Nabestaanden Moiwana-slachting klaar voor strafrechtelijk onderzoek

André Ajintoena bij het Loweman-monument in Charvein, Frans-Guyana.
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

29 November 2023 15:15

Voor mij lezen

Tekst en beeld Audry Wajwakana

CHARVEIN — ‘Loweman’ staat op het kubusvormige monument dat nabestaanden van de Moiwana-slachting ter nagedachtenis van hun vermoorde families hebben laten maken. Het staat in het voormalige vluchtelingenkamp Charvein in Frans-Guyana. “Dit is het eerste monument waar we jaarlijks op 29 november bij elkaar komen om onze geliefden te herdenken. Hun namen waren hier genoteerd”, zegt André Ajintoena, wijzend naar de schuine oppervlakte van het monument met afgebladderde verf.

De namen van de slachtoffers die aan weerskanten van het enorme kruisteken in het midden waren aangebracht, zijn niet meer zichtbaar. Het is duidelijk dat het monument een verfbeurt moet krijgen.

“Er zijn mensen die vinden dat Moiwana een gepasseerd station is en dat nabestaanden de zaak moeten laten rusten. Maar voor ons is het pas voorbij, wanneer gerechtigheid zal zijn geschied”

Het bos in vluchten

Charvein is de plek waar de meeste nabestaanden van Moiwana naar toe zijn overgebracht, nadat ze eerst in de noodfaciliteit naast het vliegveld van Saint Laurent du Maroni waren opgevangen. Zo ook Ajintoena en zijn familie. Hij weet nog precies de plek bij het vluchtelingenkamp waar de Franse militairen de wacht hielden en waar eten moest worden gehaald.

Op 29 november 1986 verloor Anjintoena meer dan tien familieleden. Zelf was hij niet in het dorp waar de dorpelingen werden vermoord, maar bevond zich bij de families Dombodoe en Ajintoena te kilometer 126 van de Oost-Westverbinding vanuit Alfonsdorp. “Het was rond drie uur in de middag. Ik lag te dutten toen een kleine jongen mij riep dat hij militairen op de weg zag. We hoorden schoten”, zegt hij.

Met anderen riep hij vrouwen en kinderen op om zich in het bos te gaan verschuilen. Daar kwam hij ook zijn zwager tegen die vanuit het dorp naar het bos was gevlucht.

Stoffelijke resten opgegraven

Ondanks het gevaar besloot hij samen met een paar mannen naar het aangevallen dorp te gaan om vanaf een afstand poolshoogte te nemen. Tussen de bomen door zag hij een compleet chaotische situatie. Huizen die in brand vlogen, dorpelingen die werden doodgeschoten. “De groep vrouwen en kinderen die we in het bos achterlieten zagen we niet meer.”

Ajintoena vermoedt dat soldaten waarschijnlijk de mensen hebben gevonden in het bos of dat de mensen naar de weg liepen en toen werden meegenomen naar de overkant (van de weg) waar ze in een zijpad zijn vermoord. Hun lijken werden dagen later gevonden door het Junglecommando dat aasgieren zag rondvliegen.

Vanwege de verre staat van ontbinding besloot het Junglecommando de lijken in een massagraf te begraven. De stoffelijke resten zijn mede door Stiching Moiwana ’86 en inspecteur Herman Gooding – hij was in 1990 belast met het Moiwana-onderzoek – opgegraven en naar Paramaribo vervoerd. Het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens heeft in 2005 in een vonnis de verplichting opgenomen aan de Surinaamse regering dat onderzoek en vervolging moeten komen. Ook staat erin dat de stoffelijk resten aan de families moeten worden afgestaan.

Geen gepasseerd station

Ajintoena ontkracht de geruchten dat mannen van het Junglecommando zich in Moiwana ophielden. Hij geeft wel toe dat na de Moiwana-slachting jongemannen zich bij die groep hebben aansloten, onder wie een broer van hem.

Ajintoena is daags na de gebeurtenis ook in het Franse vluchtelingenkamp terechtgekomen. “Kande na Gado luku mi, fu no sluit aan na Junglecommando”, zegt hij nu veelbetekenend tegen de Ware Tijd.

In juli van dit jaar heeft het Openbaar Ministerie (OM) een nieuwe oproep gedaan aan getuigen om zich te melden op elk willekeurig politiebureau. Ajintoena juicht dit initiatief toe. “Wij, nabestaanden, zijn al helemaal ready om te getuigen. Dat heb ik ook aan de mevrouw van het OM gezegd. Ik heb de procureur-generaal slechts gevraagd om de veiligheid van de getuigen te garanderen. Er zijn mensen die vinden dat Moiwana een gepasseerd station is en dat nabestaanden de zaak moeten laten rusten. Maar voor ons is het pas voorbij, wanneer gerechtigheid zal zijn geschied.”

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel