Om de aarde te beschermen tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering moeten de landen in de global south slagvaardiger te werk gaan. Dat zei president Chandrikapersad Santokhi zaterdag in zijn toespraak tijdens de ‘G77 plus China Summit’ die in Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, is gehouden. Deze conferentie vond plaats in de marge van COP-28, de VN-klimaattop die momenteel in Dubai aan de gang is.
Tekst Ivan Cairo
“We moeten allemaal harder werken en meer actie ondernemen. We moeten allemaal ons steentje bijdragen, individueel, maar vooral, collectief en in eenheid. We moeten erop aandringen dat de westerse economieën hun nationale vastberaden beloften meer nakomen. Anders zullen de gestelde doelen niet worden bereikt en zullen we allemaal de ernstige gevolgen dragen”, stelde de president.
Behalve het identificeren van de lancunes, zodat de noodzakelijke maatregelen kunnen worden genomen om de planeet te beschermen, moeten ook praktische manieren worden gevonden om het uitvoeren van de maatregelen te versnellen. Het staatshoofd voerde aan dat terwijl Suriname niet bijdraagt aan de nadelige gevolgen van het veranderend klimaat het land wel verlies en schade ondervindt. Tegelijkertijd moet Suriname schaarse begrotingsmiddelen inzetten voor herstel en wederopbouw.
“We moeten ook niet vergeten dat Suriname een koolstofnegatief land is gebleven, slechts één van de drie in de wereld, ondanks onze industrieën in bauxiet, goud en andere mineralen en onshore olieactiviteiten”
President Chandrikapersad Santokhi
Santokhi zegt blij te zijn met de snelle ingebruikname van het verlies- en schadefonds, een jaar na het besluit om het op te richten. Hierdoor is het een van de pijlers voor het financieel beheer van klimaatverandering geworden. De president zei dat de G77-landen alert moeten zijn en erop moeten aandringen dat de gedane toezeggingen worden nagekomen en dat deze fondsen zeer binnenkort beschikbaar komen.
Santokhi: “Hoewel de ontwikkelde landen al in de basisbehoeften van hun volkeren voorzien voordat klimaatactie hoog op de wereldagenda stond, moeten wij als ontwikkelingsland die status nog bereiken. We worden nu geconfronteerd met de noodzakelijke ontwikkelingen en houden daarbij bewust rekening met de noodzaak om dit op een duurzame en milieuverantwoorde manier te doen. In ons specifieke geval moeten we dezelfde kans krijgen om te profiteren van nieuw gevonden natuurlijke hulpbronnen om onze economie te ontwikkelen via wat nu de ‘rechtvaardige transitie’ wordt genoemd”.Voor Suriname betekent het dat het land zich inzet voor het tot stand brengen van een koolstofarme economie tegen 2050 en is Suriname bereid te blijven investeren in hernieuwbare energie. Ook zal prioriteit worden gegeven aan het beperken van de ontbossing en zullen de olie- en gasreserves worden ontwikkeld via milieuvriendelijke methoden en in overeenstemming met mondiale normen. “We moeten ook niet vergeten dat Suriname een koolstofnegatief land is gebleven, slechts één van de drie in de wereld, ondanks onze industrieën in bauxiet, goud en andere mineralen en onshore olieactiviteiten”, zei Santokhi.
Hij benadrukte dat Suriname niet tot de voornaamste vervuilers behoort, maar toch koolstofnegatief zal blijven. “Maar we zullen de economische kansen niet wegnemen voor onze mensen terwijl we vooruitgang boeken met de duurzame ontwikkeling van onze economie”. Landen moeten aldus het staatshoofd nu eindelijk hun financiele toezeggingen nakomen.
Het gebruik maken van de schaarse beschikbare middelen wordt, aldus Santokhi, gefrustreerd door beperkte toegang en toewijzing van klimaatfinanciering aan landen in het zuiden vanwege complexe aanvraagprocedures. Ook de beoordelings- en uitbetalingsperioden zijn te lang om impact te hebben. Hij wees er verder op dat ondanks G77-landen zwaar te lijden hebben onder de negatieve gevolgen van de klimaatcrisis ze er met succes in geslaagd zijn een aantal van deze uitdagingen effectief aan te pakken.
De president is van oordeel dat bijeenkomsten op zowel technisch als beleidsniveau de kans bestaat om te profiteren van “deze beste praktijken of van de ervaring met wat we niet moeten doen”. Landen kunnen van elkaar leren en hun nationale capaciteiten en expertise versterken door deze kennisdeling. Dit raakt, volgens Santokhi, de kern van een van de doelstellingen van de G77, namelijk het versterken van de solidariteit tussen de lidstaten.
De president besloot zijn toespraak door te stellen dat dringend actie moet worden ondernomen door alle landen. “Wij moeten het goede voorbeeld geven en ons ertoe verbinden in eenheid en solidariteit te handelen. Voor het grotere goed van het mondiale zuiden moeten we bereid zijn onze individuele verschillen en belangen opzij te zetten als we succesvol willen zijn in het waarborgen van een leefbare planeet”, aldus president Santokhi.De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Antonio Guterres, die ook aanwezig was onderstreepte de problemen waarmee G77-landen kampen, waaronder een “verpletterende schuldenlast” en daardoor moeilijk hun klimaataganeda kunnen financieren. De ontwikkelde landen moeten daarom duidelijkheid scheppen, zei Guterres, over de uitvoering van de toezegging van 100 miljard US dollar. “We moeten ook een duidelijk plan zien om de aanpassingsfinanciering tegen 2025 te verdubbelen tot 40 miljard US dollar per jaar, als een eerste stap om minstens de helft van alle klimaatfinanciering aan aanpassing te besteden”, vervolgde hij.
Ook is er veel meer steun nodig voor het nieuwe verlies- en schadefonds. “Het begon goed, maar met niet veel geld”, zei de VN-chef.
Hij benadrukte dat klimaatfinanciering nog een lange weg te gaan heeft. Er is tot achttien keer meer financiering nodig voor aanpassing aan de huidige behoeften van ontwikkelingslanden.
Het Internationaal Energieagentschap schat dat de transitie naar een netto nulpunt in opkomende markten en ontwikkelingseconomieën in 2030 jaarlijks meer dan 2 miljard US dollar zal kosten. Guterres: “De verouderde internationale financiële architectuur moet worden hervormd om de realiteit van vandaag te weerspiegelen en te reageren op de behoeften van de ontwikkelingslanden, ook met betrekking tot het Bretton Woods-systeem. Het internationale financiële systeem moet voorzien in een effectief mechanisme voor schuldverlichting, dat betalingsopschortingen, langere krediettermijnen en lagere rentetarieven ondersteunt”.
“We moeten ook een duidelijk plan zien om de aanpassingsfinanciering tegen 2025 te verdubbelen tot 40 miljard US dollar per jaar, als een eerste stap om minstens de helft van alle klimaatfinanciering aan aanpassing te besteden”
VN-topman Antonio Guterres
Daarnaast zal de uitstoot van broeikasgassen drastisch moeten worden verminderd. Met het huidig beleid gaat de wereld richting stijging van de mondiale temperatuur met drie graden, waarschuwde Guterres. “Dat betekent een ramp, vooral voor de ontwikkelingslanden. De grens van 1,5 graad is nog steeds mogelijk, maar staat op de rand”.
Hij benadrukte dat een eerlijke en rechtvaardige transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen nodig is. COP-28 moet landen ertoe verplichten om tegen 2030 de capaciteit van hernieuwbare energiebronnen te verdrievoudigen, de energie-efficiëntie te verdubbelen en schone energie voor iedereen te realiseren, stelde de VN-topman. Het uitfaseren van fossiele brandstoffen met een routekaart die billijk is en met een tijdsbestek dat compatibel is met 1,5 graden is ook essentieel.
Tenslotte moet COP-28 de internationale samenwerking op klimaatgebied versterken. “We hebben samenwerking nodig tussen overheden, en tussen landen en bedrijven: om alle kritische emissiesectoren op één lijn te brengen met 1,5 graden; een eerlijke prijs op koolstof zetten; om iedereen op aarde te beschermen met een effectief systeem voor vroegtijdige waarschuwing; en om de mondiale transitie naar een netto nulpunt in 2050 te ondersteunen”.Guterres heeft voorgesteld dat een Klimaatsolidariteitspact wordt gesloten, waarin grote uitstoters extra inspanningen leveren om de uitstoot terug te dringen. Daarnaast dienen ontwikkelde landen te worden gemobiliseerd financiële en technische middelen beschikbaar te stellen om opkomende economieën hierbij te ondersteunen. De VN-chef rekent erop dat de G77 en China zullen blijven aandringen op de verandering die de wereld nodig heeft om van COP-28 een gamechanger te maken met maximale ambitie om de uitstoot te verminderen en maximale ambitie op het gebied van klimaatrechtvaardigheid ten behoeve van de ontwikkelingslanden en hun bevolking.