‘Het vonnis moet uitgevoerd worden’
Herdenken van 37 jaar Moiwana-moorden vandaag, 29 november, gebeurt samen met Stichting 8 december. Het initiatief hiervoor is genomen door André Ajintoena, die ook de herdenking bij het monument in Charvein, Frans-Guyana organiseert. Hij is penningmeester geweest van Stichting Fonds Ontwikkeling Moiwana die verantwoordelijk was voor het uitvoeren van het vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens. “Het vonnis moet volledig worden uitgevoerd”, zegt Ajintoena onverbiddelijk.
Tekst Euritha Tjan A Way
Beeld Audry Wajwakana
Het monument van Moiwana staat er een beetje verlaten bij in Charvein, Mana in Frans-Guyana. Ajintoena haalt in gesprek met de krant herinneringen op over hoe de groep vluchtelingen en vooral slachtoffers van Moiwana in Frans-Guyana zijn opgevangen. “Er werd voor ons gezorgd. Er was een militair kamp daar en de militairen zorgden voor eten en drinken voor de groep”, wijst hij een plek aan op het terrein. Hij zegt dat het monument dat rond 1992 is onthuld, en waarop de namen van de slachtoffers van Moiwana staan, een opknapbeurt zal krijgen voordat de herdenking op 29 november zou plaatsvinden.

Kampen Frans-Guyana
De vluchtelingen uit Suriname werden eerst opgevangen in Kamp A in Saint-Laurent-du-Maroni. Dat was een noodfaciliteit die was ingericht om de eerste stroom vluchtelingen uit Suriname op te vangen. Volgens Ajintoena werden de meeste nabestaanden van Moiwana opgevangen in het kamp Charvein, dat later werd gebouwd. Het is een halfuur rijden verwijderd van Kamp A. “De Fransen hadden niet op ons gerekend, dus er moest stroom worden getrokken naar de gebieden waar ze ons wel konden opvangen en ook faciliteiten konden worden opgezet”, zegt Ajintoena, die nu voor een radiostation in Saint-Laurent-du-Maroni werkt.
“Ik vond een baby van zes maanden van dichtbij door het hoofd geschoten. Een andere baby overgoten met benzine en in brand gestoken”
Franse arts Michel Bonnot
Onderzoek moorden
In 2005 wonnen de nabestaanden van de slachtoffers van Moiwana de zaak die zij tegen de staat hadden aangespannen bij het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens. Dat deden ze, na herhaaldelijk in Suriname te zijn gestuit tegen een ‘blinde muur’.
Eén van de belangrijke uitspraken in het vonnis van het hof is dat de moorden die zijn gepleegd in Moiwana zouden moeten worden onderzocht. De staat is naar zeggen van het Openbaar Ministerie (OM) al een paar keer daarmee begonnen door de nabestaanden op te roepen zich te melden voor het afleggen van getuigenissen. Daar heeft Ajintoena als vertegenwoordiger van de nabestaanden niets van gemerkt. “Dat is niet waar hoor.”
Pas bij de oproep van het OM eind juli van dit jaar via de eigen website en de socialemediakanalen kreeg hij de oproep te horen. “Ik heb toen contact opgenomen met het OM en heb hen de lijst gegeven van nabestaanden die wensen te getuigen. Mij is gevraagd even geduld te houden omdat ik heb gevraagd dat de mensen wel veilig worden vervoerd naar Suriname voor verhoor.”
De Ware Tijd heeft getracht meer informatie te krijgen van het OM over het verloop van de zaak. Echter zonder succes. Het parket weigert informatie te geven met als reden dat de zaak nog in onderzoek is.
Bijzonder is dat het OM de Nederlandse journalist Ellen de Vries nog vóór het vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens in 2005 bekend was, wel te woord heeft gestaan. Weliswaar wilde die bron binnen het OM toen anoniem blijven, maar die was wel door dit instituut zelf aangewezen.
In het boek van De Vries staat ook dat de toenmalige minister van Justitie en Politie, Siegfried Gilds (inmiddels wijlen) tot de stellingname kwam dat het OM de zaak wel zal onderzoeken. “Maar we hebben onvoldoende mankracht om dat tegelijkertijd met de 8 Decembermoorden te doen. Dus we zullen eerst 8 december doen en dan Moiwana”, verklaarde Gilds in woorden van gelijke strekking.
Aanleiding
In de verschillende bronnen die handelen over de slachting van Moiwana, is nergens een duidelijke aanleiding te vinden daarvoor. Pater Antonius te Dorsthorst, in de volksmond pater Toon, zegt dat het gaat om een mogelijk afschrikkingmanoeuvre om mensen in het gebied te waarschuwen om geen leden van het Junglecommando in de dorpen op te houden. Hij geeft aan dat het voor een groot deel inheemsen zijn die de aanval in Moiwana hebben gepleegd.
In het artikel ‘Schending van mensenrechten’ uitgegeven door het Surinaams Nieuwsagentschap (SNA) op 10 december 1986 wordt de schuld van mogelijke mensenrechtenschendingen in het ‘Oosten van Suriname’ (Moiwana wordt niet genoemd, … red.) geplaatst bij de mensen zelf. ‘Het omkomen van burgers moet in het bijzonder verklaard worden door het feit dat de terroristen vanuit dorpen het vuur openden op de patrouilles van het Nationaal Leger’, staat er in het stuk. SNA was in die tijd hofleverancier van nieuws uit het oosten.
Een soortgelijke aanleiding wordt ook beschreven in het boek ‘De getuigenis van president Desi Bouterse’ van Sandew Hira. In gesprek met een zekere Cap, een dorpskapitein die bij de inlichtingendienst werkte, wordt de aanleiding genoemd: “De spanningen tussen inheemsen en marrons kwamen aan de oppervlakte tijdens de Binnenlandse Oorlog. Het Junglecommando verkrachtte vrouwen in Alfonsdorp en Bigiston. Ik ken een Javaanse vrouw die door vier Junglecommandoleden werd verkracht, ze woont in Frans-Guyana”, vertelt Cap.
Hij zegt dat de inheemsen door aanvallen van deze groep en door de verkrachtingen van hun vrouwen de marrons gingen haten. “Na de verkrachtingen ging het Junglecommando zich schuilhouden in Moiwana. Het leger had een eenheid, de Delta Force onder leiding van kolonel Ernst Mercuur. In die eenheid zaten ook inheemsen die woedend waren over de verkrachtingen”, vertelt Cap, die toegeeft het van horen zeggen te hebben. Wat daarna volgt is een beschrijving waarbij de legereenheid de mensen oproept het dorp te verlaten. Vervolgens wordt vanuit het dorp zelf het vuur geopend, aldus het verhaal van Cap.
In het boek ‘Moiwana zoekt gerechtigheid, de strijd van een marrondorp tegen de Staat’ van Fergus Mac Kay schrijft hij gedetailleerd uit hoeveel mensen de eenheid bestond. ‘De groep die de operatie zou uitvoeren bestond uit een eenheid van ongeveer zeventig man, van wie 35 het gebied kenden en speciaal voor de operatie waren getraind in de Ayoko Kazerne in het district Para. Deze eenheid werd verdeeld in drie groepen waarbij een groep verantwoordelijk was voor de ‘schoonmaakoperatie’ die begon bij de Negerkreek, een groep voor Moiwana en een groep die de brug over de Moiwanakreek in de gaten moest houden.’
Gewaarschuwd
Hoewel verschillende bronnen melden dat het leger de mensen langs de Oost-Westverbinding in het district Marowijne heeft opgeroepen het gebied te verlaten, zeggen de nabestaanden die de krant te woord staan, dat ze de oproep hebben gehoord, maar geen idee hadden waar ze naartoe moesten gaan. “Ik heb de oproep gehoord toen ik in Albina was, maar ik dacht: ‘in Moiwana zijn alleen vrouwen en kinderen, dus we zijn veilig’. Ik had niet gedacht dat ze ons gewoon zouden neerknallen”, zegt getuige LP.
Stuk voor stuk zeggen de getuigen dat er geen eenheden van het Junglecommando aanwezig waren in de dorpen. Ook de Franse Michel Bonnot, die als arts in dienst was van de hulporganisatie ‘Aide Medicale Internationale’, getuigt daarover. In het boek van Jules Sedney ‘De toekomst van ons verleden’ verklaart hij dat Bonnot aanwezig was in Moiwana op 29 november 1986. ‘Ik vond een baby van zes maanden van dichtbij door het hoofd geschoten. Een andere baby overgoten met benzine en in brand gestoken. Ik zag twee dode meisjes van circa tien jaar en dichtbij hen twee jongetjes van vijf en zes jaar, die elkaar nog omarmd hadden.’ Tijdens de moord waren er geen leden van het Jungle Commando in de buurt laat hij optekenen. Volgens hem gaat het in Moiwana een doelbewuste volkerenmoord.
Hoofdverdachten
Trouwens, het is niet zo dat er nooit onderzoek is gedaan naar de moorden in Moiwana. In het boek ‘In Memoriam Herman Eddy Gooding: Viribus Audax – manmoedig door innerlijke kracht’ dat is gepubliceerd door Moiwana ’86 in 1991 worden drie hoofdverdachten genoemd. Deze werden opgehaald voor verhoor door Herman Gooding die inspecteur was van politie in 1989. Die waren: Frits Cornelis Moesel, Jonas Henri Sabajo en Orlando William Sweedo. De laatste was militair en werd in april 1989 verhoord waarna hij in hechtenis werd gehouden.
Acht dagen na zijn verhoor werd Sweedo uit het gevang gehaald door het Nationaal Leger in opdracht van de toenmalige bevelhebber Desi Bouterse. De boodschap aan Gooding was dat niet Sweedo, maar het Militair Gezag verantwoordelijk gehouden diende te worden voor de gebeurtenissen te Moiwana.
“Ik heb het OM de lijst gegeven van nabestaanden die wensen te getuigen”
André Ajintoena
Een jaar later, in de nacht van 4 op 5 augustus, werd het stoffelijk overschot van Gooding gevonden aan de Waterkant nabij het monument van de gevallenen. De moord op Gooding leidde bijna tot een vertrouwensbreuk tussen de toenmalige, wettige regering onder leiding van president Ramsewak Shankar en de politieleiding, die de regering ervan verweet geen ballen te hebben om de zaak te onderzoeken. De zaak is tot nu toe niet onderzocht.
Echter, ingewijden zeggen dat niet de Moiwana-zaak de aanleiding was voor de moord op Gooding. Volgens hen was de inspecteur van politie ook bezig met het onderzoek naar de vangst van duizend kilo cocaïne in Moengo in 1990.
Democratisering?
Het Junglecommando gaat er prat op dat mede door zijn inzet de democratie is wedergekeerd in Suriname na het militaire regiem. Pater Toon bestrijdt dat. Volgens hem was de democratisering al ingezet en zouden medio 1987 democratische verkiezingen worden gehouden. “De oorlog kwam te laat en deed meer kwaad dan goed”, zegt Toon.
In zijn boek geeft Jules Sedney er een andere visie op. Volgens hem had de oorlog de militairen ertoe gedreven sneller over te gaan tot het overgeven van de macht aan een wettig gekozen regering. Hij vond ook wel dat het leger een enorme invloed bleef houden na de verkiezingen waarbij de VHP’er Shankar tot president werd gekozen. Het Junglecommando diende ter versterking van dat wettelijke gezag, lijkt Sedney daarmee te beweren.
Cijfers
Er zijn ten minste 39 mensen vermoord in Moiwana. Het is onduidelijk of het er meer zijn, die niet zijn genoemd of van wie de lichamen niet zijn gevonden. Meer dan 70 procent van het bekende aantal vermoorde dorpelingen was jonger dan achttien jaar, 40 procent was onder de tien jaar, 25 procent was vijf jaar oud of jonger, onder wie vier baby’s jonger dan twee jaar. De helft van de slachtoffers waren vrouwen of meisjes, sommigen waren naar verluidt zwanger.-.
Bron: ‘Moiwana zoekt gerechtigheid, de strijd van een marrondorp tegen de staat’
Vonnis
Het vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens had in 2005 als bepalingen dat er onderzoek en vervolging kwam en dat de stoffelijk overschotten van slachtoffers aan de families zouden worden afgestaan. Daarnaast erkenning van collectieve titel op traditionele gronden, veiligheidsgaranties voor degenen die terugkeren en het instellen van een gemeenschapsontwikkelingsfonds. Ook werd bepaald dat de staat openbare excuses moest aanbieden, er een monument moest worden opgericht en dat de 130 geïdentificeerde nabestaanden financiële compensatie zouden krijgen voor materiële en morele schade.
Het steekt de nabestaanden vooral dat er sinds het vonnis van 2005 nog geen onderzoek is gedaan naar de moorden. Daarnaast dat ze de stoffelijke resten van hun verloren familieleden ook nooit meer van de staat hebben gehad.
Uit het gemeenschapsfonds zijn de huizen in het dorp bekostigd en is de plek voor het monument schoongemaakt. André Ajintoena: “Veel van het geld is ook gegaan in de overlegmomenten die het fonds moest hebben met gezagdragers in het gebied en de groep in Frans-Guyana. Ook met Alfonsdorp hebben we veel moeten vergaderen alvorens we op één lijn kwamen te staan over de wederopbouw van het dorp Moiwana.”