Een laag zelfbeeld en passief gedrag: zijn dit de onzichtbare sporen van het slavernijverleden? De overblijfselen van de plantages, de koloniale gebouwen en de namen van plaatsen die verwijzen naar het koloniale bewind zijn zichtbaar in Suriname. Maar juist de onzichtbare sporen van het verleden hebben een impact op het heden.
Tekst Kevin Headley
Beeld NOS/’Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname’
Deze beïnvloeden de zelfwaardering van de Surinamers en remmen daarmee de algehele ontwikkeling van het land. De impact en omvang hiervan moeten worden onderzocht. Dit zou een waardevol vervolg kunnen zijn op het herdenkingsjaar slavernijverleden. Als samenleving staan we er namelijk nauwelijks bij stil dat het slavernijverleden nog steeds doorwerkt in het land. Het bepaalt nog steeds sterk onze identiteit. En niet alleen die van de Afro-Surinamers.
“‘Als we het hebben over doorwerking hebben we het over die koloniale periode en daarbij is de slavernij het meest extreme”
Toen Suriname door Nederland werd gekoloniseerd in 1667 ontstond een relatie die kan worden omschreven als die tussen meester en knecht. Als gevolg van de oorlog met Engeland in de zeventiende eeuw verruilde Nederland Nieuw-Amsterdam voor het huidige Suriname. In eerste instantie werden de inheemsen tot slaaf gemaakt. In 1684 sloten de Nederlanders vrede met de Indianen. Daarbij beloofden de kolonisten onder meer dat ze de inheemsen niet als slaven zouden inzetten.
De West-Indische Compagnie bracht daarna tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Suriname om op de plantages te werken. Daar moesten ze de opdrachten van de meesters uitvoeren en als ze dat niet deden of als het niet naar wens was van de meesters, werden ze gemarteld, verminkt of gedood.
Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd contractarbeid ingevoerd. De immigranten moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken. De culturele samenstelling van de bevolking weerspiegelt dit koloniale verleden. In 1954 werd Suriname een kolonie, een land binnen het koninkrijksverband. Het was een deel van Nederland en diens wetten golden ook in Suriname.
Financiële en geestelijke armoede
Ongeveer 30 procent van de Surinaamse samenleving leeft onder de armoedegrens, zegt Rosita Woodley-Sobhie van de interdepartementale multidisciplinaire werkgroep Armoedegrensbepaling. De armoede in Suriname zou te herleiden kunnen zijn naar het slavernijverleden. De tot slaaf gemaakten hadden na de afschaffing van de slavernij namelijk niets op hun naam.
In tegenstelling tot de contractarbeiders hadden zij ook nauwelijks werk. Velen zijn daardoor in de vicieuze cirkel van armoede beland en zijn erin blijven steken. De armoede kan worden doorbroken met educatie en bewustwording, maar helaas hebben opeenvolgende regeringen nog veel te weinig geïnvesteerd in het onderwijs. Hierdoor wordt een groot deel van de bevolking onbewust of bewust kansarm gehouden.
Los van financiële armoede is er mentale in het land. De tot slaaf gemaakten werden namelijk niet gezien als mens maar als vee. Ze hadden geen identiteit en plantage-eigenaren verboden hen hun cultuur te belijden. Dit hield in dat hun godsdienst, het wintigeloof, werd betiteld als afgoderij. Ze mochten niet lezen en schrijven en werden ernstig onderdrukt.
Dit werkte jaren door; het wintigeloof wordt nu pas na enkele jaren erkend als een religie. Met de komst van de contractarbeiders die wel hun cultuur mochten belijden, werden de nazaten gemotiveerd dat ook te doen. Zo nam hun eigenwaarde toe en groeide de motivatie om hun cultuur te belijden.
“De armoede kan worden doorbroken met educatie en bewustwording, maar helaas hebben opeenvolgende regeringen nog veel te weinig geïnvesteerd in het onderwijs”
Opvoedingspatroon
Op de lagere school werd vaak geleerd dat de leerkracht het altijd beter wist. Twijfelen aan diens kennis en ervaring was uit den boze. Een eigen mening werd als brutaal gezien. Jaren later durfde ik vragen te stellen of te zeggen wat ik van iets vond en waarom ik anders dacht over een bepaald onderwerp. Maar ik was ook nog steeds bang hoe men daarop zou reageren. Het Surinaamse volk is niet passief, want in kleine groepen durven wij wel onze mening te geven over de politiek of de richting waar het land naartoe gaat.
Echter, onze eigen mening vormen en omgaan met kritiek blijft voor veel mensen een uitdaging. Volgens historicus Jerry Egger zie je wel een aantal patronen die kunnen worden herleid naar het slavernijverleden van Suriname. Sommige mensen zeggen dat het hele opvoedingspatroon bij Afro-Surinamers – veel geweld, een bepaalde attitude naar arbeid in het algemeen en naar geld, geen langetermijnplanning – kan worden gelinkt aan de slavernijperiode.
Toen was je vandaag eigendom van plantage-eigenaar A en morgen van plantage-eigenaar B. Het kortetermijndenken is een reflectie daarvan. We moeten wel heel voorzichtig zijn met uitspraken, dus daarom is het belangrijk om goed onderzoek te doen vanuit de verschillende richtingen, zoals de psychologie.
Een groter podium
Historicus en onderzoeker Karwan Fatah-Black is ingenomen dat er met het herdenkingsjaar extra focus is op het slavernijverleden. “In Nederland is heel goed te zien dat de nazaten veel nadrukkelijker een stem hebben en veel organiseren. Het is goed dat er dus ook geld is vrijgemaakt voor deze activiteiten. En dat er nu echt veel meer een podium is dan er was. Dat is wel echt een groot verschil. Dat betekent dat mensen die eerst een veel kleiner platform hadden, nu ineens een veel groter publiek bereiken. Daar is wel echt iets veranderd. De vraag is, is dit eenmalig? Maar oké, dat is nu wel de situatie.”
Volgens Fatah-Black moet meer met en naar elkaar worden gepraat en geluisterd over het verleden, zodat er beter begrip is. “De families van plantage-eigenaren en nazaten van de tot slaaf gemaakten bijvoorbeeld. Een soort van ontmoeting in vertrouwen. Nazaten die het gevoel hebben dat ze voor het eerst hun verhaal hebben kunnen doen en witte mensen die zich realiseren over het bestaan van hun privileges. De manier waarop die geschiedenis nog echt heel dichtbij is voor mensen kan heel veel betekenen. Ik denk dat dat interessant kan zijn als het gaat om heling. Een goed voorbeeld is het project de Keti Koti Tafel, waarbij door het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, herinneringen en gevoelens, tijdens een rituele maaltijd, wordt stilgestaan bij de hedendaagse gevolgen van het Nederlandse slavernijverleden. Ik ben er zelf wel eens bij geweest, maar ik heb ook wel met mensen gesproken die daarbij waren en ze vonden het heel erg betekenisvol.”
Ook de term ‘doorwerking’ neemt Fatah-Black desgevraagd onder de loep. Daar gaat het vooral over de negatieve impact die het verleden heeft op het heden. In Suriname gaat het om onder meer de taal, de armoede en de eigenwaarde van de burgers. De onderzoeker zegt dat in Nederland dat racisme en uitsluiting zichtbaar zijn. De zogenoemde Toeslagenaffaire is een goed voorbeeld om te noemen.
“Je hebt natuurlijk ook de migratie als het gaat om Nederland. Maar we hebben het niet over de doorwerking van de migratie naar Nederland. We hebben het niet over de doorwerking van de beschaving organisatie. Of de doorwerking van het onderwijssysteem in de twintigste eeuw. Of de doorwerking van de dekolonisatie. Als we het hebben over doorwerking hebben we het over die koloniale periode en daarbij is de slavernij het meest extreme. In Nederland en andere Europese landen is er een cultuur van witte suprematie geërfd. En ideeën over hiërarchie in de wereld.”
Erkenning van het bestaan
De erfenis van de slavernij is een betere manier om over de impact te praten. Het Surinaamse volk heeft ook positieve eigenschappen overgehouden aan het slavernijverleden, namelijk veerkracht en strijdlust. Het laat zich niet onderdrukken. Door alle pijn en vernedering bleven de voorouders doorzetten.
Vaak niet voor zichzelf, maar voor hun geliefden. Ze moesten daarvoor offers opbrengen en strijden voor vrijheid. Dat hebben verschillende verzetsstrijders zoals Boni, Baron en Joli Coeur, maar ook Ma Pansa gedaan. Ze vochten vaak tot de dood.
Ik denk dat ik, net als veel andere mensen, deze eigenschappen heb meegekregen van mijn voorouders. Ondanks vele uitdagingen, blijf ik doorgaan. Ondanks beperkingen die anderen opleggen, blijf ik doorgaan, omdat ik weet dat ik dat waard ben. Ik doe het niet voor mezelf, maar ik zet hun strijd voor erkenning van ons bestaan voort.
