelden daarvan zijn de rode loper die werd uitgerold voor Alcoa, ondanks contractbreuk, bij haar vertrek uit Suriname in 2019. De deal met Newmont waarbij Suriname driehonderd miljoen US dollar betaalde voor 25 procent aandeel, zonder zeggenschap, terwijl de investeringen nog geen 150 miljoen US dollar kostten.
Recent nog mocht APA Corporation (voorheen Apache) met de olievoorraden van Suriname gaan shoppen. Dat leverde haar een bonus van honderd miljoen US dollar op. Naast winst uit de operatie in blok 58 krijgt ze voor elk vat olie twee US dollar en wordt haar bijdrage van 4,5 miljard US dollar in de operatie door TotalEnergies gefinancierd, terwijl Suriname 1,8 miljard US dollar moet betalen aan TotalEnergies. Niet om aandeelhouder te worden, maar om in aanmerking te komen voor 20 procent van de opgepompte olie.
Ontwikkeling en groei
Het ontwikkelingsniveau van een land wordt aangegeven door het bruto binnenlands product (BBP) en het inkomen per hoofd van de bevolking. Suriname heeft op dit moment een BBP van 2,6 miljard US dollar met een inkomen per hoofd van 4.500 US dollar.
Dat het inkomen per hoofd van de bevolking te laag is, merken we bijvoorbeeld aan de kwakkelende gezondheidszorg, het onderwijs dat op haar rug ligt, gebrek aan geld voor sport en cultuur en voor de zorg voor mensen met een beperking en ouderen. Hoe hoger het inkomen per hoofd van de bevolking, hoe hoger de ontwikkeling van het land.
Bijvoorbeeld: Nederland heeft een inkomen van 45.000 euro per hoofd van de bevolking. Het geeft 5.600 euro per hoofd uit aan gezondheidzorg en 65.000 euro aan onderwijs per schoolgaande en heeft nog genoeg geld om parken en ander ontspanningsmogelijkheden voor de bevolking op te zetten en te onderhouden.
Suriname moet eerst leefbaar worden gemaakt voordat het over kan gaan tot ontwikkeling. Daarvoor moet de economie reëel met minstens 10 procent per jaar groeien om een inkomen per hoofd van de bevolking van tienduizend US dollar te halen. Dit kan bij een groei van 10 procent in 2031. Dat betekent dat het land ruim 390 miljoen US dollar per jaar meer moet gaan produceren/verdienen (zie tabel 1).
Met reële groei wordt in deze bedoeld dat de inkomsten van de staat met 10 procent moeten groeien, niet door stijging van de wereldmarktprijzen, maar door hogere productie en meer productiebedrijven en waarde toevoeging. Het land zal ook alle controlerende instituten corruptievrij moeten maken en daar kundige mensen moeten plaatsen.
Mogelijkheden
Suriname maakt kans om de groei van 10 procent vanaf 2024 te halen met verdere ontwikkeling van de rijst-, vis-, hout- en kleinschalige goudsector. Markoesa- en kokosteelt, carbon credits, callcenters, schenkingen en donaties van ‘bevriende landen’ zijn goed, maar zullen niet kunnen zorgen voor de noodzakelijke groei.
Wat de situatie van Suriname lastig maakt, zijn de klimatologische veranderingen en het feit dat de goudsector na 2033/35 zal zijn uitgeput. Terwijl de olie uit zee de huidige inkomsten uit de goudsector en de jaarlijkse groei van respectievelijk 650 en 390 miljoen US dollar per jaar niet kan garanderen.
De hoogte van de inkomsten uit de oliesector is niet zeker omdat er enorme hoeveelheden olie en gas in de laatste jaren zijn ontdekt en de prijs afhangt van de ontwikkeling in de geopolitiek. De huidige prijs van ruim 95 US dollar per vat komt door de productiebeperking van de organisatie van olieproducerende landen (Opec), het inkoop verbod van olie uit Venezuela, Iran en Rusland.
Op korte termijn komen ook nog de maatregelen tegen klimaatverandering, die de vraag naar aardolie zullen verlagen. Daarnaast is de vraag hoe het volk ervoor zal zorgen dat de inkomsten uit zee hem ten goede komen en niet worden weggekaapt, zoals dat nu het geval is met huidige inkomsten uit onder meer de goud- en oliesector.
Ontwikkelingsmodel
Daar het onderwijs in de afgelopen 48 jaar nauwelijks ambitieuze managers en werkers heeft voortgebracht zal Suriname naar een ‘shortcut’ moeten zoeken om de groei op gang te brengen. Het model van Suralco zou Suriname goed van pas komen. Arbeiders met een technische school- en mulo-opleiding werden ‘on the job’ getraind en het bedrijf werd ‘s werelds efficiëntste aluinaarde bedrijf. Trainers (ervaren deskundigen), kunnen overal op de wereld worden gevonden en ingehuurd. Dat doen alle multinationals.
Door het model van Hakrinbank toe te passen kan de ontwikkeling sneller opgang komen. Negenenveertig procent van de aandelen werd toen verkocht aan particulieren. Daarmee werd kapitaal binnengehaald en het voortbestaan van het bedrijf gegarandeerd.
“Markoesa- en kokosteelt, carbon credits, callcenters, schenkingen en donaties van ‘bevriende landen’ zijn goed, maar zullen niet kunnen zorgen voor de noodzakelijke groei”
Had men dat in het jaar 2000 bij Staatsolie gedaan dan had het door de transparantie, dan wel efficiëntie, financieel meer opgebracht voor de staat en had het nog ruim één miljard US dollar in 2012 bij de bouw van de raffinaderij en de deal met Newmont Suriname bespaard en zou de slechte deal met APA Corporation/TotalEnergies de samenleving zijn bespaard.
Bedrijven opzetten samen met de samenleving, zorgt niet alleen ervoor dat kapitaal, dat op de vlucht was, terugkomt, maar leidt ook tot volwaardige arbeidsplaatsen. Daarnaast kan iedereen, ook de kleine man, de vreemdeling en de diaspora, als mede-eigenaar na 48 jaar, onafhankelijk door het leven gaan.
