door Jason Pinas
PARAMARIBO — “Eén van de meest cruciale punten waarvoor goede planning nodig is, is juiste aanpak van de olie- en gassector. Wanneer er een slogan van olie en gas wordt gelanceerd en de ontwikkeling wordt opgehangen aan de investeringsplannen van een buitenlandse multinational, dan denk ik dat we last hebben van koloniale neigingen.” Dit zei Aashna Kanhai, advocaat en oud-ambassadeur van Suriname, woensdag tijdens de lezing ‘Srefidensi retro en fastforward’ georganiseerd door de Women Power and Politics Foundation.
Volgens haar is anno 2023 “het bestuur van het land een kafkaëske(angstaanjagende) realiteit”. Kanhai gaf beknopt een overzicht van de positieve en negatieve sociaal-maatschappelijke verworvenheden van Suriname in de afgelopen 48 jaar, sinds de onafhankelijkheid. Onder meer de militaire coup van 1980, de Binnenlandse Oorlog, herstart van de democratie met een nieuwe Grondwet in 1987 en de structurele aanpassingsprogramma’s bedoeld voor de herstructurering van de economie passeerden haar revue.
“Als je geen idee hebt wie of wat je bent als mens, bestuur of regering, hoe gaan we die dingen doen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het land?”
Daniëlle Veira
Ze stelde dat de oude politiek niet meer van deze tijd is, omdat die belemmerend werkt op de ontwikkeling van het land. Het is volgens haar nu de tijd dat politieke leiders en het volk aan grondige zelfreflectie gaan doen. “Ontwikkeling en visie gaan samen. Oude politiek is niet verkeerd, maar het is oud, dus ze moet plaatsmaken.”
Achterstand in realisatie
Het publiek, met onder anderen Asfa-voorzitter Wilgo Bilkerdijk, NDP-parlementariër Jennifer Vreedzaam, VSB-directeur Sherida Mormon, Palu-hoofdbestuurslid Imran Taus en ex-minister Sieglien Burleson, was duidelijk onder de indruk. Dat bleek onder meer tijdens de levendige discussie na de inleiding. Er werden veel kritische vragen gesteld en opmerkingen gemaakt.
Daniëlle Veira, ex-directeur Directoraat Nationale Veiligheid en panellid, vroeg zich af wat heeft gemaakt dat Suriname na de onafhankelijkheid nog steeds niet is waar het zou willen zijn. Waarom de belangrijke zaken die twintig jaar geleden al een feit moesten zijn nog niet zijn gerealiseerd. “Zijn we met elkaar wel goed nagegaan wat is gebeurd op 25 november 1975?”
Ze meent dat de bevolkingsgroepen nog steeds bezig zijn te leren hoe ze met elkaar moeten omgaan. “Als je geen idee hebt wie of wat je bent als mens, bestuur of regering, hoe gaan we die dingen doen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het land?”
Stap terug doen
Een ander panellid, oud-directeur van het Planbureau, Winston Caldeira vond, net als Kanhai, dat de oude politiek een stap terug mag doen. Volgens hem moeten jongeren en vrouwen nu meer ruimte krijgen. Hij wees er wel op dat de ontwikkeling van een land niet snel gebeurt. “Het is een groeiproces. We hebben een lange weg te gaan, maar ik ben één van de mensen die optimistisch is”, onderstreepte Caldeira.
Hij is ervan overtuigd dat Suriname een goede toekomst tegemoet gaat omdat met name de jongeren de etnische lijnen doorbreken om te komen tot de eenheid die nodig is voor de verdere ontwikkeling van het land. “Een bijzondere groep daarbij zijn de vrouwen. Ze hebben iets gemeenschappelijks en dat is dat ze dwars door de etniciteit achter zijn gehouden.”