Het Surinaamse bos staat constant onder enorme druk en bedreiging, zegt Gina Griffith, directeur bij Conservation International Suriname (CI-Suriname). De illegale houtkap en goudwinning vormen grote bedreigingen. De vooruitzichten op grootschalige landbouw door de mennonieten bezorgen de groene niet-gouvernementele organisaties (NGO’s), zoals CI-Suriname, stress. “Wij begrijpen de behoefte van de overheid om de economie te diversifiëren, maar het mag niet ten koste gaan van het bos.”
Tekst Kevin Headley
Beeld Jason Leysner
Griffith vertelt aan de Ware Tijd dat de groene NGO’s proberen de degradatie van het bos tegen te gaan door gemeenschappen die er leven te versterken. Deze maken deel uit van de bossen en helpen ze ook te beschermen, maar ook heel vaak, vanwege gebrek aan alternatieve inkomensbronnen, dragen ze bij aan bosdegradatie. “Daarom zijn we met hen bezig om naar alternatieve manieren te zoeken, bijvoorbeeld de verkoop van bijproducten, zoals noten die tot olie worden verwerkt, waardoor ze kunnen voorzien in hun levensonderhoud.”
“De Natuurbeschermingswet is geen reflectie van hoe wij nu naar de natuur kijken”
Volgens de tiende publicatie van de Milieustatistieken van het Algemeen Bureau voor de Statistiek heeft Suriname een historisch hoge bosbedekking en een lage ontbossingsgraad. Het totale landoppervlak is 16,4 miljoen hectare, waarvan ongeveer 93 procent – 15,2 miljoen hectare – is bedekt met tropisch regenbos, wat ongeveer 0,4 procent is van de totale bosvoorkomens op aarde. Bosvoorkomen per hoofd van de bevolking in Suriname is 28 hectare.
Suriname heeft zestien beschermde gebieden: elf natuurreservaten, een natuurpark en vier bijzondere beheersgebieden. Er zijn ook vier voorgestelde beschermde gebieden, waarvan het meest bezochte is het Brownsberg Natuurpark, waar men vanaf het plateau een prachtig uitzicht heeft op het stuwmeer.
Ondanks de enorme bosbedekking van Suriname wordt het land geconfronteerd met milieu-uitdagingen die leiden tot ontbossing en degradatie, gedreven door de mijnbouwsector, toenemende bosbouwactiviteiten en, in mindere mate, infrastructuur en stadsontwikkeling, landbouw en andere. In de periode 2017-2021 is het bosgebied van Suriname afgenomen met 0,3 procent, of wel een gebied van 429 vierkante kilometer.
Duidelijk beleid
Er wordt ook nu veel gesproken door de regering over het inzetten van het bos voor carbon credits. Koolstofkredieten zijn verhandelbare certificaten van verifieerbare en meetbare CO2-compensatie van officiële klimaatbeschermingsprojecten. Deze projecten verminderen, verwijderen of vermijden de uitstoot van broeikasgassen en brengen daarnaast veel andere positieve ontwikkelingen met zich mee, zoals bevordering van biodiversiteit, bescherming van ecosystemen of vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. e hebben een financiële waarde.

Volgens Griffith wordt een tegenstrijdig beleid uitgevoerd over het bos, namelijk dat aan de ene kant wordt gepleit voor bosbehoud door middel van de verkoop van carbon credits, maar aan de andere kant worden delen van het bos vrijgegeven voor bijvoorbeeld grootschalige landbouw. “We zijn een land in ontwikkeling en hebben, net als elk ander land, het recht om ons te ontwikkelen. Hoe we dat willen doen moeten we goed bespreken. Als je zegt dat je bos wil behouden als overheid, moet je ook beleid daarnaar uitzetten. Je gaat klimaatcompatibele ontwikkeling moeten uitvoeren. Dat is een ontwikkeling die de schade als gevolg van klimaatverandering minimaliseert en tegelijkertijd de vele mogelijkheden voor menselijke ontwikkeling maximaliseert die worden geboden door een veerkrachtige toekomst met lage emissies. De overheid kan ervoor kiezen 1 procent van de 93 procent ervan af te halen om in te zetten voor ontwikkeling, waarbij we nog steeds de hoogste bosbedekking behouden. Maar dat is conform een plan en dan kan de samenleving je niet kwalijk nemen.”
Plan ontwikkelen
In de tiende milieustatistieken is aangegeven dat het bos bijdraagt aan de economische ontwikkeling van het land. Naast de productie van hout en houtproducten levert het een bijdrage aan de voedselvoorziening en de farmaceutische industrie, ten behoeve van het welzijn van de gemeenschap. Verder biedt het als toeristische attractie vele recreatiemogelijkheden. Ook de productie van bosbijproducten is van belang en kan bijdragen aan de ontwikkeling van de mensen die afhankelijk zijn van het bos, bijvoorbeeld het verkopen van sieraden gemaakt van natuurlijke kralen.
Er is een dringende behoefte om de waardevolle biodiversiteit, koolstofvoorraden en natuurlijke hulpbronnen van het land te beheren door geïntegreerde benaderingen toe te passen die ecosysteemdiensten identificeren dwars door verschillende landschapsgroottes. Deze benaderingen moeten landgebruiksplanning inhouden om een evenwicht te vinden in behoud en economische ontwikkelingsdoelstellingen, versterkt beheer van beschermde gebieden en vermindering van bedreigingen in deze gebieden, en de bevordering van onder meer alternatieve duurzame bestaansmiddelen.
Griffith zegt dat haar organisatie, maar ook de andere groene NGO’s, samen met de overheid willen nadenken over het plan hoe het land duurzaam te ontwikkelen, waarbij het bos zo min mogelijk schade ondervindt. “Het is niet moeilijk, het is samen nadenken: hoe willen we het land ontwikkelen, hoe willen we dat doen, door goudwinning, oliewinning en daarbij ook het beschermen van bossen. Al deze zaken bij elkaar, hoe gaan we het doen? En die discussie moet goed worden gevoerd. Ik weet dat het Planbureau deze discussie in het verleden heeft opgestart, maar het is niet verder gekomen dan een vijfjarige strategie. Terwijl ik het heb over een vijftienjarige tot twintigjarige strategie.”
“Als je zegt dat je bos wil behouden als overheid, moet je ook beleid daarnaar uitzetten”
Versterken van instituten
Griffith zegt dat veel instituten, waaronder de dienst Landsbosbeheer (LBB) zijn verzwakt, waardoor zaken, zoals controle niet naar wens verlopen. “Dit ligt aan diverse factoren: niet de juiste mensen op de juiste posities, niet voldoende financiering, waardoor mensen hun werk niet naar behoren kunnen doen. Wat je dan krijgt, is dat een bepaald instituut zijn taak niet naar behoren kan uitvoeren. En door de economische crisis is het erger geworden, mensen zijn weggetrokken, er zijn niet voldoende transportmiddelen om naar de gebieden te gaan of niet voldoende benzine. Wij proberen deze uitdagingen aan te pakken met de organisaties.”
Door middel van projecten kunnen fondsen worden binnengehaald om bepaalde zaken aan te pakken. Trainingen voor capaciteitsversterking en middelen, zoals laptops om het werk te doen. Echter, er zijn beperkingen: er kunnen geen salarissen worden betaald, bijvoorbeeld uit donorgelden.
Hoewel er een grimmig plaatje is geschetst, is er hoop. Er werken nog steeds mensen bij de overheid en NGO’s die zich inzetten voor bosbehoud. “Dat stemt goed”, zegt Griffith, “omdat door de inzet van deze personen er toch positieve ontwikkelingen plaatsvinden, zoals gemeenschappen die in het binnenland worden versterkt. En we nemen de overheid soms ook niet kwalijk, omdat de vraag naar directe oplossingen voor de economische crisis groot is, dus is de gedachte vaak hoe kunnen we nu geld verdienen om bijvoorbeeld ambtenaren te betalen en schulden af te lossen. En dan is het bos mooi, maar je kunt er weinig mee. En daarom is het belangrijk om een balans daarin te vinden. En doordat ik weet van een aantal mensen die hard eraan werken om deze balans te vinden, weet ik dat we er gaan komen.”
Natuurbeschermingswet aanpassen
Een prioriteit van de groene NGO’s momenteel is ervoor te zorgen dat de huidige Natuurbeschermingswet in De Nationale Assemblee wordt aangepast en behandeld. De wet dateert namelijk uit 1954 en gaat slechts over het beheer van natuurgebieden die een beschermde status hebben of natuurreservaten.
In de vernieuwde natuurwetgeving wordt de nadruk gelegd op duurzaam beheer van natuurgebieden. “De wet is geen reflectie van hoe wij nu naar de natuur kijken”, zegt Griffith. Dat moet ze wel zijn. Het vraagstuk ‘hoe willen wij ons ontwikkelen?’ is belangrijk omdat in het aangepaste wetsvoorstel wordt gesproken over hoe wij omgaan met de natuur en de bescherming van de natuur. We ondersteunen De Nationale Assemblee om de wet te behandelen en goed te keuren. Er zijn presentaties verzorgd over het nieuwe wetsvoorstel, er is al een commissie van rapporteurs en er zou worden begonnen met het horen van andere belanghebbenden. We hopen dat de wet dit jaar nog wordt goedgekeurd.”